Feature —

Papieren steden?

Harry den Hartog

Wat is de relatie tussen de vorm van een stad en een laag energieverbruik? John Roberts, directeur van Arup Energy, vertelde 8 april op uitnodiging van de Rotterdamse Academie van Bouwkunst en de Stichting AIR het verhaal over zijn ervaringen met twee eco-steden: Waterfront City in Dubai en Dongtan Eco-City bij Shanghai.

Dit verhaal ging vooral over het enorme verschil tussen theorie en praktijk bij de realisatie van deze twee CO2 arme nederzettingen. Op de bijzondere problematiek van plaatselijke fysieke gesteldheden of een extreem klimaat kan altijd wel een pasklaar antwoord worden gegeven. De software blijkt moeilijker te programmeren, vooral de veelheid aan betrokkenen en cultuurverschillen zijn struikelblokken.

Waterfront City en Dongtan Eco-City liggen beiden in het hart van een snelgroeiende vitale economie. Hoe kan dat samengaan? Het lijkt onmogelijk om weerstand te bieden tegen de demografische en economische druk van het omringende stedelijk gebied. Stadsbewoners verbruiken relatief meer energie en vervuilen meer dan plattelanders. Het is, aldus Roberts, veel beter om in lage dichtheden te wonen. Ruimtegebrek en de noodzaak om landbouw te bedrijven dwingen ons echter te zoeken naar andere oplossingen. De toekomst is urbanisatie!

Dongtan Eco-city heeft de ambitie om de eerste duurzame stad op aarde te worden. De opdracht van de Shanghai Industrial Investment Corporation aan Arup was een dynamische ecologische modelstad te ontwerpen met respect voor haar natuurlijke omgeving en tegelijk een minimum aan economische beperkingen. Deze opdracht is vooral ook bedoeld om aan te tonen dat China in staat en bereid is om duurzame oplossingen te realiseren, in de context van snelle economische groei en de daarmee gepaard gaande milieubelasting. Na het veelbesproken Kyoto-akkoord zal de eerste wezenlijk ‘duurzame’ stad niet door een westers ‘ontwikkeld’ land gerealiseerd worden maar door China!

Dongtan ligt op het Chongmin eiland in de delta van de Yangtze rivier aan de rand van een kwetsbaar natuurgebied: ongerepte wetlands met een grote internationale betekenis. Het slecht bereikbare eiland met haar vissersdorpjes was tijdens de culturele revolutie het ballingsoord voor duizenden intellectuelen uit Shanghai. Er is gekozen om een deel van het oude cultuurlandschap en de wetlands te beschermen en de rest duurzaam te ontwikkelen met een ‘verantwoorde voorbeeldwerking’ voor andere nieuwe steden in China, India en elders op aarde. Er wordt teruggegrepen naar de klassieke oplossing van compact bouwen en functiemenging in combinatie met forse investeringen in het collectieve transport. Het streven is om niet alleen het watergebruik en de CO2 uitstoot te minimaliseren, maar ook een sociale en economische duurzaamheid te bereiken. De beloofde sociale duurzaamheid zal worden verkregen door de stad op te delen in een drietal ‘dorpen’.

Impressie Waterfront City bij Dubai
Het hart van Waterfront City, Masterplan door OMA
Masdar Development in Abu Dhabi (UAE, 2007). Een ‘duurzame’ stad ontworpen door Foster + Partners waarbij in tegenstelling tot Waterfront City juist is uitgegaan van laagbouw en een gridvormig stratenpatroon georiënteerd op de wind voor een goede ventilatie.
Masdar Development in Abu Dhabi (UAE, 2007). Een ‘duurzame’ stad ontworpen door Foster + Partners waarbij in tegenstelling tot Waterfront City juist is uitgegaan van laagbouw en een gridvormig stratenpatroon georiënteerd op de wind voor een goede ventilatie.

