Feature —

Expo Zaragoza

Tim van Vrijaldenhoven

Van 14 juni tot 14 september dit jaar organiseert de Spaanse stad Zaragoza de wereldtentoonstelling 2008 met als thema ‘Water en Duurzame Ontwikkeling’. In Amsterdam gaf Javier Monclus, hoofd gerelateerde plannen en projecten Expo 2008 Zaragoza, een lezing op de Academie van Bouwkunst.

Er bestaan twee soorten wereldtentoonstellingen: de Expo Universelle (bijvoorbeeld Hannover 2000) en de door Zaragoza georganiseerde Expo International – Lissabon organiseerde in 1998 ook een Expo International. De Expo Universelle duurt zes maanden en heeft deelnemende landen uit alle continenten, terwijl een Expo International specialistisch is, drie maanden duurt en een terreinbeperking van maximaal 25 hectare heeft. Om de (financiële) risico’s te beperken heeft Zaragoza ingezet op de kleinschalige Expo International.

Zaragoza is een in het noordoosten van Spanje gelegen werkstad met ongeveer 700.000 inwoners. Het laatste decennium veranderde er veel: veel immigranten vestigden zich in de stad en bijna gelijktijdig verhuisden fabrieken in en rond de stad naar goedkopere locaties buiten Spanje en sloten de deuren. Zaragoza, de stad waar drie rivieren, de Ebro, de Gállego en de Huerva samenkomen, heeft daarom ingezet op een transformatie van het karakter van de stad.

Van 2002 tot 2005 is in Zaragoza aan een nieuw masterplan gewerkt waarin het binnenhalen van de wereldtentoonstelling één van de speerpunten was. De twee hoofdthema’s in het masterplan zijn regeneratie van de oevers van de Ebro en integratie van stedelijke gebieden in de stad. De oevers van de rivieren hebben tot aan de industriële revolutie altijd een belangrijke rol in de stad gespeeld en werden intensief gebruikt door de inwoners. Tijdens de industriële revolutie heeft de stad haar rug naar de rivier gekeerd. Door aan de oevers in de stad kleine strategische projecten te starten, zal in loop van tijd een lint van interessante plekken moeten ontstaan, waardoor de bewoners van de stad de rivier weer terug krijgen. De integratie van stedelijke gebieden moet in gang worden gezet door middel van het organiseren van de wereldtentoonstelling. Stadsbestuurders zien vandaag de dag in dat grootschalige evenementen zoals de wereldtentoonstelling, de Olympische Spelen, maar ook culturele hoofdstad als vliegwiel kunnen dienen om een stad te transformeren; in het geval van Zaragoza van een industrie- naar een servicestad.

Met het organiseren van de wereldtentoonstelling probeert Zaragoza een fenomeen dat decennialang in diepe crisis heeft gezeten nieuw leven in te blazen. Sinds de jaren tachtig zijn wereldtentoonstellingen voor de organiserende steden nauwelijks nog winstgevend geweest en hebben de tentoonstellingen weinig bijgedragen aan de ontwikkeling van de stad. Nadat de wereldsteden als Londen, Parijs, Chicago en New York interesse in het evenement verloren, hebben kleinere steden getracht het stokje over te nemen. Voor deze steden was de impact van de tentoonstelling te groot. Steden zoals Knoxville in 1982 en Sevilla in 1992 lukten het niet om het terrein na het evenement op te nemen in hun stedelijke context, waardoor zelfs vandaag de dag deze terreinen een grote kostenpost vormen. Een tegenreactie hierop is te zien in Hannover waar werd besloten enkel tijdelijke constructies te bouwen om zo kosten te besparen en de impact te verminderen. Hannover heeft dit zeker gemerkt. Niet alleen viel hierdoor de aandacht voor het evenement enorm tegen, maar bovendien is bijna alle fysieke herinnering in rap tempo verdwenen. Hierdoor wordt de wereldtentoonstelling in Hannover enkel nog herinnerd vanwege het financiële debacle. Zaragoza heeft hiervan geleerd en lijkt een goede menging te hebben gevonden tussen tijdelijke en permanente constructies voor het bereiken van een positieve nalatenschap van het evenement, zonder dat de stad afhankelijk is van het succes van het evenement zelf.

De strategie die Zaragoza heeft voor de aanpak van dit evenement is zeer uitgekiend. Het merendeel van de paviljoens zijn zo ontworpen dat deze na de wereldtentoonstelling door reeds gecontracteerde bedrijven omgebouwd kunnen worden tot kantoren. Door bovendien de permanente paviljoens te bouwen op locaties die ook na de wereldtentoonstelling functie voor de stad zullen hebben, lijkt de toekomst van het gebied gegarandeerd. Hét landmark van het evenement, een brug ontworpen door Zaha Hadid, zal als hoofdpaviljoen dienen voor de expo en zal na het evenement zeker nog een belangrijke functie hebben als verbinding tussen beide oevers van de Ebro.

In één opzicht is de aanpak van Zaragoza opmerkelijk. Waar, met in het achterhoofd de terugloop in de industrie, een transformatie van een industrieel gebied via de wereldtentoonstelling tot bedrijventerrein een voor de hand liggende aanpak was geweest, is gekozen om een ongerept stuk land net buiten de stad te ontwikkelen. Vanwege de ligging van het terrein buiten de stad is de kans aanwezig dat hetzelfde fenomeen zich voordoet als in Lissabon. Hoewel het succes van dit evenement voor een bloeiende economie heeft gezorgd binnen de grenzen van het terrein, hebben het centrum en de omliggende wijken vanwege de geïsoleerde locatie van het terrein, nauwelijks kunnen meeprofiteren. Waar Lissabon echter wel verkoos een oud industriegebied aan te pakken lijkt de locatiekeuze van Zaragoza enigszins onlogisch, zeker nu duurzaamheid het thema is van deze wereldtentoonstelling.