Recensie —

Prettig chaotische beroepsambitie

Janjaap Ruijssenaars

‘Momenteel werk ik alleen, maar ik zoek nieuw talent voor dit groeiende bureau.’ Met deze zin beschreef Jeroen van Mechelen de bezetting van zijn bureau Studio JVM. Naar aanleiding van de expositie Working Apart Together – Jonge Amsterdamse Architecten Bureaus vond in ARCAM een openbaar gesprek plaatst tussen startende en gearriveerde architecten.

Hoe begin je aan het vak? Wat is je interne motor? Hoe kleed je je? Hoe beheers je ´time management´? Wat is het begrip ambitie?, het waren enkele van de vragen die gespreksleider Maarten Kloos stelde aan zijn gesprekspartners. Jeroen van Mechelen (Studio JVM): 'Ambitie heeft te maken met karakterstructuur. Laatst las ik een interview met mezelf terug in een krant, en ik zag aan m´n woordkeuze dat ik verbanden wil leggen, de hele bandbreedte benutten, meewerken aan mooie werken, groot wil zijn.' Het heeft iets intiems om over ambities te praten, waardoor de openhartigheid te prijzen was. Niemand heeft die avond gezegd de Pritzker prijs te willen winnen, en de ambities van een architect zijn misschien minder makkelijk te duiden dan die van een voetballer, maar het maakt ze niet minder interessant.

Enkele citaten:

Ongenoegen over wat er al staat, het anders willen doen – Miguel Loos / Loos Architecten.

Het gaat niet zozeer om bouwen of weerstand, waarom niet de consensus zoeken in bijvoorbeeld een goed advies – Bas van Vlaanderen / Bavavla.

Soms is er teveel nadruk op realiseren, het vak heeft een cultuur die krachtig is – Anne Holtrop.

Kloos: 'Waarom ben je architect geworden?' Jan Richard Kikkert van K2 architecten weet op mooie wijze het plezier van het vak te duiden: 'Het is de veelzijdigheid waardoor je de ene dag in een stal met 1200 koeien luistert naar de bedrijfsvoering van de boer, een dag later met de grote ontwikkelaars vergadert om je ´s middags te voegen bij een echtpaar met hun eigen besognes. Ook tijdens reizen hoef je je nooit te vervelen. Het is eigenlijk het ideale vak. Curieus dat een Engels onderzoek aantoont dat architecten de ongelukkigste beroepsgroep vertegenwoordigen.' 'Een Nederlands onderzoek toont aan dat architecten wel de meest gewilde huwelijkspartners zijn. Dat zijn nou die extremen waar we tussen opereren´, vult Miguel Loos luchtig aan.

Nieuwsgierig naar de visie van de eminence grise van de beroepsgroep, geeft Kloos Michiel Cohen van Cepezed het woord. 'We weigeren te benoemen wat het vak is, doen aan hineininterpretieren, en missen houvast! Elk mens tussen de 20 en de 30 heeft ambitie en idealen, dat heeft niks met het vak te maken. Een arts kan tenminste z´n vak verdedigen. Idealisme hebben ze bij Shell ook. We moeten benoemen wat de bindende factor van het vak is, anders verdwijnt het.'

Aart Oxenaar (directeur Academie van Bouwkunde), spreekt de heer Cohen op dit punt tegen: 'Eerdere periodes in de 20e eeuw, waarin ingenieurs of aannemers het vak zouden overnemen werden ook overleefd. Als je vindt dat je terrein verliest als beroepsgroep, is het wel van belang om als architect verantwoordelijkheid te nemen in de verschillende fases van de bouw en dit niet af te schuiven.' Met staccato Engelse oneliners geeft Igor Kebel van Elastik de natuurlijke evolutie van dit terreinverlies weer: 'We are advisors, not engineers, not conductors. Buildings are not ours, but of the users. Architects, traditional, are dying.'

Kloos: 'Is een architect niet gewoon iemand die z´n eigen bureau heeft?' De meningen zijn hierover verdeeld. De twee uitersten worden vertegenwoordigd door de vrouwen van HENK en twee werknemers van One Architecture, hier voor het gemak aangeduid als One. Angela Holterman en Monica Ketting van HENK zijn gepassioneerde pleitbezorgers van de veelheid aan zelfstandige beslissingen die je binnen een eigen onderneming kunt nemen. 'Of het nou ontwerpen, de website of de huisstijl betreft, het is prettig om beslissingsnemer te kunnen zijn.' One: 'Binnen een bureau kan je je eigen ambitie waarmaken. Een bedrijf is als een voertuig. Als een voertuig niet goed is, moet het weg.'

Het gesprek verplaatst zich in de richting van bedrijfsvoering.

Enkele citaten:

In het buitenland zijn opvallend grote bureaus. In Nederland is het gros van de ondernemingen een eenmanszaak. Naambordje op de deur, laptop openklappen en starten – Kikkert.

In landen als Engeland en Duitsland zijn enorme bureaus waar je carrières kan bouwen. In Nederland zijn er ook enkele van formaat maar de schaalniveaus van de opdrachten zijn anders – Cohen.

Een rede om een eigen praktijk te starten is dat bij een groter bureau de klant toch de oudere heren, de grote namen als Rijnboudtt aan de telefoon wil. Of je nou partner bent of niet – Loos.

Niet de maat is belangrijk, maar: waar sta je voor – Holtrop.

De markt bepaalt welk formaat bureaus het meest voorkomen – Cohen.

Op de vraag of men een eigen bureau wilt antwoord 98 % Ja. De antwoorden op de vraag wat gedaan moet worden om jonge architecten te faciliteren zijn niet eenduidig te structureren – BNA.

Inmenging van de BNA is de aanleiding om de pijlen daarop te richten. Dit is ook het moment waarop de herhaling in de discussie lijkt te sluipen en ze richting verliest. Er komen nog wel interessante thema´s ter sprake, als het hebben van dubbele agenda´s, het concept dat op z´n retour is en een idols contest voor architecten maar het gerinkel van glazen en flessen luidt de afronding in. Als architect Anne Holtrop aan architect Jeroen van Mechelen de voor een arts vermoedelijk onbegrijpelijke vraag stelt: 'Wat interesseert je nou zo aan dat bouwen ?' is de discussie gelooped en de natuurlijke gong geslagen. Kloos rondt af.