Recensie —

Een kwestie van intelligent ontwerpen

Joosje van Geest

Cradle to Cradle, iedereen spreekt er over. Vorige week vrijdag presenteerde de gemeente Almere zelfs het boek De Almere Principles, een opsomming van zeven ambities voor een ecologisch duurzame toekomst die deze gemeente in nauwe samenwerking met William McDonough opstelde. Maar wat staat er eigenlijk in het destijds door McDonough en Braungart geschreven boek? Voor wie het nog niet gelezen heeft schreef Joosje van Geest een recensie.

In 2002 verscheen het boek Cradle to Cradle: Remaking the Way We Make Things. November 2007 volgde een Nederlandse editie met als ondertitel Afval = Voedsel. Het boek heeft in Nederland het een en ander losgemaakt. Op verschillende plaatsen worden bouwprojecten met een Cradle to Cradle logo gerealiseerd.

De Duitse chemicus Michael Braungart en de Amerikaanse architect William McDonough werken sinds 1995 samen aan de ontwikkeling van de inspirerende filosofie Cradle to Cradle (C2C), van wieg tot wieg. In het gelijknamige boek wordt het gedachtegoed van dit duo op overtuigende wijze toegelicht en geïllustreerd met tal van voorbeelden uit hun eigen praktijk. Uitgangspunt is dat de milieucrisis kan worden opgelost als we stoppen met het maken van achterhaalde producten en als we voortaan intelligente producten ontwerpen. Een slim ontworpen product kent alleen maar afval dat volledig her te gebruiken is. Dus de verpakking, de restproducten bij het productieproces en het versleten product zelf vormen geen (gevaarlijk) afval maar dienen als voedingsstoffen binnen een bepaalde kringloop.

Braungart en McDonough geven aan dat sinds de Industriële Revolutie het lineaire model ‘van wieg tot graf’ ten grondslag ligt aan de inrichting van onze industriële infrastructuur en aan onze ontwerpopvattingen. Natuurlijke hulpmiddelen worden gewonnen en omgevormd tot product. Vervolgens wordt het product verkocht en uiteindelijk afgedankt waarna het ‘verdwijnt’ in een graf: de vuilstort. Dit ‘van wieg tot graf’ model is gericht op economische groei. Het heeft ons veel goeds gebracht maar kent ook fundamentele gebreken zoals miljarden kilo’s giftig afval.

Nu zijn er natuurlijk al decennialang allerlei milieubewegingen die zich hierover grote zorgen maken en is er een complexe regelgeving die probeert te voorkomen dat we al te snel vergiftigen. Maar Braungart en McDonough nemen duidelijk afstand van dit milieu-denken. Het credo ‘meer doen met minder’ (zuinig met energie, zuinig met water, beperk uitlaatgassen, etc.) keuren ze af omdat reductie van giftige stoffen geen wezenlijke oplossing biedt. Dat vertraagt het vernietigingsproces alleen maar. In plaats van een destructief systeem telkens met wetgeving bij te stellen dient de problematiek veel grondiger te worden aangepakt.

Ook plaatsen Braungart en McDonough een kritische kanttekening bij de recycling van producten. Veel grondstoffen worden bij recycling namelijk gedowncycled tot een zwakkere variant en belanden in een later stadium alsnog op de grote afvalhoop. Als het gaat om producten die niet zijn ontworpen met het oog op recycling kan het zelfs gevaarlijk zijn omdat er bijvoorbeeld giftige chemicaliën kunnen vrijkomen bij verhitting. Het is alarmerend om te lezen wat Braungart en McDonough zoal aan problematische chemicaliën hebben aangetroffen in onze dagelijkse producten. Chemische stoffen die een rol spelen bij het veroorzaken van aangeboren afwijkingen, kanker, allergieën of astma. Er zijn circa 80.000 verschillende chemicaliën en technische mengsels gedefinieerd die door de huidige industrieën worden gebruikt terwijl van slechts 3000 stoffen de gevolgen voor levende systemen zijn bestudeerd!

De C2C-filosofie vraagt om een bewustwordingsproces en een flinke mentaliteitsverandering. De mens moet de natuur als partner gaan zien en productieprocessen zodanig in gaan richten dat ze de natuur ten goede komen. De C2C-filosofie is geïnspireerd op kringloopsystemen uit de natuur. Het gebruikelijke lineaire traject van een product maken, kopen en uiteindelijk weggooien (Cradle to Grave) zou moeten veranderen in een cyclus: een product maken dat na gebruik in onderdelen uiteenvalt die stuk voor stuk veilig zijn her te gebruiken).

Op onze planeet onderscheiden Braungart en McDonough twee afzonderlijke kringlopen, een biologische kringloop en een technische kringloop. Producten van biologisch afbreekbare materialen kunnen in principe als voedsel dienen binnen de biosfeer. Producten van technische grondstoffen moeten echter in de technosfeer blijven circuleren zodat waardevolle stoffen door de industrie opnieuw gebruikt kunnen worden. Binnen deze gesloten, technische kringloop zouden stoffen ge-upcycled moeten worden waarmee ze hun hoge kwaliteit behouden, in plaats van dat ze worden ge-downcycled tot geluidsmuur of bloembakken. Zo zitten in een televisie ongeveer 4360 chemicaliën waarvan velen waardevol voor de industrie kunnen zijn. Alles raakt echter verloren als het ding op de stortplaats belandt.

Met de nieuwe ontwerpopdracht die Braungart en McDonough voorstellen kunnen we fabrieken bouwen die producten en bijproducten maken die het ecosysteem niet beschadigen maar juist voeden. Zo kunnen we gebouwen ontwerpen die meer energie produceren dan ze verbruiken en die bovendien hun eigen afvalwater zuiveren tot drinkwaterkwaliteit. We kunnen zo biljoenen euro’s aan materialen verzamelen die opnieuw als grondstof kunnen dienen.

Veel producten zoals verpakkingsmateriaal (dat nu de helft van ons afvalvolume veroorzaakt), schoenzolen en reinigingsmiddelen kunnen prima van volledig biologisch afbreekbaar materiaal worden gemaakt. Wat betreft de technische kringloop stellen Braungart en McDonough voor dat de industrie voortaan dienstproducten ontwerpt. De consument gebruikt het product en geeft het na afloop terug. Dus de oude tv gaat terug naar de fabriek. Op de demontageafdeling worden alle waardevolle stoffen teruggewonnen. Deze constructie biedt grote voordelen: de fabriek is zelf verantwoordelijk voor de (gevaarlijke) stoffen. De fabriek kan waardevolle materialen besparen omdat producten voortdurend in omloop zijn. Bovendien zijn minder nieuwe grondstoffen nodig.

Ondertussen zijn er in Nederland al enkele gebouwen gerealiseerd waarbij het C2C concept zoveel mogelijk is toegepast. Dit heeft bijvoorbeeld geleid tot vegetatiedaken en grijswatercircuits (Nike Headquarters in Hilversum of Search bedrijfspand in Amsterdam). Greenport, Venlo is volop in ontwikkeling en heeft als ambitie een van de grootste duurzame regio’s in Europa te worden. Ook op het gebied van inrichting bestaan er al C2C bureaustoelen, kantoormeubelen en lampen.

Cradle to Cradle, Afval = Voedsel is glashelder en overtuigend geschreven. Een must voor iedereen en vooral voor ontwerpers die intelligente producten en gebouwen willen maken. Het boek laat je verontrust achter maar geeft in een stappenplan wel aan hoe je het gedachtengoed in praktijk kan brengen. Als consument mis ik nu nog een goede website met C2C-producten.