Feature —

De waarde van ontwerpen

Jeroen da Conceicao

Begin april vond in de Oude Kerk in Delft het symposium The Value of Design plaats. Naast een ‘preek’ van Erick van Egeraat werden de kerkgangers verblijdt met presentaties van bureaus als Foster + Partners, Dewhurst Macfarlane and Partners en Wilkinson Eyre Architects. De presentaties en de geanimeerde discussie aan het einde van de dag belichtten de relatie tussen de architect en de ingenieur.

De presentaties werden door Mels Crouwel, die als een gedistingeerde voorganger orde hield, aan elkaar geregen. Het zonlicht daalde neer door de hoge kerkramen en de 'hemelse projecten' vlogen over het presentatiescherm, begeleid door vurige betogen vanaf de kansel. Na een introductie door Gerrit van Veghel van ING Real Estate, betrad Erick van Egeraat de preekstoel. Zijn stelling was dat mensen zelf goed begrijpen wat functioneert, er zijn geen architecten nodig om dat te duiden. Architecten zijn er om goede smaak te etaleren, het gaat om waarde en niet om geld. Van Egeraat ging vervolgens een stap verder door te stellen dat het hem om de huid gaat en niet om het skelet van het gebouw. Het gaat om de aankleding, de uitstraling. Dat gebouwen goed geconstrueerd moeten zijn is wat Van Egeraat betreft vanzelfsprekend. Gebouwen moeten een beeld oproepen. Het bouwproces en de engineering zijn middelen om dat te bewerkstelligen. Hij verwijst daarbij naar Villa Savoye met de vraag: 'Zijn het werkelijk de kolommen die het plan vrij indeelbaar maken? Is het niet juist pure dictatuur die kolommen!' Daarmee werd de knuppel in het hoenderhok gesmeten.

Reinhard Joecks van Foster + Partners, reageerde, zoals een Engelsman betaamt, met droge humor op de geponeerde stelling van Van Egeraat: 'Er zijn natuurlijk verschillende meningen op de wereld met betrekking tot architectuur, en dat is maar goed ook.' Aan de hand van een adembenemende fotoserie over de Millennium Bridge, de brug bij Millau en de Swiss Re toren beargumenteerde Joecks waarom de architect en de ingenieur samen moeten werken. Het achterliggende argument, meerwaarde creëren voor de gebruiker en voor de klant, kwam echter niet zo goed uit de verf. De architectuur van Foster + Partners biedt daar weliswaar genoeg aanknopingspunten voor, maar deze kansen voor open doel werden door Joecks niet ingekopt.

Tim Macfarlane stookte het vuurtje weer op door te verkondigen dat zijn hart bij de eerste spreker ligt, omdat de ingenieur in de projecten van de tweede spreker lijkt te verdwijnen. 'Ik  hou van architectuur, maar helaas ben ik goed in engineering. De architect is de bad guy die dingen voorstelt welke je als ingenieur juist wilt mijden. Aan de andere kant heeft de architect wel een enorme culturele last op zijn schouders, terwijl de ingenieur zich bezig kan houden met 'singuliere wetenschap'.'

De uitspraken van Macfarlane zijn wat ambigue, maar aan het eind van zijn betoog kwam een sterk punt naar voren. Door als ingenieur de eindverantwoording te nemen voor wat hij maakt heeft hij projecten zoals de Apple Flagstore, het Broadfield House Glass Museum en de gevel van het Kimmel Center for the Performing Arts in Philadelphia kunnen maken. Glazen gevels die aan stalen kabels hangen werden gerealiseerd ondanks het gebrek aan gegevens vanuit de toeleverende glasindustrie. Reagerend op Van Egeraat besloot Macfarlane zijn betoog met de stelling dat nauwkeurig ontworpen details bloedmooi zijn en hetzelfde teweeg kunnen brengen als de ruimtelijke ervaring van een kathedraal.

