Feature —

Christian Kerez in DeSingel

Job Floris

Op donderdag 18 september kreeg DeSingel in Antwerpen de primeur: voor het eerst presenteert architect Christian Kerez zijn werk buiten Zwitserland. Met de tentoonstelling en gelijknamige lezing Conflicts, Politics, Construction, Privacy, Obsession toont Kerez zijn ontwerpen en werkmentaliteit. De toon van zijn betoog is opvallend luchtig, hetgeen sterk contrasteert met de maniakale precisie van zijn werk.

Wie is Christian Kerez? Hij maakt deel uit van een select groepje zonderlinge Zwitsers. Kenmerkend is het bescheiden oeuvre, waarbinnen ieder werk doorwrocht is, zich uitend in een enorme precisie en een concentratie op het concrete bouwen. De architecten Olgiati, Märkli en in mindere mate Caminada en Miller & Maranta nemen soortgelijke posities in. Het is geen zelfverklaarde club, maar ze treden individueel op overeenkomstige wijze naar buiten met uitgesproken kundige gebouwen.

Kerez werd geschoold bij het Zwitserse architectenbureau Morger & Degelo en was als projectarchitect betrokken bij kunstmuseum Liechtenstein in Vaduz. Sinds de oprichting van zijn eigen bureau in Zürich (1993) bouwde hij een bescheiden oeuvre op met zeer verfijnde bouwwerken. Kenmerkend is de schijnbaar losse ordening van gebouwen. Deze blijkt bij nadere beschouwing gebaseerd te zijn op een zuivere constructieve logica. Een actueel voorbeeld is het ontwerp voor het schoolgebouw Leutschenbach in Zurich, dat momenteel de voltooiing nadert. De school bestaat voornamelijk uit een stapeling gigantische stalen vakwerkliggers van verschillende hoogten. Om belasting te beperken zijn hier zeer minimale betonvloeren aan gehangen. Alle installaties zijn in de vloeren opgenomen om de indeling vrij te houden. De lift vormt het enige vaste verticale element. Tussen de vloeren is rondom glas aangebracht, in nauwelijks aanwezige kozijnen. De opvallende lichtheid van het gebouw wordt extra benadrukt door zes minimale stalen voeten. Terugkerend motief in het werk van Kerez is het nastreven van een zo gering mogelijk verschil tussen maquette en gerealiseerd gebouw.

Het ontwerp voor een nieuw museum voor moderne kunst in Warschau (Polen) dompelde het bureau in een nieuwe realiteit: de politieke dimensie van het vak. Op integere wijze houdt Kerez zijn toehoorders voor zich bewust te zijn dat zijn winnende competitieontwerp niet in het ideale beeld van de gemiddelde Pool past, omdat het zo uitgesproken 'modern' is. Hiermee wordt de betekenis van het thema ‘Conflicts’ duidelijk. Ter illustratie heeft Kerez in de tentoonstelling een reeks krantenberichten opgenomen over de polemiek die ontstond na de competitie-uitslag. Het meest treffend is zijn artist impression die door een krantenredactie genadeloos werd bewerkt met het logo van de Franse supermarktketen Carrefour. Kerez lijkt zich in de politieke realiteit te positioneren als een verwonderde beschouwer, in plaats van als doortastende troubleshooter.

Zijn ontwerpen lijken in een archaïsche rust en concentratie te zijn fijn geslepen. Dit levert bijzondere gebouwen op die met nauwkeurig uitgebalanceerde architectonische middelen zijn ontworpen. Het zijn totaalconcepten waarin alle onderdelen fysiek en conceptueel met elkaar verbonden zijn: er kan niets bij- of af. De gebouwen van Kerez herbergen een enorme vaardigheid, geduld en doorzettingsvermogen en vormen hierdoor een uiterst heldere vertaling van een idee. Kerez volgt met deze ontwerppraktijk een duidelijke lijn om duurzame bouwwerken te realiseren die gezag, zorgvuldigheid en trots bij de gebruiker afdwingen.

Tegelijkertijd valt er bij Kerez een soort wereldvreemdheid te bespeuren. Zijn praktijk vertoond ongenaakbare en autistische trekjes. De crux is dat de perfectie van zijn bouwwerken geen verstoring lijkt te kunnen verdragen – al ontkent Kerez dat in zijn betoog. Herhaaldelijk benadrukt hij hoe open en multi-interpretabel zijn plattegronden zijn. Toch zijn stopcontacten, gordijnen en ventilatieroosters in deze omgeving zeer onwelkome gasten. Er is geen plaats voor alledaagsheid in de versteende concepten. De vrolijke übercamp meubels, sterk contrasterend met de strenge gladgepolijste betonwanden bijvoorbeeld, leveren museale associaties op in plaats van een uitnodiging tot bewoning. De precisie lijkt het gebruik te verdrijven, waardoor het idee ontstaat dat je slechts korte tijd en heel voorzichtig in deze gebouwen mag leven, volgens een strikt regime. Dit idee wordt bevestigd doordat Kerez en passant opmerkt dat de radicaliteit van zijn eerste conceptschetsen in tachtig procent van alle gevallen resulteerde in een beëindiging van de samenwerking tussen architect en opdrachtgever. In de realiteit van Kerez is dit waarschijnlijk de enige juiste oplossing. Er is geen plaats voor twijfel of grijstinten.

Kerez maakt indrukwekkend werk. Helaas weet hij zijn veelbelovende titel Conflicts, Politics, Construction, Privacy, Obsession niet overtuigend in te vullen. Al is het verregaand verklaren van een werkwijze niet altijd nodig, het mag ook niet zo vaag blijven dat het mystiek wordt. Op de vraag hoe hij zich verhoudt tot de rijke architectuurgeschiedenis, antwoordt hij gekscherend dat hij zich hier enkel mee bezighoudt op momenten dat hij deze probeert te vergeten. Natuurlijk steekt hier meer achter, geeft hij gelukkig zelf ook ruimhartig toe. Een poging dit met zijn toehoorders te delen waagt hij echter niet. Kerez lijkt dus niet in staat – of weigert zijn werk in een gegronde architectonische context te plaatsen, waarmee hij zich ongrijpbaar opstelt.

Deze houding doet denken aan de goedgemeende uitspraak van Mark Wigley, onlangs tijdens de speed-date marathon in het Nederlandse paviljoen op de architectuurbiënnale in Venetië. Wigley stelt dat de meeste architecten zo toegewijd zijn aan hun werk dat ze lijken op verliefde mensen: verblind en niet in staat om uit te leggen waar ze mee bezig zijn – en daar vooral niet mee willen stoppen.