Feature —

Afgeschermde woondomeinen

Sebas Veldhuisen

Bij de presentatie van de publicatie Afgeschermde Woondomeinen organiseerde het Ruimtelijk Planbureau een persexcursie naar drie stedelijke voorbeeldprojecten in Den Haag. Nergens camera’s, hekken en bewakers. De Nederlandse variant op de gated community is van een geheel andere orde.

Afgeschermde woondomeinen in Nederland blijken, in vergelijking tot voorbeelden in het buitenland, een eigen verschijningsvorm én maatschappelijke oorzaak te hebben. In landelijke gebieden zijn de laatste jaren veel nieuwe kastelen en landgoederen gebouwd. Maar er zijn ook interessante binnenstedelijke voorbeelden die vooral in schaal afwijken van de kleinere historische hofjes. De auteurs van de publicatie gaven ter plekke uitleg.

De Grote Hof heeft rondom smalle ramen als schietgaten. Een sloot ligt als slotgracht op enige afstand en de stadspoort is een verhoogde doorgang. Deze burcht ligt erbij als een middeleeuwse stad in tijden van vrede. Hier wordt geen vreemdeling tegengehouden. Alleen een hoge trap ontmoedigt hem misschien om naar binnen te gaan. Gelukkig is de Nederlander niet zo snel te ontmoedigen. Binnen aangekomen is de verkeersruis van de A12 plotsklaps verdwenen. Een ruimte opent zich, sereen als een kloosterhof. Dit effect wordt nog eens versterkt door de hoge grijze kolommen die het hof omsluiten.

De colonnade vormt een uitloop van de woonkamers, met de bekende tuttigheid van bankjes, beeldjes en bloembakken. Daartussen staan slordig kleurrijke driewielers opgesteld. Maar op dit doordeweekse uur geen racende koters, vooral hoveniers die elke vorm van wildgroei in de grasmat vakkundig uitvlakken. Honderden ramen rondom zijn de toeschouwers in deze arena. Geen ongewenste gast komt hier ongezien weg. Het is als een straat die naar binnen is gevouwen. Losgekoppeld van het stratenplan, onvindbaar voor het stadsverkeer. Hier en daar opent de bebouwing zich voor een steegje dat aansluit op de kleinere hoven of naar het omliggende gebied leidt. Daar is de nieuwe stad van eindeloze eengezinsmonotonie, anoniem als een bedrijvenpark langs de snelweg.

Van nieuw Den Haag naar ‘s-Gravenhage voert de excursie langs het Monchyplein. Een cluster modern classicistische woongebouwen op een voormalig kazerneterrein. Een publiek park met speelse waterpartij en sierbrug wordt omsloten door langgerekte woongebouwen, een halve cirkel en twee torens. Aan twee zijden sluit dit hof aan op het stedelijk weefsel van de chique Archipelbuurt. Dit is niet de buurt waar overlast van recalcitrante jongeren te verwachten valt. Nergens zijn hekken. De beslotenheid ligt in de rust. Het zijn de zachte randen van water en groen die kenmerkend zijn voor deze woondomeinen. Bij een trap naar een verhoogd binnenhof staat een bescheiden bordje privéterrein. Er is geen sterveling te bekennen, geen hand achter het venster schuift de vitrage tot halverwege het gezicht. Hier wonen tweeverdieners die pas na zonsondergang weer thuiskomen. Het kijkgroen dat nauwelijks wordt gezien is dan ook slechts een grasveldje met een kronkelpad van nog niet vergruisde schelpen.

In de discussie over afgeschermde woondomeinen wordt vaak de angst geuit dat afsluiten leidt tot het verkleinen van de openbare ruimte. Het Monchyplein ontsluit juist een gebied dat voorheen niet toegankelijk was voor de stadswandelaar. Dit geldt eveneens voor het derde voorbeeldproject, de Huygensgracht in de Haagse stationsbuurt. Deze buurt is sinds kort officieel aandachtswijk, een eufemisme voor het gevreesde stempel ‘probleemwijk’. Alhoewel het aangrenzende Huygenspark een liefelijk parkje lijkt, wordt een straat verderop de sfeer beheerst door porno, patsers en patrouilles. Den Haag is een stad van abrupte overgangen, wisselend als het zeeklimaat. Vanaf het park leidt een wandelroute door een poort in een gebogen straatwand langs achtertuinen naar een ovaal binnenplein. Het gras ontbreekt. Het plein van rode klinkers wordt ook hier weer omsloten door een colonnade. De wandelroute blijkt aan de andere zijde van het complex uit te komen. Ondanks het voetgangersbord nodigt dit rustige binnendoortje juist uit tot het fietsen van de snelste route naar het station; afscherming én doorgang. De poldervariant op de gevreesde gated communities is een stuk minder defensief in zijn fysieke werkelijkheid. Toch is geen van de bezochte projecten door een Nederlandse architect ontworpen. Rapp, Bofill en Vandenhove zijn gerenommeerde Europese architecten. Dit maakt nieuwsgierig naar dit verschijnsel in andere landen van dit continent.

Naast een zestal Nederlandse case studies gaat de publicatie van het Ruimtelijk Planbureau in op voorbeelden uit Peking, Warschau en Toulouse waar hoge hekken, camera’s en bewakers de woondomeinen beschermen. Blijkbaar heeft deze beveiliging toch een andere oorzaak. In de Nederlandse verzorgingsstaat heerst volgens de statistieken nauwelijks angst voor onveiligheid. Een enkelhoog hekje of een trappetje bieden genoeg afscherming om de behoefte aan geborgenheid en overzichtelijkheid te waarborgen.