Feature —

Stedenbouw in de Kempen

Jannie Landa

Op 28 maart 2008 vond opnieuw de veelgeprezen ‘dorpenexcursie’ plaats, ditmaal georganiseerd door Architectuurcentrum Eindhoven. Piet Beekman, expert in de wederopbouwarchitectuur, gaf deze dorpenexcursie voor het laatst aan studenten van de TU Eindhoven in het kader van lessen stedenbouw, inmiddels zo’n 20 jaar geleden.

Beekman was hiermee begonnen omdat hij vond dat de studenten in hun opleiding teveel gericht werden op steden, terwijl ze in hun beroepspraktijk vaak opdrachten kregen in het landelijk gebied. Hij ondervond dat er weinig informatie te vinden was over dorps en landelijk bouwen. Vandaag bezochten we tijdens de dorpen ’t Loon (gemeente Waalre), Zandoerle, Eersel en Hoogeloon. Via Casteren, Netersel en Lage Mierde gaan we naar naar Hilvarenbeek, Middelbeers, Oostelbeers en Oirschot. Een cursus stedenbouw in de Kempen.

In Waalre staan we voor een kerk in tufsteen, in Kempische Gotiek, met de traptoren aan de zuidzijde. De kerk ligt vrij. Rondom de kerk lopen paden met meidoorn hagen erlangs. Op de begraafplaats liggen de doden met hun hoofd gericht naar het westen in verband met de verrijzenis. De Markt ligt er naast. De huizen en het café die aan de markt liggen hebben een placemat van groen voor de deur. Een klein industriecomplex zoekt de vorm van een kasteel.

In ’t Loon bepalen de bij elkaar komende wegen de vorm van een veld met eikenbomen waaromheen een paar langgevel boerderijen, die zorgen voor de ordening. Het achterliggende landschap heeft kijkgaten vanuit het groene centrale veld, ooit de veilige centrale plaats waar het vee kon worden samengedreven terwijl de wegen werden afgesloten. Nog steeds verwijst deze plaats direct naar haar verleden.

Zandoerle toont vervolgens een straatdorp. Ook hier zien we dat het landschappelijke de dorpskern in vloeit. Een mix van woonhuizen, boerderijen in de lengterichting op het plein. Doordat de openingen tussen de gebouwen in stand worden gehouden blijft het dorpse karakter, de vensters naar het agrarisch gebied staan open.

In Eersel bezoeken we het plein zoals dat in de loop der jaren ontstaan is door toevoeging van functies en status. De katholieke kerk centraal, de protestante kerk bescheidener aan de zijkant opgenomen, van stadhuis tot slager, alles is er te vinden. Ook al is Eersel een levendig dorp met redelijk veel voorzieningen, op de markt blijkt dat de gebouwen maar één laag dun zijn. Een winkel of hotel heeft meestal een tuin die onderdeel is van het landschap. Het rommelt hier aan de achterkanten lekker aan. Soms perfect, soms te veel zooi. Het beschermd stadsgezicht beperkt zich hier volgens Piet tot de gebouwen. Omdat de hele kavels niet beschermd zijn kan er creatief geknutseld worden, waardoor het landschappelijke wordt verdrongen.

Wat vervolgens opvalt in Hoogeloon is de zorgvuldig vormgegeven openbare ruimte. Overal is aan gedacht, zonder schreeuwerig te worden. De weg naar Casteren (N 269) is van natuursteen. Er liggen hier ontginningsboerderijen van rond 1920, die herkenbaar zijn aan de felrode, waarschijnlijk uit België afkomstige baksteen.

Opvallend in de Kempen zijn de kleine ambachtelijk bedrijven zoals smederijen. DAF Trucks NV heeft hieruit mensen kunnen halen die de oude ambachten nog beheersten. Als ze even niet meer nodig waren in de fabriek, dan konden ze weer aan de slag op het platteland. De meeste woningen die hier liggen komen uit de periode van de wederopbouw: kleine woningen voor grote gezinnen. Ze liggen er mooi te zijn. Af en toe zien we een stuk braakliggend land, bekostigd uit Europese subsidie. Een enkele kavel bestaat uit een klein bosje.

In Hilvarenbeek heet het centrale plein Het Vrijthof. Dit is andere koek. Hier vinden we de Brabantse Renaissance, het grote gebaar. De kerk tegenover het stadhuis is weer een Kempische torenkerk. Ook hier is een plein van gras. De wand van huizen ligt gebogen tegenover de kerk, de vensters naar het achterland ontbreken. De excursie eindigt in Oirschot. Hier is een nog groter gebaar zichtbaar: een Kathedraal van St. Pieter en een monumentaal gemeentehuis. Een verscholen tufstenen oudere kerk ligt wat apart en de cirkel is rond. We startten immers bij de simpelste vorm van de ontmoetingsplekken dat we nu ervaren als een oase en naarmate we verder kwamen richting Oirschot dringt de tand des tijds zich steeds meer op. Ik weet het zeker: afblijven van de monumenten, ook de landschappelijke! Houd de landschappen in stand, ook als de gebouwen gesloopt moeten worden. Zet daar bijvoorbeeld voor mijn part simpele verwijzingen neer naar het verleden. Op een plein als in Eersel waar de centrale ontmoetingsfunctie vraagt om het bouwen van nieuwe functies is de belangrijke voorwaarde: houd de vensters open en herstel deze waar mogelijk  tussen de pleinen en het agrarisch land. We moeten terughoudend zijn en dit cultureel erfgoed bewaken. In Oirschot mengt de architectuur van de Bossche School zich echter wonderlijk neutraal tussen de gebouwen uit verschillende tijdperken. Zo kan het ook.

In Eersel liep ik vanuit de markt een lange winkelstraat in. Het is hier feest. De kleuren van de Zeeman en het Kruitvat vormen hier de vertrouwde bakens. Er staat een fonkelnieuw appartementencomplex dat even goed aan een gracht zou kunnen staan. Opvallend is dat op de centrale dorpsontmoetingsplekken – waar het historische aanwezig is – de reclame-uitingen nog terughoudend zijn, maar loop je verder van het centrum weg dan is de terughoudendheid verdwenen. Graag had ik Reusel bezocht en met elkaar besproken waarom het dorpshuis dat daar ligt, echt niet kan daar.

Onze route liep zelden langs industrieterreinen. Dit, wat ik zou noemen het ‘weggegeven land’ van Brabant, zit in ons geheugen gekerfd. Voorbeelden van een goed industrieterrein passend in het landschap? Ik ben er benieuwd naar. Het zou een mooie afsluiting zijn geweest. Piet heeft echter gelijk. Deze excursie is basiskennis.

De excursie was georganiseerd in het kader van Brabantstad, een bestuurlijke samenwerking tussen Breda, Eindhoven, ‘s-Hertogenbosch, Helmond, Tilburg en de provincie. De aandacht zal veelal liggen op de steden en wat daar zoal vermag: één grote stedelijke regio. Is het behoud van de oude kernen daarbij een item? Wordt er gesproken over de beperkingen die er aan bedrijventerreinen en aan reclame-uitingen worden gesteld? Wordt er nagedacht over de al dan niet passende architectuur in de dorpen die uitdijen? Worden de dorpen onderdeel van Brabantstad Cultuurstad?