Feature —

Landschap is van iedereen

Gerwin de Vries

Landschap is van iedereen, zo wordt vaak gezegd. Maar hoe kan landschap van iedereen zijn, vraagt Erik de Jong zich af aan het begin van een debat over de sociale betekenis van landschap.

In zijn inleiding stelt De Jong, clusius-hoogleraar geschiedenis van de tuin- en landschapsarchitectuur aan de Wageningen Universiteit, dat de visies op de huidige sociale betekenissen van het landschap over het algemeen te dun zijn. Uit een forum op de site van het Ministerie van LNV blijkt dat mensen landschap zien als iets dat buiten de stad ligt en samenvalt met natuur. Hun beeld bestaat vooral uit cultuurhistorische landschappen die beschermd moeten worden. Hoewel veel planologen van opvatting zijn dat de tegenstelling tussen stad en platteland in Nederland is opgeheven, lijkt dit in de belevingswereld van veel mensen dus niet het geval te zijn. Nieuwe gebruikers van het platteland houden vast aan de tegenstelling en geven hun eigen betekenis aan het begrip landschap.

In een verhaal van schrijver en onderzoeker David Lowenthal ontmoeten een ontwikkelde reiziger en een pionierende landeigenaar elkaar in een bos. De pionier is een stuk bos aan het ontginnen om gewassen te kunnen verbouwen. De pionier ziet de ontginning als een bron van inkomsten en een daad die te maken heeft met de toekomst van zijn gezin en land. De reiziger geeft een meer beschouwende en visuele betekenis aan de plek. Voor hem is de ontginning een chaos en een visueel litteken in het mooie bos. Landschap is een sociaal product. De betekenissen die aan een plek worden gegeven verschillen en zullen afhangen van de relatie tussen de persoon en de plek.

Uit angst voor het verloren gaan van de volkscultuur op het platteland werd in Stockholm in 1891 park Skansen gesticht. Huizen, traditionele meubels, wilde dieren, maar ook dans en zangkunsten van het Zweedse platteland werden samengebracht in dit museumpark middenin de stad. Bewoners van het platteland, de insiders, zijn economisch afhankelijk van het landschap. Deze relatie is onbewust en pragmatisch. In tijden van modernisatie verandert deze relatie. Het landschap is in een stedelijke context komen te liggen en verandert hierdoor in een tegenbeeld van de stad, welke vaak een soort intensivering of uitvergroting van het oorspronkelijke landschap is. De relatie tot landschap gaat dan over in die van een outsider, welke in een moderne stedelijke gemeenschap zich nog wel verbonden voelt met het landschap maar hier ook van vervreemd is geraakt. De stedeling projecteert op dit tegenbeeld zijn verwachtingen en ideeën. Deze relatie is dubbel: de stedeling plaatst zich buiten het landschap maar identificeert zich er tegelijkertijd sterk mee.

Op dit moment lijkt landschap synoniem te zijn aan natuur, omdat wij ‘het idee van natuur’ op het landschap projecteren. Misschien is dit ontstaan door een schuldgevoel over de weinige overgebleven echte natuur. Daarnaast is het idee vooral nostalgisch, een laatste houvast aan onze oorspronkelijke identiteit in een snel veranderende maatschappij. In contrast met de snel groeiende commerciële en globale cultuur verdraagt het landschap weinig verandering. Landschap moet vooral behouden of versterkt worden. Dit terwijl verandering altijd een wezenlijk kenmerk van landschap is geweest. Erik de Jong wijst op het feit dat de hang naar nostalgie ook de consumptie van het landschap kenmerkt. Zo worden bijvoorbeeld de voor de Provence kenmerkende lavendelvelden nu ook in Engeland aangelegd als een teken van authenticiteit, bedoelt om toeristen te trekken.

Bij de verschuiving van insider naar outsider speelt beweging een belangrijke rol. Beweging door het landschap nodigt uit tot reflectie. Zo was ‘de wandeling’ de eerste oorspronkelijke manier om te reflecteren op het landschap. Beweging betekent wegkomen uit de dagelijkse routine en leefomgeving. Een wandeling geeft ruimte voor de geest. Al wandelend denkt de mens na over zijn relatie tot de omgeving, tot de natuur en tot de sterrenhemel.

Erik de Jong liet in zijn lezing zien dat modernisaties in de maatschappij vaak resulteren in nieuwe sociale betekenissen van het landschap. Iedere plek kent een veelheid aan sociale betekenissen. De Jong putte tijdens zijn lezing uit een grote hoeveelheid historische bronnen en bracht hiermee nuance aan in de stelling dat landschap simpelweg van iedereen is. De vraag welke gevolgen huidige modernisaties zoals de toenemende mobiliteit en de globalisering (kunnen) hebben voor de sociale betekenis van het landschap is interessant, maar blijft vooralsnog onbeantwoord.