Feature —

Groeten uit… Bogotá

Stan van der Maas

Bogotá DC is met zeven miljoen inwoners de vierde stad in Zuid-Amerika en hoofdstad van Colombia. De lusten en de lasten van het land zijn er in hoge dichtheid en uitvergrote vorm aanwezig. In het geval van Colombia: dat zijn er nog al wat.

Colombia is een feestelijk land. Waar je ook een drankje of sapje bestelt, het wordt zonder uitzondering geserveerd met een rietje. Dus óók in de dure restaurants en óók bij het kopje thee of koffie, in dat geval doet het uitstekend dienst als roerstaafje. Bovendien is een dagelijkse dosis Salsa, Merengue en Vallenato onvermijdbaar en kent het land een uitbundige eetcultuur. De zon schijnt elke dag en de geografische, ecologische en demografische diversiteit is spectaculair.

Tegelijkertijd worstelt Colombia al meer dan veertig jaar met een complex gewapend conflict waarin rebellen, paramilitairen, drugskartels en van corruptie beschuldigde politici elkaar naar de kroon steken. Grofweg drie miljoen displazados zijn voor het geweld gevlucht, bevolken de (van oorsprong) illegale wijken van de grote steden en zijn zichtbaar als daklozen, bedelaars en straatverkopers. De Colombianen snakken naar een vreedzame oplossing van het conflict, en met de bevrijding van Ingrid Betancourt uit de handen van de verzwakte  FARC is de hoop op normalisering groter dan ooit.

Tegen deze achtergrond heeft Bogotá zich ontwikkeld van één van ´s werelds meest beruchte steden begin jaren negentig, tot lichtend voorbeeld van stedelijke vernieuwing en good governance vandaag de dag – sinds de bekroning op de Biënnale van Venetië in 2006 welbekend in de internationale architectuurwereld. De investeringen in openbare ruimte, infrastructuur, openbaar vervoer, ecologie, scholen en bibliotheken hebben de stad een enorme impuls gegeven, maar zijn verre van voltooid en kampen met financiële, politieke en technische grilligheden.

Bogotá maakt een gefragmenteerde, diffuse indruk. De stad ligt ingeklemd tussen de Rio Bogotá en de Cerros Orientales. De oostelijk uitloper van de Andes vormt een geweldige backdrop voor de stad. Een goed overzicht krijg je na een pittige klim in de ochtend van 2600 naar 3100 m hoogte vanaf Monserrate. (De minder sportief ingestelde toerist neemt het treintje of de kabelbaan naar boven en waagt zich na een bezoekje aan de kerk aan geroosterde maiskolven en arepas). Voorbij La Candelaria, het oude koloniale  deel van de stad en de jaren zeventig hoogbouw van het zakencentrum overheerst de wezenloosheid van een ongecontroleerd gegroeide stad.

Het stratenpatroon kent in de meeste stadsdelen nog wel een leesbare structuur van carreras (noord-zuid) en calles (oost-west), maar de informele wijken onttrekken zich daaraan en een functionele hiërarchie ontbreekt. De bebouwing neigt naar het chaotische: overal onderbroken door parkeerterreinen, wachtgevels, vervallen panden en informele bouwsels. In de beter gestelde wijken wisselen appartementengebouwen, ommuurde villas, kleine winkeltjes en grote malls elkaar vrolijk af.

Wie denkt deze variëteit op zijn gemak te kunnen bekijken tijdens een wandeling door de stad, vergist zich. Met de architectuur wisselt ook het trottoir voortdurend van kwaliteit en je struikelt al snel over trottoirbanden, niveauverschillen, paaltjes, gaten, straatverkopers en andere voetgangers die wél naar beneden kijken om te zien waar ze lopen. Strijk dus gerust even neer op één van de opgeknapte pleintjes en parkjes, of in de cafés Juan Valdez voor je dagelijkse dosis Colombiaanse koffie.

1: La Candelaria, het koloniale hart van de stad
1: La Candelaria, het koloniale hart van de stad
2: La Manzana Cultural
2: La Manzana Cultural
3: Villa de Leyva
3: Villa de Leyva
4: een van de drie Torres del Parque van Rogelio Salmona
4: een van de drie Torres del Parque van Rogelio Salmona

Ook in programmatisch opzicht is de stad gefragmenteerd. Naast het Centro Internacional uit de jaren zeventig telt de stad een reeks van grote en kleine hoogbouwconcentraties en zakencentra. De detailhandel kent zijn eigen logica met concentraties van gespecialiseerde winkels en vestigingen van steeds dezelfde restaurantketens. Ook de rumba – het uitgaansleven – is verstrooid. De zona T, zona G, La 93, la Macarena en la Candelaria zijn elk hun eigen kroegentocht waard. En vergeet Usaquén niet, een opgeslokt dorp met een typisch dorpsplein en een tot centro comercial omgebouwde hacienda om de hoek. Verder buiten de stad, in het dorp Chía vind je Andres Carne de Res. Een verbazingwekkende kakofonie van prullaria, uitgelaten eters, feestgangers en lokale specialiteiten. Absoluut de horeca-ervaring van het jaar, en representatief voor de ruimtelijke ervaring van Bogotá.

Gelukkig  zijn er in de drukte van de metropool talrijke architectonische oases te vinden. Een selectie:

– Plaza Bolivar in La Candelaria is het koloniale hart van de stad, keurig geflankeerd door parlement, stadhuis, kathedraal en hooggerechtshof. De glans van de koloniale tijd is vervlogen, op een aantal mooie houten balkons en wél onderhouden gevels na. De charme van het koloniale stadsdeel bevindt zich met name achter de gevel, in een wereld van patio's en doorgangen vol eet- en drinkgelegenheden. De interessante plekken zijn verder vooral recente ingrepen, zoals het Centro Cultural Gabriel García Marques van Rogelio Salmona en La Manzana Cultural, een aangenaam doolhof van patios, cafés en drie musea, waaronder het Museo Botero.

– Enkele uren ten noorden van Bogotá vind je Villa de Leyva waar de koloniale architectuur beter overeind is gebleven en de geschakelde hofjes binnen de bouwblokken nog labyrintischer en levendiger zijn.

– Het Museo del Oro herbergt de schatten van de pre-Colombiaanse beschavingen en een uitstekend restaurant.

– Voor de liefhebbers van de architectuur van Rogelio Salmona: schaf het maartnummer van A+U aan en bezoek de Bibliteca Virgilio Barco, las Torres del Parque, la Nueva Santa Fe, el Archivo Nacional, el eje ambiental, en ga zo maar door.

– De Universidad Nacional heeft een ruime campus vol prachtige modernistische architectuur uit de jaren dertig. Wel even de vele lagen graffiti wegdenken. In groot contrast hiermee staat de private Universidad de Los Andes, een waar Eden van schattige faculteitsgebouwtjes, tuinen en terrassen aan de voet van de Andes, maar zonder referentie aan de andere kant van de toegangspoortjes lastig te betreden.

Het zijn slechts enkele van vele rustpunten. Kijk voorbij de hekken en de portiers, achter de gevels, en in de patio´s. Stoppen als je het niet vertrouwd, maar onthoud: nieuwsgierigheid wordt beloond.