Recensie —

Big Bang Beijing

Bert de Muynck

Iedereen maakt zich op voor de Olympische Spelen. In de aanloop naar dit grootse evenement wordt de boekenmarkt overspoeld door publicaties over China. Big Bang Beijing verscheen eind 2007. De publicatie roept de vraag op in hoeverre het beeld dat van de Chinese stedelijke ontwikkeling wordt opgehangen strookt met de realiteit.

De Chinese ambassadrice in Nederland, Xue Hanqin, vatte enkele weken geleden in een opiniebijdrage in de Volkskrant nog eens de essentie van China's ontwikkeling richting de Olympische Spelen samen; 'Wij hopen dat het gastheerschap van de Spelen China’s kennis van de wereld zal verrijken, zoals omgekeerd het begrip van de wereld voor China zal toenemen. Voor het eerst in de geschiedenis zullen de Spelen in een Aziatisch ontwikkelingsland worden gehouden. (…) Sommigen vrezen dat luchtvervuiling en verkeerstagnaties in Peking de sportevenementen negatief zouden kunnen beïnvloeden. Ik verzeker u in ieder geval dat het gemeentebestuur en de bevolking van Peking al het mogelijke doen de luchtkwaliteit en de verkeersomstandigheden te verbeteren.' In essentie komt dit neer op de ambities van China om een harmonieuze samenleving, en wereld, te creëren, die kennis, en ook handel, tussen verschillende culturen bevordert en zich daarbij bewust is van de prijs die daarvoor betaald moet worden: vervuiling en mobiliteit. Het is geen geheim dat de Olympische Spelen de motor zijn achter Beijings stedelijke ontwikkeling. Beijing kennen we als een grootse, dramatische en eeuwige filestad, waar de projecten van enkele buitenlandse architecten alle aandacht opeisen ten koste van de rest van de stedelijke ontwikkeling.

Met hun boek Big Bang Beijing, gepubliceerd bij de Japanse uitgeverij Kajima, ondernemen de Japanse architect Hirosame Shirai en Duitse architect Andre Schmidt een ijdele poging om dit beeld bij te stellen. Beijing is voor hen de stad waar ze de voorbije jaren hebben gewoond en gewerkt. Beiden werkten voor OMA aan de CCTV-toren en Andre Schmidt als project architect voor TVCC. Voor deze publicatie nodigden ze ook enkele auteurs uit, met allicht als enig criterium dat men, op een enkele uitzondering na, onderdeel uitmaakt van de Rotterdam-Beijing OMA-karavaan.

In hun voorwoord hebben de auteurs het over de mutaties die deze stad kenmerken, de spanning tussen oud en nieuw, en de invloed van de snelheid, complexiteit en ongebalanceerde ontwikkeling op een stedelijke omgeving waarmee de bewoners van deze stad dagelijks geconfronteerd worden. Vervolgens wordt aan de hand van een tiental thema's (cityscape, construction, demolition, roof top, window, decoration, commerce,…) tekstuele en fotografische toelichting gegeven. Over de teksten kunnen we kort zijn; niets dat u wellicht nog niet wist (de zogenaamde spanning tussen de oude en nieuwe stad, heel veel Mao om de ontwikkeling van de stad te verklaren en observaties die u reeds in de betere kranten en tijdschriften hebt kunnen lezen).

De foto's die de architecten van Beijing maakten zijn van een twijfelachtige kwaliteit; toevallige momentopnames die de stad in al haar grauw- en grijsheid tonen. In die zin zijn ze eerlijk, maar niet interessant genoeg om langer dan een seconde naar te kijken. Big Bang Beijing is dan ook een doorbladerboek dat ik in een boekhandel vluchtig zou doornemen en na een eerste indruk op zijn schijnbaar voordelige prijskwaliteit verhouding zou kopen. Om het uiteindelijk thuis inhoudelijk-contextueel-kritisch een onvoldoende te geven. Een simpel voorbeeld zijn de zinnen die de auteurs als bijschrift bij de afbeeldingen schreven. Inzichtloze en al te expliciete herhalingen van wat men op de foto ook wel kan zien – met uitzondering van de vertaling van enkele Chinese vastgoedslogans. Als momentopname is de publicatie dan weer wel interessant omdat het een voorbeeld is van hoe vandaag de dag ‘architectuuronderzoek’ zich in de logica van de spektakeleconomie inschrijft, in dit geval die van de Spelen. Voor een breed publiek lijkt de publicatie me te specifiek en gratuit, en voor een ingevoerde wat overbodig. Een blog of website zou wellicht een beter medium geweest zijn om dezelfde boodschap over te brengen.

De meest interessante observatie in het boek komt van Rem Koolhaas, zijn begin- en eindzin luidt als volgt; ‘For 5 years, this was my regular view. (…) The view never changed, but its meaning was never quite the same.’ De foto is een zicht, vanuit een hotelkamer, op de Verboden Stad, het Nationaal Museum en The Great Hall of the People. In een korte bijdrage leest Rem Koolhaas de spanning tussen oud en nieuw, stabiliteit en verandering, beeld en betekenis in heldere bewoordingen. Dit uit de ervaringen en indrukken die het werken in dit land en deze stad bij hem opriepen. Het is jammer dat de auteurs niet eenzelfde intensiteit aan hun ervaring van Beijing hebben gegeven. De sprankelende façade van afbraak en opbouw heeft het hen schijnbaar onmogelijk gemaakt om enige diepgang in de stedelijke transformatie te vinden. In tegenstelling tot wat de titel van het boek doet vermoeden, loopt Big Bang Beijing uiteindelijk inhoudelijk en beeldend als een sisser af. Een kwade geest zou kunnen opperen dat dit precies de visionaire insteek is die de auteurs in hun publicatie hebben willen verbergen.

Wilt u dan toch een momentopname van Beijing, koop of blader dan Ai Weiwei's megalomane Beijing 10/2003 door. Daarin staat een 862 pagina tellend fotografisch verslag van zijn 16-daagse trip door de stad, waarbij hij iedere straat, hutong en ringweg heeft vastgelegd. Dat boek spreekt over de transformatie van deze stad, tot en met vandaag. Of bekijk een aflevering van Sexy Beijing.