Feature —

Groeten uit… Edinburgh

Liam Ross

Tussen de steden Edinburgh en Glasgow heerst een rivaliteit vergelijkbaar met die tussen Amsterdam en Rotterdam. Zo omschrijven de meiden van Glasgow die van Edinburgh graag als ‘all fur coat and nae nickers’ [een en al bontjas en geen onderbroek]. Dat is een belediging die zoveel betekent als dat de Edinburghse meisjes charmant zijn en veel beloven, maar als puntje bij paaltje komt niet thuis geven.

Misschien gaat dat ook wel op voor Edinburgh als stad. De restaurants zijn een goed voorbeeld. Schotse eten is afgrijselijk: het is gekookt, gestampt en smakeloos, en lijkt uitgevonden voor peuters; een maaltijd brengt herinneringen boven aan een afschuwelijke winter uit je jeugd. Uit eten gaan is geen traditie in Schotland en gasten bedienen evenmin. Bediend worden in een restaurant is hier een slopende duursport waarbij je betaalt om je geduld te mogen meten met dat van haatdragend personeel van onder de twintig. De Edinburghse restaurants proberen deze problemen te verdoezelen met hun inrichting. De restaurants in George Street zien eruit als een wedstrijd wie de hipste hiphopvideosetting heeft; spiegelende plafonds, draperieën met kwastjes en nep-Boticelli’s vormen het decor van deze achthonderd meter lange vreetstraat in bordeelstijl. Als je hier toch moet eten, kun je het schouwspel het best van een veilige afstand gadeslaan in Dogs, een klein restaurantje waar, via beeldjes en muurschilderingen, eer wordt betoond aan twee dode honden. Het eten is er ongewoon goed, de bediening stijlvol, en er zijn nauwelijks draperieën. Als je alle onzin wilt mijden moet je op de etnische of biologische toer gaan. Chop-Chop (Chinees) en Kebab Mahal (Indiaas) zijn hier de leukste eetgelegenheden: het is er druk, het eten is er lekker en goedkoop, en ze hebben de ambiance van een tegelshowroom. Voor serieuze culinaire ervaringen moet je naar Leith, waar in Restaurant Martin Wishart en The Kitchen heerlijke vis en schaaldieren wordt geserveerd en het personeel ten aanschouwen van iedereen wordt stijfgevloekt.

4 Parlementsgebouw

En dan is er nog het nieuwe Schotse parlement; een instituut zonder onderbroek wellicht, maar als gebouw een onvervalste bontjas. Dankzij Miralles-Tagliabue zit het vol prachtige, kokette gebaren: voor de ramen zitten eikenhouten roeden die eruitzien als de schedes van samoeraizwaarden en er zijn stenen platen in de vorm van speelgoedgeweertjes, je hebt een gids nodig om niet op de kronkelende trappen te verdwalen en de koffiekamer voor parlementsleden ziet eruit als een business-class lounge op een luchthaven voor ruimteschepen. Dankzij RMJM is het prachtig gemaakt; de materialen zijn eersteklas en het vakmanschap straalt er overal vanaf. De ligging is subliem: het gebouw heeft een plaats gekregen tussen het huis van de Laird, die het vorige parlement heeft ontbonden en het Koninklijk Paleis, waardoor de grote vergaderzaal – een in zijn openheid indrukwekkend regeringscentrum – via een enorme glazen gevel uitzicht heeft op de Edinburghse residentie van de koningin; volgens mij is dit een grap van de architect over democratische transparantie. Het  parlementsgebouw staat aan de voet van Salisbury Crags, wanneer je Radical Road – een historische poging om politieke onrust de kop in te drukken – oploopt krijgt je een schitterend uitzicht op de fraaie daklandchap. Maar de beste manier om het gebouw te leren begrijpen is de eerste de beste taxi te nemen, je erheen te laten brengen en te laten doorschemeren dat je architect bent. Het typisch Schotse aan het project is dat, nu het is gelukt het mooiste gebouw in Edinburgh te bouwen, iedereen heeft besloten er eindeloos over te klagen.

3 Pleasance Courtyard

Het Edinburgh International Festival is ook al een complex van frustraties. In de maand augustus verandert de stad in één grote biergarten, begint iedereen The Guardian te lezen en zich te gedragen alsof hij net naar een modieuze wijk van Londen is verhuisd. Het buitensporige aantal uitvoeringen (31.320 optredens in 2007, inclusief side-programma), de peperdure kaartjes en het amateuristische niveau van de voorstellingen, werken besluiteloosheid in de hand. Het (her)lezen van de onbegrijpelijke voorstellingsbeschrijvingen helpt ook al niet; gaan we naar ‘Legpuzzels, buskaartjes en knopen vertellen het fysiek en visueel adembenemende verhaal van de omzwervingen van een Oost-Europees meisje in de hedendaagse seksindustrie’, of toch maar naar ‘Onderwijzeres in scheiding heeft het moeilijk op crèche. Kerstfeestclown bezopen. Intimidatie in de personeelskamer. Toch lijkt remedial teacher op hunk uit Bollywoodfilm’? Het is niet moeilijk uitgeput te raken op de Royal Mile, terwijl je in het voorbijgaan kijkt hoe een goudgeschilderde man niet beweegt. Beter is gewoon niet kiezen, een plastic bekertje bier kopen en in de Pleasance Courtyard rondhangen en doen alsof je beroemde mensen herkent.