Feature —

RoerIJdock – meebewegen, verleiden, stimuleren

JaapJan Berg

Op 19 juni werd in Amsterdam de start van IJDock gevierd: een spectaculair stedenbouwkundig complex van vijf gebouwen op een schiereiland in het IJ. Hier komt een stedelijk programma met onder andere het nieuwe Paleis van Justitie. Tijdens een cruise over het IJ onthulde wethouder Maarten van Poelgeest het ontwerp.

In april 2005 hield toenmalig Amsterdams ‘superwethouder’ voor ruimtelijke ordening Duco Stadig op uitnodiging van de Universiteit van Amsterdam een lezing getiteld De Maakbare Stad. Het was een voorlopige terugblik op zijn toen al elf jaar durende wethouderschap. In de lezing ging hij vanzelfsprekend ook in op de ontwikkeling van de IJ-oevers: een prestigeproject maar vooral ook hoofdpijndossier van de gemeente. Stadig destijds: ‘zoals u hier kunt zien heeft deze strategie van meebewegen, verleiden en gericht stimuleren inmiddels de nodige resultaten opgeleverd’.

Meebewegen

De tevredenheid van Stadig over de strategie en de resultaten moesten vooral gezien worden in het licht van de aanvankelijk moeizame ontwikkeling van de IJ-oevers. Een kleine terugblik: Stadig had als nieuwbakken wethouder in 1994 direct te maken met de naweeën van de dramatisch verlopen poging om het centrale deel van de IJ-as te ontwikkelen. De pogingen van de illustere Amsterdam Waterfront Financieringsmaatschappij (AWF), een PPS-constructie waarin de ING Groep en de gemeente deelnamen, waren niet lang daarvoor jammerlijk mislukt. Daarmee verdween ook het stedenbouwkundig plan dat Rem Koolhaas begin jaren ’90 had gemaakt naar de prullenbak. Dit debacle om tot een integrale, zij het volgens sommigen wat erg autonome, ontwikkeling van de IJ-oevers te komen, leidde in de periode direct voorafgaand aan het wethouderschap van Stadig tot een drastische aanpassing van plan, denkwijze en aanpak. Men ging het gebied vanaf dat moment, deels gedwongen door kopschuw geworden marktpartijen, aanpakken op basis van een nieuw geformuleerde ontwikkelingsstrategie. Het werd niet langer als toplocatie voor vastgoedontwikkeling of ‘designers wet dream’ gezien, maar steeds meer als een organisch onderdeel van de stad. Het accent kwam te liggen op het mengen van functies die deels al aanwezig waren in de stad, maar dikwijls kampten met verouderde of te kleine huisvesting. De rol van de gemeente veranderde ook. Naast het leveren van bouwrijpe grond, zorg voor de infrastructuur en de inrichting van de openbare ruimte probeerde men met behulp van strategische overheidsinvesteringen alsnog marktpartijen te verleiden om mee te doen. Deze tactiek kreeg, net als de strategienota waarop ze gebaseerd was, de enigszins prozaïsche titel Ankers aan het IJ. Als gevolg hiervan verhuisden en vestigden zich in de loop der jaren meerdere prestigieuze culturele instituten in dit gebied waardoor de ontwikkeling alsnog succesvol bleek. Het is, terugkijkend, een mooi staaltje geweest van handig inspelen op schaarste, overtuigend positioneren en slim meebewegen.

muzikale omlijsting

Verleiden

Maar weinigen dachten terug aan die roerige ontwikkeling toen op 19 juni jongsteden de start van het project IJ-Dock werd gevierd. Toch behoort ook dit project tot de eerder genoemde ankers aangezien het een gedeeltelijke herhuisvesting van bestaande instellingen uit de binnenstad betreft: het Gerechtshof van Amsterdam (nu aan de Prinsengracht) en de KLPD dienst Waterpolitie (nu al aanwezig op deze plek). Maar de gunstige voortgang en voortdurende oplevering van steeds weer nieuwe projecten in het gebied hebben de soms moeizame worstelingen van gemeentelijke projectmanagers en supervisors en de politieke crises in deze context wat naar de achtergrond gedrukt. Nu het gebied een succes aan het worden is pikken velen graag een graantje mee. Ook dit bewijst het gelijk van Stadigs eerdere uitspraak en beleid dat met een goed beleid andere partijen verleid kunnen worden. Hoewel zijn huidige opvolger, Maarten van Poelgeest, inmiddels veel andere vastgoed gerelateerde problemen aan zijn hoofd heeft, liet hij het niet na om de licht aangeschoten aanwezigen nog even aan de lange voorgeschiedenis van het project te herinneren. Daarna waren het vooral de feestvreugde van ontwikkelaar Fortis en een deel van de toekomstige gebruikers en partners (RGD, KLPD) die de toon zetten.

