Feature —

De taart of de koek

Robert-Jan de Kort

Hoe kunnen architecten en stedenbouwers publieke belangen combineren met private investeringsbelangen? Is het mogelijk om in de huidige marktgedreven wereld, met betrokken partijen architectuur te ontwikkelen die een belangrijke, culturele, meerwaarde biedt? Alejandro Zaera Polo formuleerde antwoorden door de vraagstukken te reduceren tot een betoog over de relatie tussen bouwvolume en representatie.

In zijn lezing ‘Envelopes’, op 15 april in het Berlage Instituut, bracht Zaera Polo (1963) architectuur terug tot vier basale typologische vormen. Deze typen, genaamd Flat horizontal, Flat vertical, Cubic/Spheric en Tower, hebben inherente eigenschappen met betrekking tot hun relatie met natuur en cultuur. Platte gebouwen, hebben de mogelijkheid grond te bezetten en te manipuleren en de natuurlijke omstandigheden te integreren in hun representatie. Volumineuze gebouwen faciliteren een autonome, iconografische, representatie. Voor elke ‘Envelope’ (behalve Tower) toonde Zaera Polo voorbeelden uit de portefeuille van zijn eigen bureau Foreign Office Architects (FOA).

Bij het Flat horizontal type kan architectuur worden ingezet om zoveel mogelijk gebied te bezetten, terwijl zowel de tussenruimten als de daken toegankelijk zijn en een publieke ruimte vormen. In Istanbul ontwierp FOA een nieuw winkelcomplex met bioscoop. De groene daken werden grotendeels publiek toegankelijk gemaakt en er werd een groot plein in het centrum van het plan geplaatst. Het complex houdt tevens rekening met toekomstige ontwikkelingen in de omgeving door aan te sluiten op het toekomstige statenpatroon. Hier werd met een private opdrachtgever een succesvolle publieke ruimte gerealiseerd, die als katalysator dient voor het culturele en stedelijk leven van de omgeving.

Zaera Polo stelde dat er binnen het Flat vertical type (vaak woongebouwen) een conflict bestaat tussen de bouwfysische eisen en de representatiemogelijkheden. In plaats van de façade een representatie van de elementen waaruit het gebouw is opgebouwd – met eventuele additieve ornamenten – te laten zijn, gelooft Zaera Polo er in dat het mogelijk is bouwfysische eisen te integreren met representatievormen. In Madrid, bouwde FOA een woongebouw waarbij het beeld van de gevel wordt bepaald door de bewoners. Elke woning heeft een inpandige buitenruimte die als buffer dient tegen de hitte. Deze zijn door met bamboe bekleedde stalen luiken af te sluiten. In gesloten stand is de façade een abstracte, dichte wand en werpen de lichtstralen, die door de bamboe dringen, een prachtig patroon op de vloeren in de woningen. In open stand verandert het beeld. Met dit simpele principe ontstaat een zeer dynamisch gevelbeeld. Het abstractieniveau van de architectuur wordt gecomplementeerd door de dynamiek van de verschijningsvorm. FOA slaagde erin met bescheiden middelen een architectuur met een significante meerwaarde te creëren.

De Cubic/Spheric envelop wordt gekenmerkt door een veelheid aan volumes die door een huid bij elkaar wordt gehouden. De gevel is een nagenoeg autonome entiteit en kan derhalve aan vele representatieconcepten onderworpen worden. Dit type leent zich perfect voor iconografische doeleinden. Zaera Polo toonde maar liefst drie projecten in deze categorie: een winkelcentrum in Leicester, een school in Londen en een mortuarium in Madrid. Alledrie worden ze gekenmerkt door een abstracte gevel waarbij de verschillende gevelelementen een patroon vormen. Zodra een patroon is opgebouwd uit meerdere elementen (bijvoorbeeld tegels) is het dwingend voor de achterliggende verdiepingsvloeren. De totale structuur van het gebouw wordt als het ware op slot gezet door de gevel, waarbij bijvoorbeeld verdiepingshoogten niet meer te wijzigen zijn zodra het gewenste gevelpatroon is geconfigureerd. Zaera Polo lijkt de grote bouwvolumen aan te willen grijpen om te experimenteren met computertechnieken die de definitieve verschijningsvorm van dergelijke patronen afstemmen op de bouwkundige constructie. De grootste uitdaging vormde het voor Madrid ontworpen mortuarium in het masterplan Campus de la Justicia. Zaera Polo ontwierp een Tulbandvormig bouwvolume (“a piece of cake”) waarbij ronde, gevelplaten het volledige oppervlak bedekken.

In de lezing bleek dat Zaera Polo zich in zijn ontwerpen richt op twee uitersten. Enerzijds zijn er de contextgevoelige, platte gebouwen die zich over hun locatie uitstrekken. Anderzijds zijn er de grootschalige, gebouwen die als een ruimteschip in hun omgeving zijn geland. Binnen deze schizofrenie overtuigt het eerste soort meer, maar toont het tweede soort de realiteit van veelal institutionele opdrachtgevers als multinationals en overheden, die niet van hun gebouwen verwachten dat ze presteren als katalysatoren voor stedelijk leven.

Binnen het internationale krachtenspel van globaliserende markten en politieke tendensen hebben de platte bouwvolumes van FOA de potentie om de begrippen globaal en lokaal aan elkaar te verbinden. Toch is deze vormentaal niet het handelsmerk van FOA geworden, de markt vraagt er in veel gevallen niet om. Het lijkt er dan ook op dat Zaero Polo bij grootschalige bouwvolumes de makkelijke weg kiest door blinkende iconen te ontwerpen. Daarbij trekt hij zich terug in een niche waar het met de computer bouwbaar maken van de meest vergezochte patronen tot de voornaamste expertise gerekend wordt.

Wat in het betoog miste was het begrip programma. Het is namelijk niet zo vanzelfsprekend dat een groot bouwvolume automatisch leidt tot een abstract en iconografisch gebouw en een plat bouwvolume tot een oase van publiek domein. Door architectuur enkel vanuit bouwvolumes te benaderen zet Zaera Polo architectuur neer als een formalistische professie. Het is echter ook de organisatie van en verhouding tussen openbare en private programma’s die een bijdrage leveren aan een goede architectuur met een meerwaarde voor zijn omgeving. Het is aan de opdrachtgever om te bepalen in hoeverre de programma’s publiek of privaat zijn en aan de architect om daar een uitdagende invulling aan te geven. Het is niet te hopen dat het project in Istanbul de uitzondering, en het project in Madrid de regel wordt.