Feature —

De stadslandschappen van Bratislava

Tijs van den Boomen

De moderne toerist rent van hot naar her: drie keer per jaar op vakantie en tussendoor nog stedentrips. Been there, seen it, got the T-shirt. Lastig is dat je herinneringen na verloop van tijd over elkaar heen buitelen. Al die historische steden lijken ook zo veel op elkaar. Dat tripje naar Bratislava, wanneer was dat ook weer? Ná Rome? Of tussen Londen en Sao Paolo door? En in welk jaar was dat dan?

De hoofdstad van Slowakije, Bratislava, maakt het de moderne toerist gemakkelijk: de stad heeft zichzelf voorzien van een actuele outfit, aan de hand waarvan je je bezoek eenvoudig kunt dateren. De meeste hoge gebouwen zijn bedekt met reclames van vele honderden vierkante meters: billboards, muurschilderingen, spandoeken. Soms bedekken ze blinde muren, maar zeker zo vaak zijn ze dwars over ramen gespannen. De kroon spant Hotel Kyjev: een spandoek van  minstens tweeduizend vierkante meter domineert de halve stad. Zeg me welke reclames er tijdens je bezoek hingen en ik zal je zeggen wanneer je er was. Want reclame volgt onverbiddelijk het ritme van de moderne tijd, geeft het ritme zelf mee aan.

Zo was ik zelf in Bratislava toen T-Mobile het plein voor het presidentiële paleis roze kleurde, de Ford S-Max de hele Nationale Galerie bedekte en Nokia zich hotel Kyjev had toegeëigend. Het was dus mei 2007. Helaas kon ik het kasteel en de beroemde brug over de Donau vanuit mijn kamer niet zo goed zien, want voor mijn raam zaten precies de letters ‘ple’, het laatste stukje van de slogan Connecting people.

Is heel de stad bezet door de reclame? Nee, een klein deel houdt nog moedig stand. In de historische binnenstad is alles erop gericht de bezoeker de illusie te geven dat hij zich aan het einde van de achttiende eeuw bevindt, toen keizerin Maria Theresia de stad net voor zichzelf en haar vrienden ingrijpend had laten verbouwen. Het resultaat is een Europese stad zoals Amerikanen zich die graag voorstellen: elektrische auto’s in de vorm van een treintje rijden je rond, overal staan bankjes en zelfs de stegen zijn schoon. De inwoners van Bratislava zie je hier bijna niet, voor hen is dit openluchtmuseum te duur.

De reconstructie van het historische stadshart is bijna afgerond. Als je de stad betreedt over de loopbrug vanaf de Zupné Namesti zie je rechts onder je nog een laatste stukje verwilderd park, links zie je hoe het binnenkort zal zijn: geschoren gras, witte paden, perken. Kijkgroen, want betreden kun je het niet.

Ondertussen maakt de stad zich op voor de volgende fase: de reconstructie van de naoorlogse uitbreidingen aan de rand van het centrum. De Nationale Galerie, een achttiende-eeuwse kazerne die in de jaren zeventig van de vorige eeuw door Vladimír Dedeček voorzien is van een reusachtige betonnen luifel en Hotel Kyjev, een schepping uit de jaren zestig van architect Ivan Matúšik, verkeren bijvoorbeeld in slechte staat en beide zijn bedekt met reclamedoeken die geld moeten genereren om het ergste achterstallige onderhoud te bestrijden. En zo houdt het wilde kapitalisme de socialistische relicten voorlopig op de been.

De suburbanisatiegolven overspoelen inmiddels een gebied met een straal van vijftig kilometer en de stijgende grondprijzen zorgen dat mensen uitwijken naar dorpen net over de Oostenrijkse grens. Ondanks deze trek naar het platteland, krimpt Bratislava nauwelijks. Een voortdurende instroom van mensen uit de rest van het land vult de lege plaatsen en dat behoedt zelfs Petržalka, de flatwijk aan de zuidzijde van de Donau en het dichtstbevolkte stuk van Slowakije, voor verpaupering.

Anders dan West-Europese evenknieën als de Bijlmer, Marzahn of Clichy-sous-Bois, is deze wijk niet het bijna exclusieve domein van sociale woningbouw. Sterker nog: onder de 115 duizend inwoners moet je huurders met een kaarsje zoeken, want bijna alle woningen zijn in de jaren negentig geprivatiseerd. Hier wonen arm en rijk nog door elkaar, je ziet er aftandse Skoda’s naast splinternieuwe BMW’s.

Ook de flats zelf vertonen grote contrasten: hier en daar worden de langgerekte grijze kisten onderbroken door een fleurig verticale strook. De bewoners van dat portiek hebben geld bij elkaar weten te leggen voor de isolatie van de buitenkant en hebben de boel meteen een vrolijk kleurtje gegeven. Aan de meeste portieken is echter reeds lang geen groot onderhoud gepleegd. En dat zal ook niet gebeuren als de meerderheid van de bewoners het geld daarvoor niet kan of wil opbrengen.

Het is onzeker of Petržalka zijn evenwicht zal kunnen bewaren en of de trek naar de suburbs geen spiraal naar beneden in gang zal zetten. Zeker is wel dat aan deze zijde van de rivier het lot van Bratislava zal worden beslist. Projectontwikkelaars Cresco Group en QPG willen in 2008 beginnen met de bouw van South City op de smalle strook tussen de flats en de rivier. Met een investering van 1,8 miljard euro moet dit het grootste woningbouwproject van Midden-Europa worden.

Onduidelijk is of en hoe de aanhechting met de achterliggende flatwijken gestalte zal krijgen: blijft South City een geïsoleerde strook voor de rijken of wordt Bratislava werkelijk een stad die haar centrum aan weerszijden van de Donau heeft liggen?