Feature —

De betekenis van vorm

Robert-Jan de Kort

Lelystad bouwt sinds 2001 aan zijn stadshart. West 8 maakte een masterplan waarin de stad een injectie krijgt van woningen, kantoren, verschillende openbare gebouwen en een met veel groen aangezette openbare ruimte. Blikvanger van het plan is het theater Agora van UN Studio, het bureau van Ben van Berkel.

Wie Ben van Berkel verdenkt van een vooringenomenheid aangaande architectonische vormen heeft het mis. De gebouwen van UN Studio ontstaan vanuit ideeën, fascinaties en concepten. Hoe complexer deze zijn, des te complexer de vormen. Tijdens een lezing op 15 januari in het Berlage Instituut legde van Berkel aan de hand van het Agora theater uit hoe gebouwen in zijn bureau ontstaan.

Van Berkel benadrukte dat hij het Agora Theater graag in de context van andere gebouwen bespreekt omdat een project nooit een op zichzelf staand product is. Hij toonde dan ook een drietal gebouwen die bruikbaar waren bij, of richting gaven aan, het formuleren van nieuwe concepten.

In Seoel bouwde UN Studio de Galleria Departement Store, waarbij een hightech gevel van LED-verlichting de façade meerdere kleurgedaanten kan laten aannemen. De gevel is als een huid om het warenhuis gespannen – exterieur en interieur hebben in dit project weinig met elkaar te maken. Van Berkel besprak voorts de recent afgebrande VilLA NM (2007, VS). In het huis, dat opgebouwd is uit twee volumes met een interne splitlevel organisatie, heeft Van Berkel vooral geprobeerd plekken te ontwerpen waar men zich kan tonen of juist kan verstoppen. Zo ontstaat er een ruimtelijke dynamiek in het huis. De ruimtelijke ervaringen van de plekken waar de bewoners elkaar kunnen tegenkomen zijn door UN Studio zeer expliciet vormgegeven.

Bij het Mercedes-Benz museum in Stuttgart hanteerde van Berkel het single surface concept. Gesloten geveldelen komen voort uit het geometrische model dat ten grondslag ligt aan het gebouw. De open geveldelen van glas vullen de tussenruimten op. Hier heeft de gevel dus een directe relatie met de programmatische, constructieve en architectonische structuur van het gebouw.

Voor het Agora theater koos van Berkel een abstract thema. De grauwe stad, de polders en de Hollandse luchten generen een veelvoud aan grijs- en bruintinten die door de tijd heen variëren, intensiveren en accumuleren. In een antwoord op dit schouwspel ontwierp UN Studio een gebouw met een contrasterend kleurenpalet van oranje, rode en roze tinten, waardoor het nieuwe stadshart letterlijk kleur krijgt.

In zekere zin is Agora een combinatie van de eerste twee bovengenoemde UN Studio gebouwen. De gevel genereert een veelheid aan kleuren, en het gebouw kent een aantal uitgesproken ruimtelijke momenten. Van een single surface concept is echter geen sprake omdat de gevel als huid om het interne programma (twee theaterzalen) is gespannen. In tegenstelling tot Seoel, waar een hightech oplossing de kleurrijke gevel genereert, benutte van Berkel in Lelystad het daglicht om tot het gewenste effect te komen. Door de gevel te facetteren valt het licht op elk vlak onder een andere hoek in. De opbouw uit meerdere lagen geperforeerd staal zorgt tenslotte voor een moiré effect waardoor de beschouwer, afhankelijk van zijn positie ten opzichte van het theater, continue veranderende kleuren krijgt voorgeschoteld. Tussen de twee theaterzalen in bevindt zich de belangrijkste ruimte in het gebouw. Op de plek waar de bezoekers van het gebouw elkaar treffen is met veel architectonisch vuurwerk een ‘verticale foyer’ ontworpen. Dit atrium, omgeven door een omhoog vouwende trap, wordt beëindigd door een daklicht dat licht laat vallen op de roze wanden.

In de discussie die volgde vroeg auteur Philip Nobel zich af waarom het nieuwe theater in Lelystad zonodig deze gekke vorm en felle kleur moest krijgen. Moest het antwoord op de grauwe, vervreemdende stad per se een gebouw zijn dat totaal het tegenovergestelde representeert?

Wat volgde was een sterk staaltje argumenteren. Van Berkel repliceerde dat de betekenis die wordt toegedicht aan vormen van gebouwen enorm wordt overschat. Architectuur moet bevrijd worden van alle waarden en betekenissen die er van buitenaf aan worden toegedicht. Architectuur is, volgens Van Berkel, slechts een decor dat op een bepaalde manier communiceert met zijn omgeving en activiteiten van kwaliteit voorziet. De betekenis van vormen kan alleen door de architect, tijdens het ontwerpproces worden toegekend. De vormen van de gebouwen van UN Studio ogen weliswaar herkenbaar, maar ontstaan steeds vanuit evoluerende complexe ideeën, concepten en fascinaties. Van Berkel geeft door dit argument aan dat de discussie niet moet gaan over de vraag of zijn bureau nou niet eens ingetogen vormen kan ontwerpen, maar over de concepten die binnen zijn bureau gehanteerd worden om tot uitgesproken vormen te komen.

Nobel deed het eerste en leek niet door te hebben in welke val hij gelokt was. Hij stelde meerdere malen dat het Agora Theater een typisch, formalistisch UN Studio gebouw was. Elke opmerking in deze richting bevestigde, terecht of onterecht, de stelling van Van Berkel en maakte een inhoudelijke dialoog over het gebouw onmogelijk. Met dit argument kan Van Berkel voortaan alle vragen die gaan over de verschijning van zijn gebouwen, zolang deze niet gaan over de door Van Berkel zelf toegekende betekenis, pareren en dat is verdomd slim.