Recensie —

Hi-Ha-Happening

Redactie

Tijdens de museumnacht opende de installatie/manifestatie Happening in het NAi. De jaren zestig terug in het NAi? Misschien een beetje. In elk geval wordt een poging gedaan te breken met de traditionele tentoonstelling. Activiteiten, ervaringen en publieksparticipatie zetten de toon.

Stond het overgangsjaar 2007 met grote, min of meer traditionele tentoonstellingen over Le Corbusier en Cuypers vooral in het teken van het verleden, in 2008 kijkt het NAi uitdrukkelijk naar de toekomst. De nieuwe directeur Ole Bouman ziet naast de informerende, conserverende en museale taken, ook – misschien zelfs vooral – een agenderende rol voor het NAi. Het meest duidelijk komt deze rol naar voren tijdens de manifestatie ‘To Do’, waarin de toekomstige ruimtelijke agenda zal worden gepresenteerd. Vanaf oktober zal zeven maanden lang iedere maand een specifieke ruimtelijke opgave zoals water, mobiliteit of het platteland centraal staan. De manifestatie biedt workshops, bijeenkomsten en lezingen en moet uitmonden in een breed debat onder burgers, marktpartijen, instellingen, overheid en ontwerpers over de toekomst van ons land.

Misschien wat al te gemakkelijk aanhakend op de aanstaande Olympische spelen wordt gedurende de zomermaanden door middel van ‘talloze activiteiten’ aan de hand van de vraag ‘Wat betekent het voor Nederland als we de Olympische Spelen in 2028 zouden mogen organiseren?’ een ‘oefening in groots denken’ georganiseerd.

Manifestaties en activiteiten, het woord tentoonstelling lijkt in elk geval in 2008 uit het NAi-vocabulair te worden geschrapt. Dat geldt misschien nog wel het meest voor ‘Happening’, een combinatie van een door Wiel Arets ontworpen architectonische installatie en een reeks culturele activiteiten in en om deze installatie. Concerten, theatervoorstellingen, interactieve videoprojecties, debatten, diners en performances; er staat (op donderdag en vrijdagavond en in de weekends) vooral van alles te gebeuren in de grote zaal van het NAi. De vuurdoop van meer dan 5000 bezoekers tijdens de afgelopen museumnacht heeft de installatie doorstaan. Als feestruimte is Happening nu al geslaagd.

Maar gebeurt er ook iets op een doordeweekse middag? Valt er voor de doorsnee museumbezoeker nog wat te beleven? Is er daadwerkelijk sprake van een ruimte voor ontmoeting, zoals de summiere ‘uitlegtekst’ op de muur belooft?

Van ontmoeting met mijn medemensen kwam in elk geval weinig toen ik deze week ’smiddags als enige door de ruimte bewoog. Wat normaal een voordeel is; lekker alleen uitgebreid een tentoonstelling bestuderen, is nu opeens een nadeel.

Een ontmoeting met de architectuur dan wellicht? Ja natuurlijk, de installatie van Wiel Arets is uitdrukkelijk aanwezig, daar valt niet aan te ontkomen. Comfortably Strange noemt Arets de installatie, een ‘project over imperfecte precisie en de ontmoeting’. Schoonheid is volgens Arets niet aan de orde. Het is een installatie die ‘zoveel verhalen kan opnemen als je maar wilt, … een pragmatisch antwoord op een niet-bestaande vraag’

Een zekere interessante vreemdheid valt de architectuur van de installatie zelf inderdaad niet te ontzeggen. De hoogglans zwart gelakte wanden, vloeren en plafonds intrigeren, vooral door de spiegelende oppervlakken en de combinatie met spiegelend glas. Het werkt ontegenzeglijk ontregelend. De ruimtelijke opzet is echter nauwelijks verrassend; een centrale atriumachtige ruimte, met daar overheen een route via een glazen ‘brugkamer’. Door middel van licht- en geluideffecten en door videoprojecties tracht de ruimte een dialoog aan te gaan met de bezoeker. Bij mijn bezoek in de eerste week was de technische installatie nog niet helemaal opgeleverd. Het valt te hopen dat er straks meer te beleven is dan de zo langzamerhand wel bekende piepjes en knorretjes, hier en daar wat gezoem en langzaam dimmende of oplichtende vlakken.

In zekere zin sluit de installatie van Wiel Arets aan op vroegere NAi-tentoonstellingen (zoals Morphosis, Daniel Libeskind) waarbij de architectuur zelf één-op-één (als installatie) onderdeel uitmaakte van een tentoonstelling (tekeningen, maquettes) over de architectuur. Happening is echter uitdrukkelijk geen tentoonstelling over het werk van Wiel Arets. Overdag is de installatie een zelfstandig architectonisch object, een ervaringsmachine die zijn betekenis krijgt door interactie met de bezoeker. ’s Avonds en in het weekend is het de achtergrond en podium voor een reeks verschillende activiteiten.

Over de architect zelf komt de bezoeker intussen niets te weten. En dat is erg jammer, want juist Wiel Arets is niet alleen een van de meest interessante Nederlandse architecten van dit moment, zijn werk (prachtige tekeningen en maquettes, uiterst zorgvuldig geregisseerde fotografie) is ook nog eens behoorlijk museabel. Nu moet de bezoeker het doen met een aantal door Arets ontworpen meubelen die verspreid door de installatie zijn opgesteld. Dit keer wel, anders dan bij een conventionele tentoonstelling, om te gebruiken. Het zal ongetwijfeld een bewuste keuze zijn geweest om af te zien van een presentatie van het overige werk van Arets, maar het is een gemiste kans dat er niet toch ergens in een hoekje of in een aparte zaal ruimte is gemaakt voor een bescheiden Arets-expositie. Zijn werk verdient meer aandacht.

Intussen moet Happening het dus vooral hebben van de georganiseerde gebeurtenissen zelf en van de interactie tussen de architectonische ruimte en de gebruikers tijdens die gebeurtenissen. Het programma is in elk geval rijk en gevarieerd. Als het primair de bedoeling is geweest om een ander publiek binnen de muren van het NAi te halen, dan zal dit ongetwijfeld gaan lukken. Of er daadwerkelijk een zekere mate van wederzijdse beïnvloeding en/of interactie tussen activiteiten en architectuur plaats zal gaan vinden, of de installatie daadwerkelijk zal leiden tot een beter begrip van de relatie tussen het gebruik en het architectonisch object, is natuurlijk pas aan het einde van het traject te beoordelen. De avonden in het NAi zullen de komende maanden in elk geval een stuk levendiger zijn dan gebruikelijk, al was het maar omdat de zaal is voorzien van een echte bar (ontworpen door 2012 architecten uit de restanten van het paviljoen van Arets).

Het NAi durft met deze en de komende manifestaties te experimenteren. Het instituut stelt vragen zonder direct het antwoord te weten en het wil met deze nieuwe houding een actieve rol spelen in het denken over architectuur en het werken aan de ruimtelijke toekomst van Nederland. Dat is een belangrijke, in het verleden wellicht veronachtzaamde taak en daarvoor verdient het ’nieuwe’ NAi een grote dosis voordeel van de twijfel.