Recensie —

Neuraths open-source stedenbouw

Iris de Kievith

Recent was in Stroom Den Haag een tentoonstelling te zien over het werk van de Oostenrijkse econoom, socioloog en filosoof Otto Neurath (1882-1945) After Neurath – the language of the Global Polis. Onder het mom van beter laat dan nooit: een kennismaking met de grootvader van open-sources.

Zo spontaan als Neurath stedelijke ontwikkeling voor ogen had, zo lijkt ook de manifestatie After Neurath te groeien. Al twee jaar – een jaar langer dan gepland – programmeert Stroom verschillende activiteiten over deze wereldverbeteraar. Ik bezocht de meest recente tentoonstelling na het bijwonen van een lezing van Klaus Overmeyer over het tijdelijk gebruik van lege ruimtes in de stad, met name in Berlijn (zie verslag van Chris Woltjes op ArchiNed). Het verband tussen Neurath en Overmeyer is treffend, beiden houden een pleidooi voor meer spontaniteit en vrijheid in de stedenbouw. Neurath richt zich daarbij zowel op het ordenende kader als de vrije ruimte daarbinnen; to order disorder. Overmeyers lezing kwam hiermee in een interessant historisch perspectief te staan. Dat is wat het werk van Neurath nu zo interessant maakt, zijn onderzoeken en thema’s zijn nog steeds actueel.

Uit een enorme berg foto's, knipsels, films, originele brieven en unieke museumstukken heeft curator Nader Vossoughian, samen met vormgevers Project Projects (allen uit New York), een heldere tentoonstelling samengesteld; opgebouwd uit drie akten die min of meer synchroon lopen met de ontwikkelingen in Neuraths werk. Het eerste deel – de Gemeenschapsstad – vertelt over de Weense zelforganiserende kraakgemeenschappen van na de eerste wereldoorlog. Het leger kwam werkloos en al dan niet gewond thuis, in een stuurloze stad van honger, armoe en woningnood. De enige manier om te overleven was door zelf je huis te bouwen, bij voorkeur buiten de stad waar ruimte was voor het telen van groenten. De stad fungeerde als ontmoetingsplek en marktplaats voor ruilhandel. Neurath had net in een (toen nog) explosief groeiend Berlijn kennis gemaakt met de ontwikkeling van een moderne metropool. Hoewel hij de nieuwe technologieën bejubelde, zag hij de samenleving individualiseren onder invloed van de vrije markt en kapitalisme.

Zowel tijdens als na de oorlog zag hij in de doe-het-zelfnederzettingen hoe mensen, wanneer zij zichzelf collectief bestuurden en de economie gebaseerd was op ruilhandel, op een veel socialere manier samenleefden. Om specifiek deze groepen en later de hele wereldgemeenschap te ondersteunen richtte hij diverse tijdschriften, verenigingen, gilden, verbonden en instituten op. Aanvankelijk ging het hem daarbij om praktische voorzieningen, zoals een model voor uitbreidingswijken met collectieve moestuinen en een 'bouwpakket' voor een groeiwoning, in vijf fasen uitbreidbaar. Deze door architect Margarete Lihotzky ontworpen modelwoning werd op een bouwbeurs in 1923 gepresenteerd waar wel 200.000 bezoekers op afkwamen. Maar aangezien de economie herstellende was, kozen de woningzoekenden en masse voor de nieuwe sociale huurwoningen van de gemeente en niet meer voor de zelforganiserende levenwijze van Neurath – waar mensen kennelijk alleen in noodsituaties op terugvielen.

boven: handleiding van de Weense Methode voor Beeldstatistiek, later ISOTYPE
boven: handleiding van de Weense Methode voor Beeldstatistiek, later ISOTYPE
onder: Vijf meter lange 'Historische Tabel' over de ontwikkeling van de stad. CIAM-architecten Rudolf Steiger en Wilhelm Hess maakten het in 1935 i.s.m. Georg Schmidt voor de tentoonstelling 'de Functionele Stad' in het Stedelijk Museum Amsterdam. Al na één dag lieten de organisatoren het werk wegens politieke lading verwijderen. Bij Stroom was de tabel voor het eerst weer in Nederland te zien.
onder: Vijf meter lange ‘Historische Tabel’ over de ontwikkeling van de stad. CIAM-architecten Rudolf Steiger en Wilhelm Hess maakten het in 1935 i.s.m. Georg Schmidt voor de tentoonstelling ‘de Functionele Stad’ in het Stedelijk Museum Amsterdam. Al na één dag lieten de organisatoren het werk wegens politieke lading verwijderen. Bij Stroom was de tabel voor het eerst weer in Nederland te zien.

