Feature —

Revitalisering van modernistisch erfgoed

Tim de Boer

Vorig jaar werden in Nederland honderd moderne monumenten aangewezen. Maar hoe om te gaan met dit modernistisch erfgoed? Op 15 december 2007 vond in Smart Project Space in Amsterdam het symposium Forward! On the revitalization of modern architecture plaats. Hier tekenden zich onder architecten, theoretici en kunstenaars grote meningsverschillen af over de betekenis en waarde van het modernisme. Vooral de laatste groep bood interessante opties voor de revitalisering van het modernistische erfgoed.

Tijdens het symposium werd duidelijk dat iedere spreker het modernisme niet alleen anders interpreteert, maar ook de revitalisering van het erfgoed anders benadert. Voor de een was het modernisme een stroming met grote socialistische idealen, voor de ander stond het symbool voor de derde weg van Tito, en weer anderen vonden dat het modernisme toch vooral gewoon mooie en grensverleggende architectuur heeft opgeleverd. En hoe ervaren de gebruikers de modernistische architectuur? De vertoning van Magic Moments maakte duidelijk dat de gebruikers er in de loop van de tijd anders over zijn gaan denken. In de film, een re-edit door Jord den Hollander van oude Engelse filmbeelden, zien we de eerste bewoners van Amsterdam West. De probleemwijken van nu waren bij oplevering – zo konden we zien in de film – nog het symbool van de vooruitgang.

Michelle Provoost vertelde dat zij met Crimson bezig is met een onderzoek en inventarisatie van alle New Towns in de wereld (waar Amsterdam West er één van is). New Towns zijn overal volgens dezelfde principes opgezet en sloten dus nooit aan op de lokale culturen. Bij herstructurering van deze wijken wordt nu te vaak gekozen voor sloop en herbouw. Daarmee verdwijnen de mogelijkheden voor informele economie en worden sociale netwerken in de buurt afgebroken. Crimson tracht het gebruik en de nieuwe functies die door de bewoners zijn bedacht in kaart te brengen en te vertalen in reële oplossingen. Hoe dit kan illustreerde ze met het welbekende WiMBY-project in Hoogvliet. Door zeer precieze acupunctuur (of archipunctuur) worden problemen aangepakt en de sociale cohesie van de wijk versterkt.

De Engelse architect Keyvan Lankarani van Avanti Architects presenteerde twee verschillende restauratieprojecten in Londen. Beide projecten waren voorbeelden van een zorgvuldige reconstructie gebaseerd op uitvoerig onderzoek; zoveel mogelijk originele details en materialen bleven bewaard. Tegelijkertijd werd een deel van de interne indeling opgeofferd aan de eisen van deze tijd. Hij voegde daarmee een heel praktische vraag aan de discussie toe. Tot welke tijd ga je terug bij revitalisering? En hoe kan je iets rendabel renoveren zonder teveel af te wijken van het oorspronkelijke ontwerp?

Wessel de Jonge is architect en medeoprichter van DOCOMOMO, de internationale organisatie voor het behoud van modernistisch erfgoed.In zijn presentatie erkende hij dat elk renovatieproject een zorgvuldige onderbouwing dient te hebben. Hij presenteerde drie projecten waar hij zelf aan gewerkt had: de Zonnestraal, de Van Nelle fabriek en het Philipspaviljoen. Een vergelijking tussen de Zonnestraal en de Van Nelle fabriek maakte duidelijk dat de Zonnestraal, een schoolvoorbeeld van het functionalisme, een veel lastiger object was om te behouden. De ligging en het ontwerp maken een economisch rendabele oplossing bijna onmogelijk. De mogelijke herbouw van het Philipspaviljoen (van Le Corbusier) was de meest interessante casus. Want waarom zou je dat herbouwen? En op welke manier? Het paviljoen was ontworpen om maar drie maanden te blijven staan, en zeker niet berekend op winterse omstandigheden en de huidige bouwvoorschriften. Wessel de Jonge vertelde dat de herbouw zeer zorgvuldig onderzocht wordt en dat de uitkomst van dat onderzoek nog niet vast staat. Toch bekroop mij tijdens de lezing het gevoel dat, zodra het geld er is, het paviljoen gewoon herbouwd wordt (in Eindhoven natuurlijk).

Owen Hatherley (Engels filosoof) vertelde over de grondslagen van het modernisme. Hij benaderde het probleem van behoud en revitalisatie van modernistische gebouwen vanuit het modernisme zelf. De modernisten hadden volgens hem geen interesse in continuïteit en eeuwigheidswaarde. Gebouwen moesten toegesneden zijn op specifieke functies en als de gebouwen niet meer toereikend waren of de functie verdween dan mochten de gebouwen gesloopt worden. Ook betoogde hij dat het modernisme een vooral door socialistische idealen gedreven project was. Hij had dan ook grote problemen met de verkoop van de Council flats in Londen aan private ontwikkelaars. Deze flats worden opgeknapt en voor veel geld als appartementen verkocht. Ze zijn namelijk veel groter dan veel nieuwe flats in Londen. Met deze uitverkoop wordt volgens Owen de socialistische grondslag verloochend. Hij brak een lans voor een derde optie: de ruïne. Waarom kan je een gebouw niet met rust laten? Waarom worden deze gebouwen zo krampachtig verdedigd als de oorspronkelijke ontwerpers daar niet achter stonden? Is er een noodzaak om gebouwen te behouden? Kunst is relatief gemakkelijk te conserveren, maar wat moet je met architectuur? Is het gebouw te scheiden van de functie? Is het gebouw te scheiden van de idealen die eraan ten grondslag lagen? Levert dat iets anders op dan een lege schil?

