Feature —

Bijlmerervaring

Hans Teerds

Begin december werd bekend dat Micha de Haas de prijsvraag 1:500 Ontwerp Heesterveld heeft gewonnen. Onderwerp van deze prijsvraag is de wijk Heesterveld in de Bijlmermeer. Hans Teerds ging kijken naar de grondige gedaantewisseling die de beruchte buitenwijk van Amsterdam de afgelopen jaren heeft doorgemaakt.

Geen wijk zo veel besproken als de Bijlmermeer. Jarenlang heeft de wijk in krantenkolommen symbool gestaan voor alles wat fout kon gaan in de ruimtelijke ordening. Idealen die ingehaald zijn door de realiteit; architectuur die de bewonersbehoefte miskent; grote leegstand en als reactie een eenzijdig toewijzingsbeleid. De anonimiteit van de hoogbouw en de leegte van het maaiveld werkten criminaliteit in de hand.

Als een slecht imago eenmaal bestaat is het een helse klus om er weer vanaf te komen. De vernieuwingsoperatie, die de problemen moet oplossen, is inmiddels volledig op stoom. Vernieuwing met behoud van de bestaande multiculturele identiteit, want ook daar staat de Bijlmer om bekend. Er zijn wandelingen uitgezet die de bezoeker in een paar kilometer langs alle werelddelen leidt, inclusief de enige hindoeïstische school van Nederland en het nieuwe kerkverzamelgebouw De Kandelaar, waar de talloze Evangelische kerkgenootschappen terecht kunnen die eerder in leegstaande garageboxen bij elkaar kwamen.

Wie een dergelijke wandeling maakt krijgt een goede indruk van de vernieuwing van de wijk. Na het winkelcentrum Amsterdamse Poort – levendig als altijd – en het nieuwe Anton de Komplein, met ruimte voor de markt, het stadsdeelkantoor en een zwembad in aanbouw, kom je meteen in de laagbouw terecht. Rijwoningen in een lichte baksteen en doorzonplattegronden met voor- en achtertuinen. De woningtypes lijken niet te verschillen van standaard Vinex-woningen, maar bieden de veelkleurige Bijlmerbewoners wel de mogelijkheid binnen de eigen buurt een volgende stap in de wooncarrière te zetten. Aan de andere kant van de verhoogde dreef, in de door Rein Geurtsen opgezette F-buurt, zijn net de woningen van Kas Oosterhuis (ONL) opgeleverd. De opvallende gevels, met name de detaillering, doet denken aan autobeplating. Vakmanschap van Oosterhuis in contrast met de laagbouw in baksteen er om heen.

De door Van Schagen Architekten gerenoveerde en uitgebreide flat Florijn (foto's Janine Schrijver)
De door Van Schagen Architekten gerenoveerde en uitgebreide flat Florijn (foto’s Janine Schrijver)

Hoe de wandeltocht ook verder gaat, overal wordt het groene maaiveld van de Bijlmer opnieuw verkaveld in klassieke stedenbouwkundige patronen: min of meer gesloten bouwblokken met straten en pleinachtige ruimten. Hier vindt reactionaire stedenbouw plaats. Begrijpelijk, maar niet op voorhand bevredigend. Waarin verschilt de Bijlmer nog van de Vinex? Al wandelend valt op dat het straatbeeld toch anders is, al is niet meteen duidelijk waar dat door komt. Zijn het de kinderen op straat? Zo divers zul je ze zelden aantreffen in de doorsnee Vinex-wijk. Ligt het aan de inrichting van de tuinen? Vast ook, maar het meest bepalend zijn toch de fragmenten geschiedenis die in de nieuwe stedenbouwkundige patronen zijn opgenomen. Vlak achter de woningen van Oosterhuis bijvoorbeeld, ligt de door Van Schagen Architekten met zorg gerenoveerde flat Florijn. Fijnzinnige detaillering contrasteert met behouden betonnen elementen. In de oude overdekte straat zijn grote atelierwoningen gemaakt, die rug aan rug liggen met nieuwe woningen in het binnengebied. Wat een prachtig contrast ontstaat hier: de oorspronkelijke hoogbouw staat letterlijk middenin en zelfs bovenop de nieuwe laagbouw. Zoiets stedelijks tref je in de Vinex niet.

In de uiteindelijke plannen zijn helaas slechts weinig fragmenten van de Bijlmerflats bewaard gebleven. Alleen in het ‘Bijlmermuseum’, een ensemble van flats dat bewaard blijft, zal nog iets te zien zijn van de kenmerkende honingraatstructuur van de Bijlmermeer. Een gemiste kans lijkt me – zeker gezien het feit dat er niet alleen eengezinswoningen voor terug komen, maar toch ook een relatief hoog aantal appartementen. Het is begrijpelijk dat de stedenbouw hier zoekt naar veilige patronen, maar het gevolg is dat de grootsheid van de Bijlmermeer verloren gaat in een onsamenhangende lappendeken van afzonderlijke buurten. Juist de fragmenten van de flats, ingepast in verschillende nieuwe stedenbouwkundige settings, zouden de Bijlmer een unieke grandeur kunnen geven.

boven: Mengen & loslaten - 1507575, Micha de Haas architecten, winnaar Heesterveld Stimuleringsprijsvraag
boven: Mengen & loslaten – 1507575, Micha de Haas architecten, winnaar Heesterveld Stimuleringsprijsvraag
beneden: Metrohalte Bijlmerpark, M3H architecten, tweede prijs Heesterveld Stimuleringsprijsvraag
beneden: Metrohalte Bijlmerpark, M3H architecten, tweede prijs Heesterveld Stimuleringsprijsvraag