Om elk risico van eventuele twijfel of mogelijke tegenspoed weg te nemen, waren voor de presentatie kosten nog moeite gespaard. De vastgoedgoden werden gunstig gestemd door de inzet van een partyboot beschilderd met een historisch-hip stealth-patroon, riksja’s om genodigden te vervoeren, overvloedig vloeiende champagne, de presentatie tv-dame en door alle aanwezigen bij vertrek een exemplaar van de publicatie ‘Langs het IJ’ in de handen te drukken. Mogelijk is een dergelijke strak geregisseerde uitdragerij inmiddels tot standaard verheven bij dit soort gelegenheden. Het zorgde in elk geval voor wat scheve verhoudingen tussen presentatievorm, aanleiding en ontwerp. Hoewel het definitieve ontwerp van het project IJ-dock in veelvoud aanwezig was als beamer-behang, op een kingsize-print naast de vers geslagen damwand in het IJ en als maquette, bleef de essentie daarvan wat onderbelicht.

boven: onthulling maquette
onder: fotomontage

Stimuleren

Het is eigenlijk een klein wonder dat het project er na zoveel jaren, en in vrijwel ongewijzigde vorm daadwerkelijk gaat komen, erkent ook coördinerend architect Van Gameren die samen met Bjarne Mastenbroek het masterplan maakte. Toen beiden, nog gebroederlijk onder de vlag van de Architectengroep, in 1998 hun ontwerp presenteerden gold het direct als een opvallend statement: een blok, omgeven door water en doorsneden met zichtlijnen die het gebouw verbinden met (lijnen en assen in) de stad. Het was ook een type ontwerp waarvan verwacht kon worden dat bij een verdere uitwerking nog veel moois uit het oorspronkelijke concept zou sneuvelen. Aan de uitgangspunten van het oorspronkelijke ontwerp is echter in de voorbije tien jaar weinig getornd. Toch is het project wel degelijk door een aantal dalen gegaan en langs kliffen gescheerd. Zo veranderde de positie van co-opdrachtgever RGD in het project nadat de dienst niet meer als risicodragende partij mocht deelnemen. Die ‘rol’ werd achtereenvolgens door William Properties en Fortis overgenomen. Ook het bestemmingsplan stuitte aanvankelijk op bezwaren uit de buurt. Daarnaast stagneerde het project rond 2004 door de effecten van een inzakkende kantorenmarkt. Nadat de RGD in 2005 aangaf de locatie interessant te vinden voor het nieuwe Gerechtshof en daarmee potentiële leegstand werd afgewend, bundelden Fortis en van Gameren hernieuwd de krachten voor de uitgeschreven Europese competitie. Die actie leidde er ook toe dat Diederendirrix en Peter Wilson, twee van de oorspronkelijke ontwerpers van een gebouw op het schiereiland, buiten de boot vielen. Ook omdat de RGD de beoogde twee gebouwen in de hand van één ontwerper wilde hebben kwam in hun plaats Claus en Kaan, dat begin deze maand het definitief ontwerp voor het Paleis van Justitie presenteerde.

Het gebouweneiland wordt met zijn veelzijdig palet aan gebruikers en ontwerpers een zelfde stimulerende werking toegedicht als veel andere al gerealiseerde publieke gebouwen langs de zuidelijke IJ-oever. De CEO van Fortis Vastgoed sprak tijdens de presentatie van ‘een plek om te flaneren en te genieten van de goede dingen van het leven’. En ook Van Poelgeest sprak al eerder van ‘een prachtige kers op de taart van de ontwikkelingen’. Dat is allemaal wellicht toch wat te voorbarig gesteld. In de eerste plaats zullen twee van de vijf blokken op het eiland gebruikt gaan worden voor het Gerechtshof. Dat is weliswaar een publieke instelling, maar toch van een ander kaliber dan een muziekcentrum of openbare bibliotheek. Ook de waterpolitie, is bepaald geen instelling waar mensen de deur plat lopen. Resten nog de kantoren en woningen (Zeinstra van Gelder) en een hotel (Jan Bakers en Ben Loerakker) die de publieke en flanerende factor zouden moeten redden.

Gezien de nu al redelijk drukke en wat claustrofobische verkeersroute direct langs de Westerdoksdijk lijkt enige terughoudendheid hier op zijn plaats. Laat ons eerst maar eens zien of dit roerei daadwerkelijk gaat stollen én glanzen.