Recensie —

Gedeelde ruimtes en herinneringen in Beiroet

David de Bruijn en Sarah van Apeldoorn

Publieke ruimte is niet overal ter wereld zo vanzelfsprekend als in West-Europa. De complexe sociale en politieke situatie in Libanon dwong de deelnemers aan een workshop over publieke ruimte buiten de grenzen van hun discipline te denken.

Studio Beirut organiseerde afgelopen zomer een workshop over publieke ruimte in de Libanese hoofdstad. De onafhankelijke organisatie zet zich in voor veranderingen in de stad Beiroet en probeert door middel van kleinschalige initiatieven bewustzijn en aandacht te creëren voor belangrijke thema’s zoals publieke ruimte.

In Libanon leven achttien verschillende groepen, onderscheiden door religie en politieke overtuigingen. Sji’ieten, Soennieten, Palestijnen, Armeniërs, Maronieten, Orthodox christenen en Druzen leven een sterk gesegregeerd bestaan. Van 1975 tot ongeveer 1990 woedde er in Libanon een burgeroorlog waarvan de littekens nog steeds in heel Beiroet zichtbaar zijn en dan zijn er natuurlijk de sporen van de laatste Israëlische invasie (2006). Het conflict dat ten grondslag lag aan de burgeroorlog werd niet opgelost, van een werkelijk stabiele situatie is sinds de oorlog dan ook geen sprake. Tot 2005 had Syrië het land in zijn greep en nog steeds oefenen veel landen direct of indirect druk uit. Deze sektarisch gefragmenteerde samenleving wordt verder verdeeld door een aanzienlijke welvaartskloof.

Niet alleen de sociale samenhang is door de burgeroorlog aangetast, ook de publieke ruimte heeft een andere betekenis gekregen. Straten en pleinen waren het domein van scherpschutters. In de jaren daarna werden publieke ruimtes afgesloten en de aanleg van nieuwe tegen gehouden, uit angst voor samenscholing en opstand tegen de Syrische machtspositie. Neem bijvoorbeeld het grootste stadspark, Horsj Beirut, dat ingesloten ligt tussen een Palestijns vluchtelingenkamp, een Hezbollah-wijk en een christelijke wijk. Al sinds de burgeroorlog is dit park afgesloten, officiëel vanwege herstellingswerkzaamheden.

Het doodse downtown van Beiroet is slechts een schim van het bruisende stadshart dat het voor de oorlog was. De vastgoedonderneming Solidere (opgericht door de vermoorde,  voormalige  premier Rafik Hariri) bezit nagenoeg het hele centrum. De vernietigde binnenstad werd deels  gerestaureerd en herontwikkeld. Hierbij is de publieke ruimte geprivatiseerd, en onderworpen aan strenge controle; de winkels en restaurants worden slechts bezocht door enkele rijken en toeristen.

Dat er wel behoefte is aan publieke ruimte blijkt uit de afgelegen plekken die de inwoners van Beiroet opzoeken en zich toe-eigenen voor de meest alledaagse activiteiten: joggen, een wandeling langs de zee of het roken van de arghile. Zo is het ten noorden van de stad gelegen terrein van de Joseph Khoury Marina, een nooit afgemaakte luxe jachthaven, ’s avonds een populaire ontmoetingsplek voor de Beiroeti’s.

Openluchtbioscoop op de trappen van Gemmayzeh

In deze context organiseerde Studio Beirut in samenwerking met Partizan Publik, Pearl Foundation en Archis een workshop die de betekenis van publieke ruimte in Libanon ter discussie stelde. Het doel was te begrijpen hoe publieke ruimte in deze context werkt, eventueel andere definities te vinden, en te zoeken naar nieuwe wegen om publieke ruimte te creëren en te gebruiken.

Een groep van 25 internationale en Libanese studenten en jonge professionals in verschillende disciplines, waaronder architectuur, stedenbouw, landschapsarchitectuur, beeldende kunst en politicologie hielden zich twee weken bezig met deze thematiek.

Al snel werd duidelijk dat binnen de complexiteit van Beiroet een conventionele benadering van publieke ruimte niet productief zou zijn. Gezocht werd naar tijdelijke en kleinschalige interventies. Deze benadering is ook terug te vinden in het artikel ‘The shifting meaning of the Urban Condition’ van Saskia Sassen. Hierin maakt zij een onderscheidt tussen publiek toegankelijke ruimte (‘public-access space’) en daadwerkelijk publieke ruimte (‘public space’). Met het eerste begrip bedoelt zij de traditionele, monumentale, ontworpen publieke ruimte zoals we die kennen in West-Europese steden: vrij toegankelijk voor iedereen, maar niet noodzakelijkerwijs meer dan dat. Daadwerkelijk publieke ruimte verschilt hiervan volgens Sassen doordat het ‘gemaakt’ wordt door de gebruiken van mensen in deze ruimte. Ook de public-access ruimte krijgt haar publieke betekenis door de activiteiten van mensen. Omdat traditionele noties van publieke ruimte in Beiroet niet meer van toepassing zijn vanwege de verregaande privatisering, vercommercialisering, politisering, surveillance en ‘verpretparking’, werd in de workshop gezocht naar manieren om (tijdelijk) publieke ruimte te maken. Daartoe werden plekken in de stad gezocht die zich hiervoor lenen: wat Sassen terrains vagues noemt: onderbenutte plekken tussen absoluut publiek en absoluut privaat in. Voorbeelden hiervan zijn trappen, verkeersknooppunten, ruimtes onder viaducten en verlaten en vervallen gebouwen.

Om deze ideeën in praktijk te brengen werd er ook daadwerkelijk een interventie gedaan: een openluchtbioscoop op de trappen in het uitgaanscentrum Gemmayzeh. Op deze prachtige locatie werd op initiatief van de deelnemers een film over de populaire Libanese zangeres Fairuz getoond. Dit evenement was vrij toegankelijk voor iedereen. De avond werd  een overweldigend succes. Deze trappen op dat specifieke moment, waren een van de best gebruikte publieke ruimtes die wij in Libanon hebben gezien. Behalve dat een evenement een publieke ruimte kan maken, verbindt het haar bezoekers door een gedeelde herinnering aan een bepaalde plek. Hoe klein ook, juist dit soort ervaringen dragen bij aan het ontstaan van publiek leven in de stad.

Deze benadering van de publieke ruimte wijkt af van de architectonische en stedenbouwkundige traditie. Je kunt je afvragen of architecten zo ver buiten hun eigen discipline moeten opereren, maar juist dit programmatisch denken en handelen kan een significante bijdrage leveren aan het publieke leven in de stad. In een stad als Beiroet, waar grootschalige fysieke interventies in het publieke domein vrijwel niet zijn te realiseren, is deze manier van opereren zelfs onontkoombaar. Maar ook in West-Europa kunnen deze ideeën mogelijk een bijdrage aan het debat en de praktijk leveren.