Feature —

Duurzame concepten voor werkgebouwen

Enno Stemerding

Als onderdeel van de openbare collegereeks duurzaamheid georganiseerd door de Academie van Bouwkunst Rotterdam presenteerde Paul de Ruiter op 11 maart een aantal duurzame projecten van zijn bureau aan een zaal vol architecten en studenten. Architectenbureau Paul de Ruiter is al vanaf 1994 bezig met duurzaam bouwen.

De Ruiter startte zijn bureau voor architectuur, productontwikkeling en projectontwikkeling destijds naar aanleiding van zijn promotieonderzoek. Duurzaamheid staat al vanaf het begin hoog in het vaandel. Het ultieme doel van De Ruiter was een gebouw dat energie opwekt. Dat leek op dat moment dichtbij, maar bleek niet makkelijk realiseerbaar. De media berichtten nog nauwelijks over duurzaamheid, ook al werd er in de marge wel duurzaam gebouwd. Besparing op energiegebruik was niet interessant voor de exploitatie van een kantoor. Er was nauwelijks vraag naar duurzame architectuur. Totdat Al Gore op 25 februari 2007 een Oscar kreeg voor 'beste documentaire' en vooral sinds het boek Cradle to Cradle, van McDonough en Braungart. Duurzaam bouwen is inmiddels een onvermijdelijk item geworden.

Duurzame gebouwen kosten meer dan traditionele gebouwen, maar als de energievraag omlaag gaat kan de investering omhoog, en het honorarium van de architect lift mee! Het spreekwoordelijke kwartje is gevallen bij opdrachtgevers. Beleggers willen graag investeren in duurzame gebouwen, er zijn zelfs te weinig projecten!

Architectenbureau Paul de Ruiter ontwerpt momenteel aan een gebouw voor TNT post, een bedrijf met sustainability als marketing tool en voor Transavia (als luchtvaartmaatschappij hebben zij wel wat goed te maken) ontwerpt De Ruiter een CO2-neutraal hoofdkantoor op Schiphol-Oost.

Duurzaam bouwen kan je bereiken door 'natuurlijke' materialen te gebruiken. Of door je gebouw biologisch afbreekbaar te maken (cradle to cradle). Een andere manier is om met behulp van de huidige energienormen je gebouw potdicht te maken, dus zonder energieverlies. De Ruiter kiest voor slimme architectuur. Allereerst is het zaak te zorgen voor prettige gebouwen met een overmaat – aan licht, lucht en ruimte – in combinatie met een state of the art klimaattechniek. 'Mensen moeten er minstens vijftig tot honderd jaar in willen verblijven.' Dat kost misschien meer energie dan een gesloten gebouw, maar niet slopen dat is pas echt duurzaam. Dat geldt overigens niet voor recycling.

Het begint dus met een mooie glazen doos. Pas deze vervolgens aan op de omstandigheden. Meer dan ooit tevoren is daglicht hierbij het uitgangspunt. Een kantoor mag niet te warm worden, dus maak het dicht aan de zuidkant en open aan de noordkant. Door toevoeging van brises soleils worden de oost- en de westgevel half lichtdoorlatend gemaakt. Een woning maak je daarentegen juist open aan de zuidkant. Met verstelbare blinds is het gebouw aan te passen aan wisselend weer.

Paul de Ruiter is de Renzo Piano van Nederland. In de Nederlandse ontwerpwereld wordt doorgaans niet aan research of productontwikkeling gedaan. Paul de Ruiter doet dat wel. Zijn eerste vinding was een klimaatgevel met een translucent doek. Hoe simpel ook, dit was in Nederland nooit eerder gedaan. Het werd domweg te duur bevonden. De door De Ruiter bedachte gevel werd afgelopen jaren steeds verder geperfectioneerd. In 2004 bouwde De Ruiter in opdracht van de rijksbouwmeester, en groot voorstander van duurzaam bouwen, Wytze Patijn een enorm kantoor voor Rijkswaterstaat in Middelburg. In dit kantoor zijn de lamellen met verschillende hoeken op de zonnestand ontworpen. Het kantoor bevat veel extra vrije hoogte doordat alle installaties in 30 cm beton zijn geperst. Door die hoogte en door lamellen met verschillende hoeken treedt veel indirect daglicht binnen, zonder dat dit problemen oplevert voor het binnenklimaat.