Feature —

Een metropool in ontwikkeling

Harry den Hartog

‘Ruimtelijke dynamiek laat zich niet vangen binnen territoriale bestuursgrenzen’, verklaart de Vereniging Deltametropool op haar website. Om internationaal mee te kunnen blijven tellen is het nodig dat er bestuurlijke synergie ontstaat binnen de Randstad. De bestaande gefragmenteerde stad zal moeten veranderen in een ‘ineengelegde stad’ ofwel: een metropool.

Onder leiding van minister Eurlings wordt momenteel gewerkt aan Randstad Urgent: 33 gerichte korte termijnprojecten die van de Randstad een ‘duurzame en concurrerende Europese topregio’ moeten maken. Tegelijkertijd richt minister Cramer zich met haar programma Randstad 2040 op een visie voor de verre toekomst. Het gevaar bestaat dat er voor de tussenliggende middellange termijn geen visie komt’, zo waarschuwde Duco Stadig, voorzitter van de Vereniging Deltametropool, tijdens de conferentie ‘Randstad na Urgent’ op maandagmiddag 7 juli in het Haagse Gemeentemuseum. De conferentie was een initiatief van de Vereniging Deltametropool en bedoeld om de discussie over metropoolvorming verder op gang te brengen. Ondanks de vakantieperiode was de opkomst bijzonder hoog, wat de noodzaak van een nieuwe ruimtelijke en bestuurlijke agenda voor de Randstad nog eens onderstreepte. De efficiënt ingedeelde middag bestond uit enkele korte voordrachten, twee paneldiscussies en toespraken van de ministers Eurlings en Cramer.

Als een der eerste sprekers riep Henry Meijdam (voorzitter VROM-raad) op om bestuurlijk over te gaan op een management van onzekerheden: ‘Wijzigingen halverwege moeten mogelijk blijven, we moeten niet teveel investeren in schijnzekerheden. Er is een sterke Randstadautoriteit nodig in plaats van het huidige versnipperde systeem dat wordt gestuurd door wie hardste roept.’

Volgens Ries van der Wouden (sectordirecteur van het te fuseren RPB) daarentegen, staat het probleem van de woningmarkt met stip op één: “De woningmarkt zit helemaal vast en doordat het gemiddelde aantal personen per huishouden komende jaren zal verschuiven van 2,3 naar 1,8 ontstaat er een tekort van maar liefst één miljoen woningen. In het huidige bouwtempo duurt het dan 350 jaar nodig om de woningmarkt op orde te krijgen! Tegelijk dreigen steeds meer mensen met modale en hoge inkomens te vertrekken uit de grote steden.”

Groot probleem is het ontbreken van een visie op hoe de stad er uit zou moeten zien in het post-Vinex tijdperk. “Nederland verrommelt, onder andere door de lage grondprijs voor bedrijventerreinen waardoor veel ruimte wordt verspild”, hekelde Van der Wouden terecht. Meijdam voegde hier aan toe dat ook binnenstedelijke verdichting ten koste gaat van groen en openbare ruimte, dat kan leiden tot onleefbare steden. Er is behoefte aan een nieuw paradigma en concepten op maat om de regionale differentiatie te vergroten.

Na deze agenderende woorden van de eerste sprekers nam Camiel Eurlings, coördinerend minister voor de Randstad, het door Cap Gemini opgestelde rapport ‘Trends in Mobiliteit’ in ontvangst. Hierin wordt ondermeer gewezen op de kansen die het binnenhalen van de Olympische Spelen in 2028 biedt om de Randstad internationaal op de kaart te zetten en om de gebrekkige infrastructuur op te krikken. Volgens Eurlings bestaat de Randstad vandaag niet als zodanig maar komt ze wel voor in internationale rankings. In de Randstad wordt namelijk 70% van het bruto nationaal product verdiend. Het is echter onaangenaam te moeten constateren dat de Randstad steeds verder achterop raakt ten opzichte van steden als München en Barcelona. De oorzaak hiervan is besluiteloosheid en gebrek aan bestuurlijke daadkracht, aldus de minister. Eurlings: “Nederland is een gefragmenteerd en verkokerd politiek landschap. Met een meer integrale aanpak moeten we zien te voorkomen dat Nederland verder verandert in een verrommelde stad.”

