Feature —

Pi de Bruijn over Roombeek

Harry den Hartog

De gemeente Enschede, Architectuurcentrum Twente en Medialab Enschede organiseren van 19 tot 21 juni de Dagen van Roombeek – a city recreates itself. Acht jaar na de vuurwerkramp die op 13 mei 2000 in Enschede een deel van de stad verwoestte, kristalliseren zich de contouren van het nieuwe Roombeek. ArchiNed sprak met stedenbouwkundige Pi de Bruijn over de planvorming rond deze bijzondere wijk.

Wat is de aanleiding voor de Dagen van Roombeek, is het werk gedaan?

Het is nog lang niet klaar, maar dit is het moment dat je eindelijk begint te zien wat er bedoeld is met het project. Tweederde van het 63 hectare grote gebied is gereed, de hoofdlijnen van het plan zijn heel herkenbaar. Het zal nog wel zo’n vijf of zes jaar duren voordat alles er is. Ik schat in dat ikzelf hier nog wel anderhalf tot twee jaar bezig zal zijn. Zo moet het Grolschterrein nog worden ingevuld, de brouwerij was tot voor kort nog in gebruik. Programmatisch is het acht hectare grote Grolschterrein van groot belang voor de hele wijk. Hier komt een menging van stedelijk wonen met hoogwaardige economische functies. Het wordt een soort creatieve campus vol bedrijvigheid als spin-off van de universiteit. Er komt een campus-achtige atmosfeer met een groene laan als hoofd-as. Het Brouwhuis vormt een link met de historie van het gebied.

Wie gaat het Grolschterrein ontwerpen?

De stedenbouw doe ik. De architectonische uitwerking aan de zuidkant van het Grolschterrein wordt gedaan door Loof en van Stigt architecten, IAA Architecten verbouwt het Brouwhuis tot winkels, bedrijfsruimten en appartementen, en mijn partner, Branimir Medic ontwerpt een deel van de zuidelijke rand. Het noordelijk deel van het Grolschterrein biedt straks ook plaats aan particuliere opdrachtgeverschap, daarvoor bestaat tamelijk veel animo. Dit particuliere opdrachtgeverschap gebeurt veelal in samenspraak met locale architecten. De plannen zijn volop in ontwikkeling, dat gaat er ook goed uit zien. Particuliere woningbouw is hier in Roombeek een doorslaand succes gebleken.

beeldregie laag
beeldregie hoog
beeldregie extra

De bescheiden positie van welstand is heel vernieuwend…

Zelf heb ik de supervisie gedaan. We hebben geprobeerd om welstandtoezicht meer los te laten. We moeten af van het idee dat je alle woningen eerst door een strengpers moet halen. Het is wel belangrijk om de beeldkwaliteit rond een paar belangrijke hoofdruimtes goed te coördineren. Voor deze hoofdruimtes hebben we een architectenselectie toegepast. Daarnaast zijn er gebieden die ook belangrijk zijn, waar ik nog wel even naar wil kijken voordat er gebouwd wordt. Tenslotte zijn er grote gebieden waar mensen hun gang kunnen gaan. Deze opbouw in aandachtsniveau is vernieuwend, dat zie je bijna nergens. Nederland kent doorgaans één regime, dikwijls met een receptuur die zelfs de dakpannen voorschrijft.

Hier in Roombeek hebben we dus drie categorieën, de zoneringen lopen hier door rijk en arm heen: er zijn ‘arme’ delen met hoge aandacht en rijke delen waar zonder screening gebouwd kan worden, dat is het bijzondere.

Tijdens de planvorming was een grote rol toebedeeld aan (oud)bewoners. Hoe was deze participatie georganiseerd?

