Opinie —

De stad van de toekomst is mediterraan

Remco Daalder

De klimaatscenario’s van het KNMI voorspellen een toename van het aantal hittegolven in West-Europa. Daardoor kunnen steden in de problemen komen. Hittegolven zorgen voor doden, zieken en een toename van de luchtverontreiniging in de stad. Genoeg reden voor het instituut Climate changes Spatial Planning om in Amsterdam een symposium over zomerhitte en stedenbouw te organiseren. Op 25 oktober vertelden deskundigen uit Engeland, Duitsland en Nederland hoe de stad zich kan weren tegen zomerhitte.

Temperatuurafwijkingen ten opzichte van normaal in Europa, in de zomer van 2003

De hittegolf van 2003 zorgde in Londen in twee weken tijd voor 600 doden en een flink verhoogd ziekteverzuim. Als hittegolven toenemen in frequentie en tijdsduur kan dat ertoe leiden dat de aantrekkelijkheid van de stad als vestigingsplaats voor bedrijven achteruit gaat. Om dat te voorkomen werd Alex Nickson aangetrokken als strategy manager climate change adaptation. Hij adviseert rechtstreeks aan de burgemeester van Londen. Volgens Nickson moet Londen hoe dan ook maatregelen nemen om de zomerhitte te dempen als de stad zijn internationale toppositie wil behouden. ‘Wij zijn de grootste marktplaats ter wereld, een ontmoetingsplek, dat is onze kracht. Zomerhitte, waardoor de stad een onaangename plek wordt om te verblijven, is een serieuze bedreiging voor onze toppositie.’ Nickson ontwierp een uitgebreid pakket aan maatregelen om zijn stad klimaatbestendig te maken. ‘Londen wil een internationaal voorbeeld worden voor de klimaataanpak.’

Een deel van de maatregelen richt zich op de huizen. ‘We moeten toe naar een andere architectuur, we moeten voorkomen dat hitte zich in huizen op kan bouwen. Kijk naar Milaan, Madrid, naar Athene, kijk hoe ze daar bouwen. Kleine ramen, hoge plafonds, goede ventilatie door goed gekozen buitenruimte. Gebruik witte materialen voor de buitenzijde, geen donkere. Voorkom dat iedereen die het zich kan veroorloven een airco koopt, want daardoor wordt de stad zelf nog meer opgewarmd.’ De maatregelen zijn samengevat in een set guidelines to design & construct buildings, die de overheid lang niet altijd dwingend op kan leggen en dus meestal een vrijblijvend karakter heeft.

Meer vat heeft de gemeente op de stedenbouw. Het probleem bij hittegolven is dat de steenmassa van de stad hitte opslaat, vasthoudt en weer uitstraalt. Daardoor kan het in de stad tien graden warmer zijn dan een paar kilometer verder op het platteland en koelt het ’s nachts nauwelijks af. ‘Ook hier moeten we naar mediterrane landen kijken’, aldus Nickson. Bouw hoger, maak nauwere straten, zodat de zon de stoepen niet bereikt. Weer milieuvervuilende auto’s uit het centrum, want luchtvervuiling zorgt voor 40% van de hittedoden. En vooral: vergroen de stad. ‘We have to re-green London in every way we can’. In een parkje daalt de temperatuur al snel vijf graden ten opzichte van de stenige omgeving. Groen zorgt ervoor dat de stad ’s nachts afkoelt. Dus: meer groen en minder steen in de openbare ruimte. Pocketparcs in het centrum, daktuinen en gevelbegroeiing waar mogelijk, en de herwaardering van de straatboom als schaduwleverancier. ‘Kies wel klimaatbestendige soorten uit.’

Ook in Duitsland bereidt men zich voor op warmere tijden. Wilfried Endlicher van de universiteit van Berlijn voorspelt dat in Europese steden de zomerhitte het grootste klimaatprobleem zal worden. ‘Het is van groot economisch belang om daar wat aan te doen. Veel bedrijven in de kenniseconomie zijn footloose en kunnen zich vestigen waar ze willen; dus niet daar waar het zomers niet uit te houden is.’ In steden als Berlijn, Stuttgart en Kassel hanteert men klimaatkaarten bij de stedenbouwkundige planning. Daar staan de belangrijkste verkoelende windstromen op en de grootste hitte-eilanden. Op deze kaarten, de urban climate maps, staan voor de verschillende gebieden maximale bouwhoogten aangegeven en worden plekken bebouwingsvrij gehouden. ‘Je moet de wind zoveel mogelijk vrij spel geven, dus ga je geen hoge gebouwen in een windstroom zetten. Het beste is om de hoogbouw in het centrum van een stad te concentreren, niet aan de randen. Meestal gaat het juist andersom.’

En in Nederland? Daar wordt het probleem niet herkend. Dat zag je al aan de aanwezigen op het symposium, voor het grootste deel middelbare mannen in kamgaren colbertjes en ribfluwelen broeken, milieumannen die het allemaal al weten. Er was geen architect, geen stedenbouwer te ontdekken. Je ziet het ook buiten: nieuwbouw wordt voor het grootste deel nog steeds uitgevoerd in modieuze donkere baksteen, met lekker grote ramen en nauwelijks buitenruimte. In Amsterdam verrijst de hoogbouw aan de randen van de stad, meestal als afsluiting van de groene scheggen. Waarom zouden we ons ook druk maken? We hebben toch de zee in de buurt?

Dat laatste is zeker een voordeel, volgens Alex Nickson uit Londen. Plus de kleine omvang van onze steden. ‘De omvang van de grotere steden gaat steeds meer tegen ze werken. Blijf klein’. Maar de klimaatscenario’s laten niet alleen zien dat de hittegolven gaan toenemen, ze tonen ook dat de hier overheersende zuidwestenwind ‘s zomers plaats zal gaan maken voor een overheersende oostenwind. Dan heb je niks meer aan de zee. Nederland gaat zijn portie zomerhitte krijgen. In Amsterdam doen ze er goed aan om de ontwikkelingen in de collega-wereldsteden Berlijn en Londen na te volgen.