Het gebied rondom de newtown wordt ingezet voor opslag en zuivering van water, de winning van schone energie en recycling. Door haar geografisch gunstige ligging kan Dongtan eenvoudig energie winnen uit wind en zon. Tegelijkertijd wordt energie gewonnen uit het restafval van de rijst- en graanproductie, Chongmin eiland is een belangrijk landbouwgebied. Daarmee kan voor bijna driekwart in de verwachte energiebehoefte worden voorzien. Resterende agrarische gronden zijn bestemd voor biologische boeren die Dongtan van voedsel voorzien en de nederzetting grotendeels zelfvoorzienend maken. In mindere mate wordt ook nog warmte en energie gewonnen uit gerecycled stadsafval. Tegelijkertijd wordt via een reeks maatregelen geprobeerd de vraag van de consument te reduceren en met nieuwe technologieën een efficiënter energiegebruik te bereiken. Zo zal het openbaar vervoer gebruik maken van hydrogene brandstofcellen. Samen met een uitgebreid netwerk aan voet- en fietspaden worden bewoners van deze eco-stad gestimuleerd de auto te laten staan.

Tijdens de Expo van Shanghai in 2010 Better City Better Life zal een testfase met 10.000 inwoners klaar zijn. De wereld zal zien dat China in staat is om duurzame gemeenschappen te realiseren. Deze postindustriële modelstad is dus vooral ook een prestige project.

Bij het deels door OMA uitgewerkte Waterfront City bij Dubai gaat het om een gebied dat in omvang veertien maal groter is, met een aanzienlijk hogere dichtheid. In 2020 moeten hier in de woestijn anderhalf miljoen mensen wonen in een dichtheid vergelijkbaar met Hong Kong Island, maar dan twee keer zo groot. In tegenstelling tot de Chinese bevolking behoren de inwoners van Dubai tot ’s werelds grootste consumenten van energie en water.

Terwijl in Dongtan wordt uitgegaan van laagbouw met drie tot acht verdiepingen zullen hier in de woestijn voornamelijk torens verschijnen. De voorgenomen ‘duurzaamheid’ bestaat ook hier uit de schijnbaar tegenstrijdige combinatie van het efficiënt gebruiken van de beperkte voorraden en tegelijkertijd een onbelemmerde economische groei.

Door het grid zodanig te oriënteren dat het woestijnzand niet door de straten kan waaien zorgt de vorm van de stad zorgt hier voor een duurzaam effect. Tegelijkertijd is de schaduwwerking geoptimaliseerd. Het grid, bestaande uit vakken van 600 bij 600 meter, biedt basis voor een uitgekiend openbaar vervoernetwerk dat de loopafstanden minimaliseert.

De vraag is hoe beide eco-steden vanaf het papier vertaald worden naar de praktijk. Zijn beide opdrachtgevers serieus met het eco-label of blijkt het slechts een verkooptruc? Als de ambitieuze doelstellingen daadwerkelijk gehaald worden zullen beide initiatieven het begin vormen van een wereldwijde eco-revolutie.

Om dit te bereiken is een daadkrachtige bestuurlijke samenwerking noodzaak. Dat is bij deze twee eco-steden geen enkel probleem. De grote kracht van beide initiatieven is juist de grootschalige aanpak en daadkracht, mogelijk gemaakt door dictatoriale opdrachtgevers. Hierdoor zullen beide ingrepen merkbaar verschil maken, mits niet toegegeven wordt aan de veeleisende consument. Maar ook gedragsverandering is volgens Roberts eenvoudig te sturen met goede voorlichting, belastingmaatregelen en smart buildings (die automatisch het lamplicht en de airco reguleren). “Vervuilende vliegvakanties naar de Alpen kunnen vervangen worden door een virtuele vakantie thuis of desnoods door een lokale skihal (zoals te Dubai)”, antwoordde Roberts optimistisch op een vraag uit de zaal.

Jonathan Watts schreef ooit in de Guardian: “In the 19th century, Britain and Europe taught the world how to produce. In the 20th, the US taught us how to consume. If China (of andere opkomende landen, HdH) is to lead the world into the 21st century, it must teach us how to sustain.”