Datzelfde euvel – de samenhang met de omgeving op grote en kleine schaal – lijkt ook het probleem te zijn van de prijsvraag 1:500 Ontwerp Heesterveld. De prijsvraag behelsde het herontwerp van het middenhoogbouwensemble Heesterveld, gelegen naast het metrostation Bullewijk, een ontwerp uit de jaren tachtig van Frans van Gool. In een helder betoog in het boek Blikveld, dat bij de prijsvraag verscheen, legt Anna Vos van het Bouwfonds MAB Development uit wat de problematiek van het ensemble is. Volgens haar gaat het niet om het grauwe beton, de gedateerde gevels noch de kale portieken. Het probleem zit dieper: het verkeerde type op de verkeerde plaats. De opzet van Heesterveld is gebaseerd op het Midden-Europees bouwblok. Daarin speelt het contrast tussen binnen en buiten een grote rol: de drukte van de straat versus de rust van de collectieve hof. Bij Heesterveld is dit principe omgedraaid: de hof is in gebruik als parkeerterrein, terwijl de omgeving niet stedelijke maar ‘groen’ is. De context is daarmee volgens Vos te weinig levendig om een contrast met het binnengebied te vormen, en bovendien is met de hof als parkeerterrein geen collectieve identificatie mogelijk. Vos’ conclusie is dat er geen redenen zijn – noch uit bouwkundig, noch uit (cultuur) historisch, noch uit sociaal oogpunt – om het ensemble te behouden.

Haar essay biedt een mooi uitgangspunt om de zes genomineerde ontwerpen (van Inbo, Dittmar, Marco Henssen, M3H, FARO en winnaar Micha de Haas) te beoordelen. Slechts twee inzenders hebben de sloop van het complex tot uitgangspunt gemaakt: M3H en Dittmar. Alle andere genomineerden proberen het ensemble een nieuwe functie te geven. Allen doen een ingreep in het maaiveld om de verhouding tussen privé en openbaar te verduidelijken. Wat opvalt is dat dit telkens gebeurd door het groen te vervangen door waterpartijen – heeft dat de voorkeur van de jury? Het plan van M3H grijpt het meest rigoureus in: het ‘lege’ groene maaiveld wordt een moeras waarin kleinschalige bewoning mooi contrasteert met de omliggende flats. M3H won met dit idee de tweede prijs. Uitschrijver Ymere heeft aangegeven te willen onderzoeken of deze veelbelovende verkaveling gecombineerd kan worden met het winnende plan van Micha de Haas.

Dat zal nog niet meevallen, vermoed ik. De Haas stelt voor het Heesterveld te behouden als een ‘cultureel landgoed’. Geef de burger, in het bijzonder de culturele ondernemers, voor bepaalde tijd de vrije hand, stelt De Haas. Later – als de omgeving veranderd is en daarmee ook de vraag naar ruimte – kan dan besloten worden of de gebouwen bewaard blijven of alsnog tegen de vlakte moeten. Een gedurfd voorstel, want hij stelt daarmee dat de beslissing over de toekomst van Heesterveld geen haast heeft. De impuls voor de omgeving verwacht De Haas echter niet van dit landgoed, maar van een groot commercieel programma dat hij tegenover het ensemble situeert. In zijn inzending is dat een zwembad onder een verhoogd maaiveld met daarop vier rijtjes Vinex-woningen. De jury, onder leiding van Jo Coenen, noemt dit laatste cynisch, vanwege de vrij letterlijke uitwerking van deze woningen. Toch overtuigt juist dit gebouw, mede door het gebrek aan concessies aan het concept. Het is radicaal in alle aspecten: het verheft de woningbehoefte letterlijk tot een buurt op niveau, en laat bovendien het fameuze groene maaiveld doorlopen tot in het zwembad. Waar het groen buiten ‘gevaarlijk’ is, is het binnen CenterParcs-paradijselijk. Het zal echter lastig blijken aan dit programma vast te houden. Het stadsdeel bouwt juist een kilometer verderop een nieuw zwembad.

Het grootste probleem van een nieuw Heesterveld wordt echter de samenhang met het grotere geheel van de Bijlmermeer. Alleen M3H zet dit naar zijn hand door van het hele maaiveld tot aan het Bijlmerpark moeras te maken. Alle andere genomineerde inzendingen zeggen niets over dit schaalniveau. Mijns inziens blijft de vraag of de korrel van de ingreep groot genoeg is voor de problematiek van het Heesterveld. En of de introductie van water in de plannen niet juist de samenhang met de rest van de Bijlmermeer zal verhinderen. Als die samenhang verloren gaat, is het de vraag of alle mooie beelden die deze prijsvraag heeft opgeleverd – van een levendig gebruik van de openbare ruimte, en de gebouwen verhuurd aan de vele ondernemers die de Bijlmer rijk is – ooit werkelijkheid zullen worden.

Zo bewijst ook deze prijsvraag dat de grootse samenhang van de Bijlmermeer verloren gaat ten gunste van buurten en incidentele hoogstandjes. Daarmee wordt de Bijlmermeer vooral heel normaal – zo zien alle stedenbouwkundige plannen er tegenwoordig uit. Wat anders zal blijven is de bevolking zelf: gelukkig nog steeds geen doorsnee.