Feature —

Gedenktekens als werktuigen van het publiek domein

Iris Schutten

Gedenktekens lijken hip te worden in cultureel Nederland. Na jaren te hebben geleden onder een stoffig imago lijken ze herkend te worden als een type kunst in de openbare ruimte met potentieel. Beeldend kunstenaar Hans van Houwelingen noemt de meeste monumenten echter leugens, of leugens in spé.

Woensdagavond 23 januari sprak Van Houwelingen in Stroom (Den Haag) over zijn werk als kunstenaar in relatie tot het hedendaagse gedenkteken; een twee uur durend bombardement van projecten waarmee hij liet zien dat de momenteel zo fel begeerde identiteit van een plek meestal voor het oprapen ligt en hoe deze te ontsluiten is ten behoeve van het publiek domein.

De lezing vormde de introductie van het programma ‘Nu Monument’ dat dit jaar door Stroom wordt georganiseerd. Hierin wordt het hedendaagse gedenkteken bevraagd. Of zoals op de website van Stroom wordt gesteld: ‘Kan hedendaagse kunst een functie hebben in het creëren en onderhouden van een collectief bewustzijn; in het herinneren, herdenken of zelfs verheerlijken van personen of gebeurtenissen? Kan zij bevolkingsgroepen samenbrengen? Kan zij werkelijk betekenis geven aan openbaarheid?’ Van Houwelingen stelde deze avond zijn eigen werk centraal. Dat een groot deel van wat hij liet zien ook in het lijvige boek Stiff, Hans van Houwelingen vs. Public Art uitvoerig beschreven wordt deed niets af aan het statement dat elk kunstwerk weet te maken. Zijn werken kunnen worden ervaren als ’werktuigen van het publiek domein’. Werktuigen die dit domein op contextspecifieke wijze tot leven weten te wekken. Hij schrikt er niet voor terug om met humor en knuppels een ziel van een plek of issues in het maatschappelijk veld bloot te leggen en fysiek ruimte te geven. Opdrachtgevers krijgen vaak een kritisch doch gepast antwoord op hun vragen. Bestaande elementen uit de stad, het discours, de geschiedenis en/of cultuur worden met elkaar worden verweven en krijgen zo een betekenis toegedicht waarmee discussies over heersende politiek of culturele issues worden aangewakkerd terwijl tegelijkertijd werken worden gerealiseerd die uiteenlopende groepen uit de samenleving zich weten toe te eigenen.

Zo liet Van Houwelingen het pad zien dat hij momenteel realiseert nabij Fort Vijfhuizen. Het 19e eeuwse fort maakt deel uit van de Stelling van Amsterdam, een verdedigingslinie rond Amsterdam. In geval van oorlog zouden dijken worden doorgestoken waardoor een ring van water om Amsterdam zou komen te liggen. Een concept dat met de opkomst van de luchtvaart al vrijwel direct achterhaald bleek. Er is bij dit fort dan ook nooit slag geleverd, de dood is er niet aanwezig. Met het aanleggen van een pad van onvergruisde, recycelde grafstenen voegt Van Houwelingen de dood alsnog toe en reageert hij tevens op de Nederlandse traditie dat graven voor 10 à 20 jaar te huren zijn waardoor de rust van de dood betrekkelijk is. Het pad van grafstenen dat zich lieflijk door een oerhollands landschap slingert ‘symboliseert de sluipweg waarlangs de dood heeft weten te ontsnappen.’ Tweehonderd van de uiteindelijke vierhonderd meter zijn inmiddels gelegd wat betekent dat evenzovele verhalen zijn aangehoord. ‘Van die en die zijn lichaam geheel beschikbaar stelde aan de wetenschap maar toch ook graag ergens een steen wou, en die en die werd gecremeerd maar waarvan de familie wel graag een steen wou.’ Een monument gemaakt van monumentjes.

Een ander recent project betrof een inzending een prijsvraag voor een ‘Soviet Occupation Victims Memorial’ in Riga, Letland. Tekenend voor Van Houwelingen is dat hij niet de vermoorde Letten tracht te symboliseren maar dat hij ruimte maakt voor een daaraan gelieerd, meer actueel spanningsveld. Letland, sinds kort lid van de Europse Gemeenschap, maakte tot 1991 deel uit van de Sovjet Unie. Tegenstanders van het communistische regime – velen duizenden – werden naar Siberië gedeporteerd. Momenteel bestaat meer dan een kwart van de Letse bevolking uit Russen. Ondanks de huidige politieke rust en algemene verruktheid ten aanzien van de komst van McDonalds is er sprake van een onderhuidse spanningen die Van Houwelingen voelbaar wil maken. Zowel in het Lets als in het Russisch schrijft van hij op de vloer van een plein ‘De aarde weet.’ Om dit in eigen taal te kunnen lezen komen de Letten en de Russen recht tegenover elkaar te staan, met tussen hen in een af en toe letterlijk bevend stuk plein.

Van Houwelingen raapt uit de wereld bijeen wat hij gebruiken kan – vergeten geschiedenissen, reeds bestaande beelden of gebouwen, vreemde stedenbouwkundige elementen en kneed er nieuwe verhalen en zo nieuwe plekken van. Zijn werk sluit daarmee aan op de huidige ‘samplecultuur’ waarbij kunstwerken – of het nou muziek, theater of kunst betreft – worden gebruikt om weer nieuwe kunstwerken te maken. Van Houwelingen zijn monumenten zijn nooit alleen een beeld op een sokkel maar weten daadwerkelijk een rol te spelen in de sociale, kunstzinnige en politieke maatschappelijke arena rondom hen, waardoor ze eerder cultuur om zich heen creëren dan dat ze deze slechts representeren. Monumenten waarbij het gaat om geschiedenis máken in tegenstelling tot alleen herinnering bewaren.