Feature —

‘Doodligactie’ voor de deur van EGM

Piet Vollaard

Vanmorgen heeft de Werkgroep Stop Deportaties een zogenaamde doodligactie voor de deur van de Rotterdamse vestiging van EGM Architecten gehouden. De actie richtte zich tegen de betrokkenheid van EGM bij de nieuwbouw van detentiecentra in Soesterberg en Rotterdam Zestienhoven. Even werden de medewerkers geconfronteerd met de ethische kanten van het vak.

Het gebeurd niet vaak dat een architectenbureau doelwit is van een actiegroep, zelfs niet van een actiegroep van bewoners. We kregen vanmorgen dus al snel mailtjes van vroege vogels die op weg naar hun werk een heuse actie voor de deur van EGM aan de Rotterdamse Schiekade hadden opgemerkt. Op de stoep van het EGMkantoor lagen enige ‘lijken’, medewerkers van het bureau zouden daardoor, gedwongen om over deze lijken heen te stappen, worden geconfronteerd met ‘de realiteit van het vluchtelingenbeleid’ waaraan het bureau door het ontwerpen van detentiecentra zou meewerken.

EGM, dat op de website Indymedia wordt verweten te zijn uitgegroeid tot ‘hèt architectenbureau van de deportatiebajessen in Nederland’, wordt vooral kwalijk genomen het ontwerp te leveren voor de nieuwbouw van het Detentie- en Uitzetcentrum op Rotterdam-Airport en van het Masterplan voor ‘Kamp Zeist’, nieuwbouw voor een detentiecentrum op vliegveld Soesterberg.

De actie die om kwart voor acht vanmorgen begon verliep overigens rustig, er werden flyers uitgedeeld, hier en daar werd met medewerkers en voorbijgangers gediscussieerd, en de politie die even kwam kijken heeft zich – als de actie maar om 10 uur zou eindigen en de ketchup zou worden opgeruimd – verder niet met de actie bemoeid. Om half tien waren de lijken weer tot leven gewekt en de ketchupsporen schoongeveegd.

Rest de vraag of architecten dit soort acties serieus moeten nemen, of de werkgroep steekhoudende argumenten aandraagt en waar in het algemeen de grens ligt ten aanzien van het aannemen van een ontwerpopdracht voor gebouwen met een discutabele functie.

Arnold Sikkel van EGM is daar desgevraagd duidelijk over: “Die zogenaamde deportatiebajes op Zestienhoven, waar wij het ontwerp voor hebben gemaakt, betreft een verblijfsruimte voor uitgeprocedeerde moeders met kinderen. Op dit moment verblijven deze moeders nog in deplorabele loodsen. Deze nieuwbouw vormt een aanzienlijke verbetering van de omstandigheden voor deze speciale groep.”

Daarmee legt hij de vinger op een kwestie die zo oud is als het vak zelf. Moet je, zoals de actievoerders kennelijk vinden, als diensverlenend bedrijf ethische grenzen stellen aan een opdracht, ook als deze opdracht door de overheid wordt gegeven en dus het gevolg is van een democratische besluitvorming? Er zijn denk ik maar weinig architecten die dat zouden beamen. Het gaat hier niet om een opdracht van een autoritair regime, evenmin om een opdracht die een evidente verslechtering van de leefomstandigheden van de gedetineerden betreft. Ook al plaatst de protestbeweging terecht vragen bij het feit dat dergelijke detentiecentra in toenemende mate niet door de overheid, maar door private partijen beheerd worden.

Valt EGM inderdaad iets te verwijten? Dat lijkt me, los van de vraag of architecten zich zo maar kunnen verschuilen achter hun dienstverlenende functie, moeilijk. Want ook al is elke ethische afweging allereerst een persoonlijke zaak (waar dan vervolgens natuurlijk wel tegen geprotesteerd kan worden), en ook al is er altijd, zelfs in een democratie, een grens denkbaar waarover je als architect niet wilt gaan, er zijn – als het hier werkelijk om een substantiële verbetering van de omstandigheden van de gedetineerden gaat – meer argumenten vóór, dan tegen EGM’s betrokkenheid aan te voeren.

Vergelijk bijvoorbeeld de Sportdome die Willem van der Sluis (CUSTOMR), nota bene als ‘kunstproject’ in het kader van de 1%-regeling, ontwierp als ontspanningsruimte voor het asielzoekerscentrum in Zaandam. De redactie van het Jaarboek 2007>08 zag hierin geen reden om dit project op ethische gronden af te wijzen. Integendeel, de redactie die dit project geheel onafhankelijk selecteerde prijst het juist omdat het ‘verlichting brengt in een illegitiem bestel.’ Daar valt natuurlijk altijd tegenin te brengen dat een dergelijk ‘illegitiem bestel’ met dit ontwerp, en vervolgens met de selectie van dit ontwerp in zoiets als het Jaarboek, juist wordt gelegitimeerd. Een mooie kooi is nog altijd een kooi, en in zijn ‘Jaarboekschoonheid’ eigenlijk verhullender dan een lelijke. Maar als een onafhankelijke redactie van architectuurcritici al zo redeneert, waarom zou een bureau als EGM dan anders moeten reageren?

De ethische keuze als het gaat om het wel of niet aannemen van een ontwerpopdracht blijft een moeilijke kwestie, er zou alleen daarom al meer over moeten worden nagedacht en gedebatteerd. Dat de medewerkers van EGM door deze actie even zijn gedwongen om over de ethiek van het vak na te denken, lijkt me in elk geval een goede zaak.