boven: Monument voor Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht door Ludwig Mies van der Rohe
boven: Monument voor Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht door Ludwig Mies van der Rohe
onder: replica van het Mies van der Rohe monument door Marko Lulic
onder: replica van het Mies van der Rohe monument door Marko Lulic

Samen met Simon en Tom Bloor stond Gavin Wade aan de wieg van de bijeenkomst bij Smart Project Space. Zij zijn namelijk verantwoordelijk voor het Kiosk 7(&8) project, dat daar op dat moment getoond werd. Hun kioskprojecten zijn gebaseerd op een kiosk ontworpen door Berthold Lubetkin voor Dudley Zoo in Birmingham. Na een eenmalig project in en rond de oorspronkelijke dierentuinkiosk, zagen de kunstenaars de kiosk als motor om op andere locaties in te zetten. Een hele rits kiosken volgde overal ter wereld. In het geval van Kiosk 7&8: ‘To tame Oud West with a kiosk and not with a fist’. Wade bood het publiek een verfrissende mogelijkheid aan. Een letterlijke kloon (of fysieke collage) om een vergeten en verwaarloosd hoogtepunt uit de architectuur te revitaliseren in een geheel andere context (zonder dat de medewerking van de eigenaar noodzakelijk was). De kiosk van Lubetkin leent zich daar uitstekend voor. Feitelijk bevat de kiosk geen eigen programma en Lubetkin was een groot voorstander van mobiele architectuur. Het is trouwens verbazingwekkend dat Dudley Zoo de grote hoeveelheid modernistische hoogstandjes van Lubetkin niet beter onderhoudt en gebruikt als publiekstrekker. Blijkbaar zien zij (nog) niet de marktwaarde van de modernistische architectuur.

Marko Lulic hield een lezing over de rol van modernistische architectuur in Servië en Kroatië. In een tragikomisch verhaal voerde hij ons mee door de geschiedenis van Joegoslavië. Het modernisme stond symbool voor de ‘derde’ weg van Tito. Na het uiteenvallen van Joegoslavië richtte de volkswoede zich maar al te vaak op dit symbool. Veel gebouwen werden in de balkanoorlogen dan ook zwaar beschadigd.

In zijn eigen werk speelt het modernisme een prominente rol. De mogelijke herbouw van een Berlijns monument uit 1926, ontworpen door Mies van der Rohe, was het onderwerp van één van zijn projecten. Na de sloop door de nazi's bestaat er alleen nog een foto van de voorkant van het monument. Over de andere zijden is niks bekend. Lulics grootste bezwaar tegen de herbouw is dat daarmee de geschiedenis wordt gladgestreken. Het verhaal van de sloop door de Nazi's en de achterliggende redenen zullen langzaam worden vergeten. Lulic heeft dit monument verscheidene malen in zuurstokkleurtjes plexiglas en op een andere schaal nagebouwd. Daarmee stelde hij niet alleen de herbouw ter discussie, maar bracht ook het monument zelf weer onder de aandacht.

Lulic zat met deze benadering op eenzelfde spoor als Gavin Wade. Het kopiëren en herbouwen in een andere context, in andere materialen of op een andere schaal om zodoende ideeën over te brengen en niet zozeer de vorm. Een idee of gebouw hoeft dus niet uit het collectieve bewustzijn te verdwijnen als het gesloopt wordt.

Na een lange dag werd er besloten om meteen aan de borrel te gaan en de afsluitende discussie niet te houden. Dat was jammer, want tussen de architecten en de kunstenaars en theoretici was gedurende de dag een merkwaardige splitsing in meningen opgevallen. De architecten beriepen zich op voorbeelden uit de kunst om de gebouwen te behouden (de boeken van Kafka waren nooit uitgegeven als zijn testament uitgevoerd was) en negeerden dus niet alleen de wens van de ontwerper maar ook de idealen die aan de gebouwen ten grondslag lagen. De kunstenaars betoogden daarentegen juist deze gedachten en idealen niet uit het oog te verliezen.

Architecten lijken zich dus blind te staren op de vormgeving, op de visuele impact van het modernisme en op de waarde van het origineel (het unieke prototype). Natuurlijk zijn er gebouwen die deze instelling rechtvaardigen, maar het overgrote deel van de gebouwen niet. Door de gebouwen te benaderen als unieke kunstwerken beperken we nodeloos de mogelijkheden die we bij revitalisering hebben. De opties die de kunstenaars in hun werk toepasten – het kopiëren, transformeren en de dislocatie, zowel van delen als van het geheel – zijn in mijn ogen net zo krachtig als zorgvuldige reconstructie. Maar ook de ruïneoptie mogen we niet uitsluiten. Want zeg nou zelf, was de Zonnestraal als ruïne verscholen in de bossen niet prachtig?