Er was participatie op verschillende niveaus, vanaf de stedenbouwkundige planvorming tot op het niveau van de huizen zelf. Ik ben hier enkele maanden na de ramp aangesteld als stedenbouwkundige en supervisor. Toen was er nog veel agressie en wantrouwen richting de gemeente. Er waren zalen vol emotionele mensen. Als stedenbouwer moest ik daartussen laveren. Er lag een rol voor mij als bemiddelaar om te proberen de gesprekken weer op gang te krijgen. Daar heb ik een jaar over gedaan. Tijdens een groot aantal zittingen kreeg iedereen een kans om zijn of haar mening over de planvorming te geven. Dat lukte wel aardig. Het voorstel om een gevarieerde sociale invulling te geven accepteerde men, de mensen te overtuigen om ook enkele villa’s te bouwen kostte iets meer moeite. Maar als je goed uitlegt waarom een bepaalde ingreep nodig is, dan accepteert men dat. Mensen zijn niet zo dom. Op het moment dat je merkt dat men jou accepteert, dan kan je aan het werk.

Wat hebben de bewoners bijgedragen aan de planvorming?

Men zei dat voor de ramp deze wijk eigenlijk erg rommelig was, met restanten van oude industrieën. Juist dat rommelige werd erg gewaardeerd. Dat is waanzinnig, want dat waardeer ik namelijk ook. Die extreme variatie is in de meeste steden door de Hollandse stedenbouwtraditie bijna verdwenen. In naoorlogse wijken als Osdorp en Ommoord springt mijn hart niet open. Door de directe communicatie met de bewoners zag ik een onverwachte kans om een onorthodox heterogeen stuk stad te maken. Het oorspronkelijke stratenpatroon heb ik min of meer gehandhaafd, maar met een veel levendiger en gedurfde invulling. Ik beloofde de mensen dat ik alles in oude staat terug zou brengen, maar waarschuwde dat alles er wel heel anders uit zou gaan zien. Enkele oude fabrieksrestanten zijn bewaard als bruggetje naar het verleden.

Grolschlocatie, Loof & van Stigt Architecten
hergebruik Brouwhuis, IAA Architecten

Roombeek is bedoeld als een statement tegen de Vinex…

Het is absoluut opwindend om in Roombeek rond te lopen, je weet niet wat je ziet. We hebben geprobeerd de voorwaarden te concipiëren waardoor stedelijkheid kan ontstaan. Het is vooral een tegenreactie op het gevraagde Vinex-programma. Vinex vind ik heel erg, als het in de stadsranden wordt gerealiseerd kan ik er nog wel een beetje begrip voor opbrengen, maar Roombeek ligt middenin stedelijk weefsel, daar kan je niet aankomen met een monofunctionaliteit, dat is dodelijk. Het is in Nederland bijna niet meer mogelijk om bedrijfshuisvesting in een woonomgeving te realiseren. Sinds jaar en dag worden deze functies van elkaar gescheiden. Op het Grolschterrein proberen we het wonen en werken weer met elkaar te mengen, dat is ons ideaal. Het valt niet mee om dat voor mekaar te krijgen. De wetgeving is daar niet op ingesteld, men is het niet meer gewend.

Bij het deel dat nu klaar is is het goed gelukt.

Onze doelstelling om functies te mengen is geslaagd. We hebben inderdaad een gebied kunnen ontwikkelen dat programmatisch rijk is en interessant. Als je hier rondwandelt zie je een rijk palet: een klein woonstraatje, een parkje, een complex met daarin een museum, dan weer arcade met winkels eronder… Alles ligt op een natuurlijke manier bij elkaar. Dat overtuigt gewoon, je ziet dat dit werkt.

Is de samenstelling van de woningvoorraad ook stedelijk?

Het aanbod aan woningtypen is ook heel divers. Tweederde van de 1500 te bouwen woningen is gereed. De getroffenen woonden voorheen deels in zeer kleine huisjes. Die mensen zijn voor een deel teruggekomen in een tuindorp-achtig project dat gemaakt is door Molenaar & Van Winden architecten in opdracht van De Woonplaats Corporatie. Een soortgelijk complex is door IAA ontworpen, een bureau uit deze regio. Beide tuindorpjes zijn alleraardigst en op een goede manier uitgevoerd. Dan is er nog een categorie met kleine kavels waarop mensen zelf goedkoop konden bouwen. Ook dat is goed gelukt. Deze categorie is gegroepeerd rondom een heel erg aardig hofje. De grondstukjes zijn net zo groot als de woninkjes zelf, zo’n 10 bij 8 meter. Je hebt dan geen eigen buitenruimte maar kan toch je eigen huis maken. Dat is uniek en kost niet veel. Maar er is ook een straat met twee-onder een-kappers en er zijn natuurlijk ook echte villakavels op meer dan 1000 vierkante meter eigen grond. Daar staan vorstelijke huizen. De range aan woningen varieert dus enorm. In het begin hield iedereen het hart vast, maar het is gelukt. Dat hebben we kennelijk goed gedaan.