Teleurgesteld maar niet minder gedreven verschoof hij zijn aandacht naar de emancipatie van de arbeiders, 'de massa'. Vanuit de overtuiging dat een samenleving pas kan veranderen als iedereen begrijpt wat de samenleving werkelijk inhoudt, ontwikkelde hij een methode voor het vertalen van ongrijpbare gegevens in beelden die los van taal in één oogopslag te begrijpen zijn. Zowel in New York, Londen, Moskou, als ook in Den Haag werden afdelingen geopend die vanuit deze open source filosofie werkten aan het vertalen en verspreiden van informatie. De kracht van dit 'Internationaal Systeem voor Typografische Beeldpedagogie' ofwel 'ISOTYPE' is voor een groot deel te danken aan zijn ontwerper. De Duitse graficus Gerd Arntz tekende wel 4000 universeel herkenbare en karaktervolle symbolen.

In de tweede acte – de Wereldstad – wordt het werk van deze internationale ondernemingen getoond. Zoals het 'wereldmuseum' ofwel Mundaneum, een museum over de ontwikkeling van de maatschappij, dat volgens Neuraths vernieuwende concept niet gevestigd was in een gebouw, maar in speciaal ontworpen koffertjes over de wereld kon reizen. Deel van het Mundaneum was een atlas uit 1930, waarvan de honderd bladen uit pedagogische overwegingen los zijn gehouden om het zowel 's avonds in bed te kunnen doorbladeren, als ook als lesmateriaal of tentoonstelling aan de muur te hangen – zoals nu bij Stroom. Het vormt een datascape, met afbeeldingen van eco-footprints en grafieken die je aan het denken zetten over hoe de extrapolatie naar het nu eruit zou zien.

In de derde acte – de Functionele Stad – wordt het werk steeds meer politiek beladen. Neurath sloot zich aan bij de CIAM. Zij deelden de behoefte aan het ontwikkelen van een 'stadswetenschap' die gebaseerd was op statistische gegevens, en een interesse in het ontwikkelen van de universele cartografie die daarvoor nodig was. Maar Van Eesteren en zijn vrienden maakten er in Neuraths ogen maar een potje van met hun onoverzichtelijke en bovendien beperkte manier van kaarten maken. Volgens Neurath moesten kaarten niet slechts functies bevatten, er moesten om ze te kunnen gebruiken als basis voor stadsontwikkeling ook sociale en economische gegevens in worden opgenomen. Daarnaast ging Neurath – ondanks de mislukte poging bijna twintig jaar eerder in Wenen – nog steeds uit van een participatieve democratie en stadsontwikkeling, terwijl Van Eesteren, Le Corbusier en anderen zichzelf beschouwden als 'meesters van het vak'. Door de uiteenlopende opvattingen verliep de samenwerking binnen de CIAM steeds stroever. Uiteindelijk zorgde de 'Historische Tabel', waarin getoond wordt 'hoe moderne steden de wereldeconomie domineren door middel van georganiseerd kapitalisme' (in 1935 getoond op de tentoonstelling De Functionele Stad), voor de breuk van Neurath en andere marxisten met de CIAM.

Stroom startte het project After Neurath met een tentoonstelling over een aantal kunstenaars die in de voetsporen van Neurath werken. Pas later en in reactie hierop volgde een tentoonstelling over het eigen werk van Neurath. Nader Vossoughian, een onderzoeker uit New York, was in het werk van Neurath gedoken en meldde zich bij Stroom. Zijn onderzoek vormt nu de basis van de tentoonstelling en is daarnaast verwerkt tot een boek dat bij NAi Uitgevers verscheen. Dit boek is zorgvuldig en uitvoerig, maar tamelijk droog. Tussen de regels door wordt wel iets duidelijk van de turbulentie van Neurath’s leven; over geweldige successen maar ook intense teleurstellingen, onenigheid met Loos en Le Corbusier, over zijn poging tot oprichting van een revolutionaire Pruisische geldloze staat die eindigde met een gevangenisstraf… Wie was die man? Ik hoop dat het vervolg van deze tentoonstelling een film is, over zijn leven.