Feature —

Nijmegen, op in de vaart der volkeren

Andrea Voskens

In de serie Wat is er aan de hand in…? gaat ArchiNed op zoek naar lokale ontwikkelingen in stedenbouw en architectuur. Deze keer is het de beurt aan Nijmegen. Deze oudste stad van Nederland, wederopbouwstad, Havana aan de Waal en thuishaven voor zo ’n 160.000 inwoners, wil vooruit en haalt daarvoor nationale ‘sterren’ als Liesbeth van der Pol, Mecanoo en Sjoerd Soeters in huis.

De stad wordt aan de oost- en zuidzijde door de Ooijpolder en andere natuurgebieden begrensd. Aan de westzijde van de stad zijn de grenzen bereikt en schurkt de stad aan tegen buurdorpen Beuningen en Wijchen. Eind jaren negentig heeft Nijmegen dan ook noodgedwongen de sprong over de Waal gewaagd en rukt op richting Arnhem. Na annexatie van de in dit gebied liggende dorpen is de Vinex-wijk Oosterhout een feit geworden. Samen met de eerste paal vindt de discussie over de Vinex-wijk zijn aanvang: ‘groen is ook niet alles’, ‘noodzakelijk kwaad’, ‘leuk voor de gewone man (lees: archibeet)’, ‘getto of paleistuin’, ‘over twintig jaar rijp voor een herstructurering’, ‘grappige maar oppervlakkige architectuur’ enzovoort. Vooralsnog hoppen er echter horden mensen de Waal over en leven daar (hopelijk) lang en (schijnbaar) gelukkig.

Maar er is meer. Nijmegen kent lege of niet-ontworpen plekken – erfenissen van de tweede wereldoorlog – die zich lenen voor nieuwe inbreidingen midden in het centrum. Voor het belangrijkste deel, de Mariënburg, is Sjoerd Soeters (Soeters Van Eldonk) binnen gehaald als redder van de Nijmeegse binnenstad. Ook hierover zijn de discussies nog niet afgerond, immers, de teleurstelling onder het lokale talent is onnoemelijk groot. Feit is dat de Mariënburg onder Soeters’ leiding getransformeerd is van een naargeestige, armoedige en dode plek in de stad, met alleen het arbeids- en politiebureau als negatieve publiekstrekkers, in een levendig, prettig plein dat wordt omgeven door overwegend positieve publieksfuncties; woningen en winkels. In het project zijn verder nog het Nijmeegse element der hoogteverschillen verwerkt, het vereiste aantal m2 winkeloppervlak, een speelse architectuur en de kleuren van Soeters. Kortom, een aanwinst voor Nijmegen. Onderzoeken wijzen uit dat de Nijmegenaar in zijn sas is met het nieuwe plein.

Enthousiast geraakt door dit succes heeft Nijmegen – als resultaat van een referendum – de herinrichting van Plein 1944 in handen van de bureaupartner van Soeters (Jos van Eldonk) gelegd. Opnieuw betreft het hier de invulling van een ‘wederopbouwplein’ dat met een knipoog naar de historie van de stad tegemoet zal komen aan de wensen van de moderne stadsbewoner: gezellige en gemakkelijk te begrijpen architectuur. Echter, daar waar de Mariënburg een bijna Italiaans plein is, zal Plein 1944 een meer stedelijk karakter krijgen. Enfin, de plannen zijn gereed, het wachten is op de uitvoering.

Voor een andere naargeestige, doch archeologisch zeer waardevolle plek in de stad is de hulp ingeroepen van Mecanoo. In hartje centrum, op een steenworp afstand van de Mariënburg, ligt de Sint Josephhof, een achterplein dat lang als parkeerplaats diende. In lang vervlogen tijden, kort voor de jaartelling, lag hier de nederzetting Oppidum Batavorum. Nu wordt er een openbaar hof gebouwd waaraan 98 woningen liggen, zowel appartementen als eengezinswoningen. De hellingbaan die toegang biedt tot een nieuwe parkeergarage is voorzien van kijkgaten, deze bieden zicht op de archeologische vondsten in de Sint Josephhof. De architectonische diversiteit van de woningen – met individuele ritmisch verspringende gevels en bakstenen, gebakken in de buurt van Nijmegen, in verschillende formaten en tinten – wordt omvat in een sfeervol hof met collectieve tuinen. Een inbreiding die aansluit op het stratenpatroon van de historische binnenstad en, net als de Mariënburg, de karakteristieken van de stad benadrukt en de stad als geheel verrijkt.

boven: het gebouw 52 degrees, Mecanoo Architecten
onder: de Heeren van Nijmegen, Kraaijvanger Urbis

Mecanoo heeft Nijmegen tevens op een ander vlak hulp geboden. Op het voormalige Philipsterrein, nu NXP Semiconductors, is het gebouw 52 degrees verrezen. Een van een 52 graden knik (verwijzend naar de locatie van het gebouw) voorziene 18 verdiepingen tellende hoogbouw ontworpen door Francine Houben.

Het begrip hoogbouw is een heet hangijzer in het Nijmeegse. Zolang wethouder Depla de scepter zwaait staat hoogbouw voor een stedelijk imago passend bij een moderne en vooruitstrevende stad. Ook hierover wordt gediscussieerd en zijn de meningen verdeeld: is Nijmegen niet gewoon een groot dorp dat op wil in de vaart der volkeren? Nijmegen bestaat uit relatief veel laagbouw, in de jaren zeventig aangevuld met een hoogbouwconcentratie in de Dukenburg, gescheiden van de rest van de stad door het Maas-Waalkanaal. Hier komen de Heeren van Nijmegen, ontworpen door Kraaijvanger Urbis. De naam zegt het al: twee statige moderne woontorens die, voorzien van 108 appartementen, niet alleen een antwoord bieden op de heersende woningnood, maar Nijmegen ook weer een beetje als stad op de kaart zetten.

Last but zeker not least, is er de ontwikkeling van het Waalfront; een cultuurhistorisch en archeologisch rijk gebied, gelegen tussen de Waal, het Waterkwartier, de spoorbrug en de nieuw te bouwen stadsbrug. Het terrein omvat 25ha bedrijventerreinen en de Waalhaven. Het project Waalfront omvat de bouw van zo‘n 2000 tot 2800 woningen en 30.000 tot 60.000 m2 voorzieningen als scholen, horeca, cultuurplaatsen, woon- werkateliers en kleinschalige bedrijvigheid. Doel is de realisatie van een prettig en levendig woonwerkmilieu aan de Waal, geïnspireerd door de rijke historie van het gebied. De ontwikkeling van het Waalfront ligt in handen van Lodewijk Baljon en Liesbeth van der Pol. En ook hier zijn diverse, van 70 tot 130 meter, hoge woontorens gepland.

Over het nut van al die hoogbouw en of er überhaupt voldoende mensen zijn die in al die torens willen wonen valt te twisten. Feit is dat de ontwikkeling en herstructurering van achtergebleven gebieden prioriteit heeft in deze stad.