Feature —

In de leer bij de Zwitserse meester

Serge Schoemaker

Het kunstmuseum Kolumba in Keulen van de Zwitserse architect Peter Zumthor werd onlangs in gebruik genomen. Tien jaar duurde de planning en bouw van dit project. Zumthors archaïsche, ambachtelijke architectuur is het resultaat van een eigenzinnige werkwijze – en grenzeloos geduld. Hoe gaat hij te werk? Hoe functioneert zijn bureau? Een persoonlijk verslag.

Het atelier van Peter Zumthor ligt in de Alpen in het Zwitserse dorp Haldenstein, 100km ten zuiden van Zürich en is omgeven door de rotswanden van de Calandaberg. In een ongewone idylle, ver weg van het urbane leven, werken hier rond 20 medewerkers aan zijn veelbesproken projecten. De hectiek van de internationale bouwprojecten blijft voor bezoekers echter verborgen: de zuivere alpenlucht en de met Japanse kersenbomen gevulde ateliertuin geven het atelier een misleidend serene uitstraling.

Zumthors kleine 'campus' is verdeeld over twee gebouwen, beide uit zijn eigen oeuvre: het houten ateliergebouw uit 1981 en het op steenworp afstand gerealiseerde u-vormige atelier-woonhuis, een betonconstructie uit 2003. De nabijheid van privé- en werkruimtes kenmerkt het leven van Peter Zumthor en dat van zijn medewerkers. Velen komen uit het buitenland en zoeken hun kamer of woning in de directe omgeving van het atelier. Aangezien dit landelijke kanton – op de interne openingsborrels, afscheidsfeestjes, raclette-avonden en kerstdiners na – weinig afleiding biedt, zit er voor de medewerkers niets anders op als zich for the time being op het werk te concentreren.

In de eerste weken van mijn vijfjarige aanstelling, maakte Zumthor mij al snel duidelijk dat ik die Nederlandse 'academische' werkwijze, die ik me in Delft had aangeleerd, maar snel moest vergeten. Met kleurrijke conceptideeën en programmatische analyses kon hij niks beginnen. In Haldenstein ontwerp je pragmatisch, door middel van aanzichten, plattegronden, doorsneden en details. Je ontwerpt vanaf het begin visueel en constructief. 'Architectuur denken' noemt Zumthor dit. En denken doe je zonder computer, met een leeg schetsvel en een potlood. Stift: 6B.

De architectuur van Zumthor is consistent en eerlijk. Draagconstructie en bouwwijze zijn leesbaar en een logisch gevolg van het ontwerpidee en de materiaalkeuze. Een goed ontwerp overtuigt volgens Zumthor in al zijn verschijningsvormen: als gebouw en constructie, maar ook op papier, in doorsnede en detail. Zijn architectuur kenmerkt zich door een doordachte, bijna geësthetiseerde materiaalbewerking en voeging der delen. Eindeloos kan hij met zijn werknemers discussiëren over de kleinste details. Voor menig medewerker openbaart zich hier een nieuwe dimensie van perfectie. Ook datgene wat later verborgen blijft, wordt zorgzaam doordacht: 'Der liebe Gott sieht alles!'

Zumthor zoekt in het begin van het ontwerpproces naar een 'atmosfeer'. Er wordt met woorden gezocht naar een vanzelfsprekend, visueel beeld voor de betreffende opgave, omschreven in ruimte, kleur, licht en klank. De architectuur wordt zo nauwkeurig mogelijk beschreven in constructiedelen, materiaalsoorten en bouwmethoden. Zumthor hecht bij deze discussies met zijn ontwerpteam veel waarde aan het gebruik van de juiste vaktermen. Zwitserse collega's ontpoppen zich hier tot ware vocabulaire fetisjisten. De voertaal bij deze ontwerpdiscussies is Duits en dat is goed, waarschijnlijk is er geen taal waarin zijn architectuur beter te verwoorden is dan het Duits, waarin alles zo heerlijk direct, bondig en precies klinkt.

Nadat Zumthor zijn gedachten met het team heeft uitgewisseld en zijn architecten het ontwerp in 6B op papier hebben gebracht, worden er maquettes gebouwd. In de werkplaats, in de kelder van zijn atelier-woonhuis, bouwen stagiaires onophoudelijk modellen uit karton, hout, kunststofschuim, gips en was, in alle schalen en varianten. Urenlang kan Zumthor bij zijn maquettes staan en alle facetten van het ontwerp bevragen, analyseren en verfijnen. Een proces dat enkel onderbroken mag worden door zijn tennislessen of een tv-uitzending met Roger Federer. Deze ontwerpfase kan weken voortduren en eindigt pas wanneer alle alternatieven zijn afgewogen en iedereen van mening is, dat dit de oplossing is voor de opgave. Hij zoekt 'der harte Kern der Schönheit'.

Het bureau is traditioneel en hiërarchisch georganiseerd, in architecten, stagiaires en tekenaars. Deze laatste groep maakt uiteindelijk de digitale, bouwkundige tekeningen. Ook de bestektekeningen worden door het bureau vervaardigd. In de uitwerking van de details, waar de esthetische idealen vaak botsen met de praktische mogelijkheden, toont Zumthor evenveel vastberadenheid als in de ontwerpfase. Met oneindig veel geduld laat hij zijn architecten zoeken naar de mogelijkheden om het ontwerp zo te realiseren als het bedacht is. Ook in deze fase wordt het ontwerp nog regelmatig aangepast en verbeterd. Tot tijdens de bouw laat Zumthor zich leiden door zijn architectonische overtuigingen, waarbij hij alle regels van het bouwproces trotseert. Een compromisloze houding, die veel begrip en loyaliteit vraagt van zijn opdrachtgevers, aannemers, en medewerkers.

Ondanks de vele aanvragen, wil Zumthor zijn atelier niet laten groeien. Aan de verschillende projecten wordt gewerkt in kleine teams. Voor zijn geduldige, atmosferische ontwerpmethoden is rust nodig en zijn compromisloze manier van detailleren en uitvoeren vereist controle en overzicht. Hij selecteert zijn opdrachten op basis van de architectonische potentie, zijn persoonlijke interesse en de tijd die hij ervoor krijgt. Een ware idylle.