Recensie —

Landschappen van verbeelding

Gerwin de Vries

Sinds 11 juni is de tentoonstelling Landschappen van Verbeelding te bezichtigen in Paleis het Loo. De tentoonstelling maakt onderdeel uit van de Triënnale Apeldoorn en werd samengesteld door Erik de Jong en Michel Lafaille.

Landschappen van Verbeelding laat ontwerpen zien van landschapsarchitecten uit de laatste 400 jaar. Hierin ligt de nadruk op de verbeelding van de gedachtes achter het ontwerp. Veertig ontwerpen worden in chronologische volgorde aan de hand van teksten, foto’s, kaarten, maquettes en tekeningen tentoongesteld. De tekeningen, zowel ideeën als gerealiseerde ontwerpen, komen zo in een historisch perspectief te staan; oude handgetekende kaarten en krijtschetsen worden in de reeks opgevolgd door computergegenereerde beelden.

De ontwerpen op de tentoonstelling zijn een afspiegeling van de tijd en de cultuur waarin ze zijn gemaakt. Samen vormen ze een overzicht van de landschapscultuur, de veranderende opvattingen over landschap en de verhouding tussen mens en landschap. De verschuivingen in de idealen en motieven van de ontwerpers worden mooi zichtbaar op de tentoonstelling.

Voor de inpoldering van het Beemstermeer werd in 1611 een ontwerp gemaakt. De kaart laat een wiskundig uitgemeten ontwerp zien en fungeert als een overdrager van informatie over de exacte maten en toe te passen technieken. Met grote precisie worden sloten en wegen in een geometrisch patroon getekend, grotere vierkante kavels worden weer onderverdeeld in kleinere vierkanten. Aan de randen ontmoeten het geometrische patroon en de bestaande topografie van het meer elkaar. Er is goed nagedacht over de omgang met het bestaande landschap. Het plan is een voorstel voor een grote en complexe landschappelijke ingreep. Het fascinerende is dat je door het precies uitgemeten voorstel het gevoel krijgt dat er voldoende kennis, kunde en vertrouwen aanwezig was om deze ingreep tot een goed einde te brengen.

In de 18e eeuw worden ontwerptekeningen narratief en poëtisch, onder invloed van de landschapsschilderkunst. Plannen worden gepresenteerd in romantische perspectieven met slingerende waterpartijen, bruggetjes en een paviljoen waarin mensen zich in landschappelijke taferelen begeven. Landschapsarchitectuur was als discipline verwant aan de schilderkunst, de poëzie en het theater. Het parkontwerp is een kopie en een dramatisering van het landschap buiten de stad. De tekening wijst de toeschouwer aan waar het landschap is en hoe men als persoon zelf een rol speelt in de sfeer, het verhaal en de beleving.

In 1891 maakte Ebenezer Howard een wetenschappelijk betoog voor de tuinstad in de vorm van een diagram. In een analyse worden plus en minpunten van deze nieuwe nederzettingsvorm als magneten geprojecteerd. Op sociaal wetenschappelijke basis wordt propaganda gemaakt voor de visie van Howard, op hoe en waar mensen zouden moeten wonen. Deze versimpeling in een logo of beeldmerk was bedoeld om zijn pleidooi kracht bij te zetten.

De complexiteit in vraagstukken over landschap neemt toe aan het einde van de 20e eeuw. Nieuwe krachten en processen beïnvloeden het ontwerp waardoor de context als het ware groter wordt. De ontwerptekening moet helderheid verschaffen in de verhouding tot deze context. Ontwerpen zijn niet langer paradijselijke geïsoleerde plekken, maar alomvattende gelaagde concepten. In de winnende prijsvraaginzending voor Parc de la Vilette (1982) neemt Bernard Tschumi de toenemende complexiteit in de grote stad als inspiratiebron. Met het plan beoogde Tschumi een nieuw inzicht te geven op de betekenis van het landschap in de stad. Het plan is een nieuw type stadspark, met een enorm stedelijk programma. De tekening is een abstracte ordening van processen in rasters, driehoeken en cirkels. Drie autonoom vormgegeven planlagen worden over elkaar heen geprojecteerd. De ontwerptekening is een concept die op abstracte wijze bijna letterlijk vertaald is naar een ontwerp.

In 1991 maakte het landschapsarchitectenbureau West8 collages van pantone papier voor het ontwerp van het Schouwburgplein in Rotterdam. Met aantrekkelijke perspectieftekeningen werd het plein aan de man gebracht. De stad en zijn stedelijkheid worden verheerlijkt. De collages werden verspreid als affiches om het ontwerp meer bekendheid te geven. De gebruikte kleuren refereren niet naar de gebruikte materialen maar staan ten dienste van het sterke beeld. Het ontwerp wordt zo een icoon, toegankelijk voor een massa mensen. De ontwerptekening krijgt een sterke autonomie. West8 speelt hiermee in op de snelheid en hoeveelheid beelden waarmee we geconfronteerd werden door de beeldcultuur.

De ontwerptekening heeft verschillende doelen gediend. Het meetbaar maken van een ontwerp, de toeschouwer landschappelijk verleiden, een sociaal wetenschappelijk pleidooi houden, een concept communiceren of iconische kracht aan een ontwerp meegeven. De tentoonstelling Landschappen van Verbeelding laat zien dat de ontwerptekening een bepaalde autonomie heeft ten opzichte van het landschap en het gerealiseerde ontwerp. Erik de Jong: 'Het immense papieren archief is de spiegel van het werkelijke landschap dat ons omringt'.