axonometrie, Cie.
links: gevarieerde ontwikkeling, rechts: beeldregie, Cie.

Je lijkt tevreden, ook over het particulier opdrachtgeverschap?

Over het geheel genomen is mijn satisfactie hoog. Ik word weliswaar vaak aangesproken op de stijl van de huizen, met name in de middensector. Daar kiest men vaak voor een traditioneel burgerlijk type, wat je retro zou kunnen noemen. Dan vraagt men wat ik daarvan vind, ‘want je bent toch moderne architect?’. Maar het zal mij een worst wezen dat mensen kiezen voor een rieten kap of witte steen in een gebied met weinig regie. Van tevoren hebben we bepaald dat we ons daar niet druk over maken,  in die gebieden mag men kiezen wat men wil. Dat is een elementaire stap. Soms gaan je tenen wel een tikkeltje krom staan, maar dan komen er allemaal weer bomen omheen

Het is een levendige wijk, dat straalt er vanaf, diep in mijn hart gaat het daarom bij een stad. Je ervaart dat de mensen er met plezier wonen. Door zelf energie in je woonomgeving te steken accepteer je deze ook eerder.

In 2007 won Roombeek de Gouden Piramide 2007 voor de wederopbouw en herstructurering vanwege de zorgvuldigheid, daadkracht en ambitie waarmee de opgave is aangepakt. Kan het succes van deze wijk zich elders herhalen?

Dat wordt mij veel gevraagd. Dan zeg ik ja. Dan vragen ze waarom dat niet gebeurd, en dan zeg ik: omdat gemeenten dat eigenlijk niet willen. Gemeenten zijn te gemakzuchtig geworden. Hier in Enschede was het mogelijk omdat ik een jaartje het initiatief had. Samen met Peter Kuenzli, die vanuit de stad als projectdirecteur was aangesteld, hebben we dit samen waar kunnen maken. We hebben de projectontwikkelaars een beetje buiten de deur kunnen houden. De Nederlandse stedenbouw wordt in de praktijk bepaald door projectontwikkelaars. Door die groep teveel kansen te geven krijg je eigenlijk nooit meer die verfijning zoals we die kennen in onze oude steden. Door deze ontwikkelaarscultuur en al die wethouders die binnen vier jaar moet scoren, krijg je zoiets als in Roombeek niet makkelijk voor elkaar.

Ontwikkelaars roepen wel dat ze ook zoiets moois gaan maken, om zichzelf te verkopen. In praktijk blijken ze deze belofte uiteindelijk toch niet waar te kunnen maken. Want dan verdienen ze er niet genoeg aan of het kost teveel energie. Men wil liever 800 woningen in één klap. Dan kan je kiezen uit woningtype A, B of C. Dat is de werkelijkheid van Nederland. Een werkwijze zoals in Roombeek kost veel geduld. Het lijkt bewerkelijk op het eerste gezicht, maar het is natuurlijk veel genuanceerder. Als je echt wil dan kan het!

Een belangrijk onderdeel tijdens de ‘Dagen van Roombeek’ is de ‘nacht van Pi’. Dat klinkt spannend, wat kunnen we tijdens deze nacht verwachten?

Dat wordt een romantische manifestatie. Overdag zijn er lezingen van Carel Weeber, Yoeri Albrecht, Peter Kuenzli en mijzelf. Het eerste exemplaar van een boek over mijn werk in Roombeek wordt gepresenteerd en een expositie over de relatie tussen mediakunst en stedenbouw wordt geopend. De ‘Nacht van Pi’ wordt een soort feestje.