Een paneldiscussie tussen vier strategische denkers bracht nog meer problemen aan het licht, maar gaf voorzichtig ook enkele oplossingsrichtingen aan. Volgens Joost Schrijnen (directeur Structuurvisie Almere 2030+) gaat de discussie over niets minder dan de instandhouding van Nederland. “Er is een sleutelopgave, geld en idealisme nodig.” Schrijnen roemde het veelbelovende project Stedenbaan als een revolutionaire manier waarbij woningbouw wordt gekoppeld aan de aanwezige vervoerscapaciteit, dit in tegenstelling tot veel Vinex-locaties waar openbaar vervoer pas achteraf werd gerealiseerd, lang nadat de meeste bewoners een (tweede) auto hadden aangeschaft.

Bert van Wee (hoogleraar Transportbeleid en Logistieke Organisatie, TU Delft) herinnerde de aanwezigen er vervolgens aan dat de olievoorraad op dreigt te raken: “We moeten nieuwe (collectieve) transportnetwerken onderzoeken, bijvoorbeeld elektrische auto’s”. De zaal reageerde hierop met luid applaus. Ondertussen kan, volgens Van der Wee, het bestaande netwerk veel efficiënter worden gebruikt, want “nieuwe infrastructuur is te duur” en “we moeten geen concepten maken ten koste van de belastingbetaler”. Hoe die gewenste nieuwe transportnetwerken gefinancierd moeten worden, werd  niet helemaal duidelijk.

Katrien Termeer (hoogleraar bestuurskunde WUR) en Yttje Feddes (Rijksadviseur voor het Landschap) benadrukten beiden vooral de te overbruggen kloof tussen top-down ‘denkers’ en bottom-up ‘doeners’. “De overheid blijft nodig om de richting aan te geven en te investeren in hoofdstructuren, hierop kan dan worden aangetakt”, aldus Termeer. Feddes, die het Rijksadviseur-estafettestokje van Dirk Sijmons heeft overgenomen melde verder nog dat “het landschap toegankelijker gemaakt moet worden”. Sinds de eerste ruilverkavelingen zijn namelijk honderden kilometers aan (informele) paden uit het Nederlandse landschap verdwenen.

Dagvoorzitter Duco Stadig vatte de middag als volgt samen voor de zojuist binnengekomen minister Cramer: ”De strategische ligging van de Randstad wordt onvoldoende benut. Het openbaar vervoer is bijzonder slecht, er is nauwelijks afstemming tussen de verschillende vervoersstromen. Het ontbreekt vooral aan een slagvaardig bestuur en synergie tussen de verschillende krachtenvelden. Er is behoefte aan visie en duidelijkheid. Daarom moet er een toekomstbeeld worden vastgelegd in een structuurvisie voor de Randstad (die voldoet aan de nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening).”

Op 5 september a.s. zal minister Cramer de uitkomsten van haar project Randstad 2040 presenteren. Deze middag verklapte ze alvast dat er zal worden ingezet op de onderscheidende kwaliteiten van de verschillende steden binnen de Randstad. “Voor logistiek en infrastructuur is een belangrijke rol weggelegd en het Groen Hart zal gaan fungeren als metropolitaan park met uitlopers naar de Wadden, Zeeland en de Veluwe”, aldus minister Cramer.

Dat zijn mooie visies van de minister, maar weinig realistisch als strategieën voor de middellange termijn blijven ontbreken. Urgent lijken vooral de klimaatschommelingen en de dreigende energiecrisis die mogelijk al voor 2040 hun invloed zullen doen gelden.

In plaats van op Randstadniveau een extra bestuurslaag toe te voegen is het misschien beter om het deze middag in het Gemeentemuseum besproken ‘daadkrachtig orgaan dat territoriale bestuursgrenzen overschrijdt’ de schaal van heel Nederland te laten omvatten. Met de huidige zittingstermijnen van vier jaar en de daar bijbehorende koerswijzigingen lijkt het door Meijdam voorgestelde ‘management van onzekerheden’ voorlopig het meest concreet realiseerbare.