4. animatie van Tensegrity brug in het National Building Museum in Washington, Wilkinson Eyre Architects
4. animatie van Tensegrity brug in het National Building Museum in Washington, Wilkinson Eyre Architects
5. Alpine House in Kew Gardens (Londen) ontworpen door Wilkinson Eyre Architects
5. Alpine House in Kew Gardens (Londen) ontworpen door Wilkinson Eyre Architects
6. UFA Cinema Center (Dresden) ontworpen door Coop Himmelblau i.s.m. Bollinger+Grohmann Ingenieure
6. UFA Cinema Center (Dresden) ontworpen door Coop Himmelblau i.s.m. Bollinger+Grohmann Ingenieure

Na de koffie besteeg Louis Becker van Henning Larsen Architects de kansel. Hij deed uit de doeken hoe de samenwerking met Buro Happold het bureau geen windeieren heeft gelegd. Een eye-opener na geconfronteerd te zijn met conservatieve ingenieurs in Denemarken. Naast een meer dan een kilometer hoge toren, waarvan de constructie gebaseerd is op koraalstructuren, volgde een intrigerend plan om de Olympische Spelen naar New York te halen en een ontdekkingscentrum in Damascus voor kinderen.

De waarde van het ontwerp zit voor Becker vooral in de locatie, de context en de locale cultuur. In de wolkenkrabber kwam dat tot uitdrukking door de koraalstructuur middels Arabische patronen om te zetten in een bruikbare stijve en stabiele constructie, terwijl de waarde in het plan voor New York vertaald is in een 'Groene Machine'. Louis Becker vindt dat hij klanten beter realiseerbare ontwerpen kan aanbieden sinds ze Buro Happold in huis hebben. Dat creëert dus waarde.

Volgens Jim Eyre van Wilkinson Eyre Architects verkennen architecten niet alleen de grenzen van wat mogelijk is, ze verleggen deze grenzen ook. Na de industriële revolutie aan het begin van de vorige eeuw is de architect volgens Eyre meer en meer een dialoog aangegaan met de ingenieur. Recent heeft de computer deze dialoog versterkt door gecurvde gebouwen mogelijk te maken. Naast prachtige animaties van een nog te realiseren Tensegrity Bridge in het National Building Museum in Washington toonde Eyre het ontwerp voor het Alpine House in Kew Gardens en de wolkenkrabbers in Guangzhou die op dit moment gebouwd worden. Hij sloot af met de stelling dat samenwerking de enige manier is om vooruitgang te boeken, omdat architecten toch graag tegen de stroom in willen zwemmen.

Manfred Grohmann van Bollinger + Grohmann Ingenieure betrad als laatste 'de preekstoel' en toonde projecten van Coop Himmelb(l)au en Sanaa. De sterk door vorm gedreven architectuur veroorzaakt nogal wat op te lossen constructieve problemen. Grohman is zich er van bewust dat zijn aanpak, het volgen van het architectonisch idee, veel kritiek oogstte bij vakbroeders, maar dat levert volgens Grohmann onmiskenbaar extra ruimtelijke kwaliteit op. In de hierna volgende discussie werd hem daarom wel de vraag gesteld of het ontwerpproces gezien kan worden als een democratisch proces of dat het beter is dat er een dictator opstaat. Volgens Grohmann is het geen van beiden, omdat alle partijen aan het einde van het proces achter de oplossing staan. Eyre haakte daarop aan door te vermelden dat zijn twee torens in Guangzhou in twee weken waren goedgekeurd, wat het voordeel van een dictatuur aantoont. Het roept echter tegelijk vragen op over de kwaliteit van die goedkeuring. Opvallend was in dat perspectief dan ook dat alle architecten en ingenieurs die deze dag aan het woord waren de lokale overheden als beste opdrachtgevers betitelden. Of dat zo is omdat lokale overheden weten wat ze willen, of omdat lokale overheden het ontwerpteam hun gang laat gaan werd niet helemaal duidelijk. Tot slot restte nog de vraag of de door de sprekers gedefinieerde waarden van de ontwerpen ook opgaan als de budgetten en opgaven een meer alledaags karakter krijgen. Maar na het zien van zo veel moois en zo veel ambitie is dat een aardse vraag die geen recht doet aan deze inspirerende middag.