Feature —

Beloond voor “instant classic”

Robert-Jan de Kort

In het NAi werd zaterdag 8 november de vierde AM NAi Prijs uitgereikt. De prijs is een graadmeter waarmee men kan speculeren over de situatie van jonge Nederlandse architecten. Wat bouwen architecten onder de 40 tegenwoordig en wie zijn hun opdrachtgevers?

Nederland is, door de toenemende positieversterking van de markt ten opzichte van de overheid, al een tijd niet meer het land waar jonge architecten kansen krijgen om belangrijke gebouwen te realiseren. Is deze situatie onomkeerbaar?

NAi directeur Ole Bouman memoreerde in zijn inleiding de overwinning van Barack Obama. Een magnifiek voorbeeld van iemand die – ondanks zijn huidskleur, gekke naam en gescheiden ouders – een kans krijgt die niemand voor mogelijk hield. Voornaamste aspect van Obama’s zegetocht was volgens Bouman het feit dat Obama verkondigde dat hij boven alles het ‘publieke belang’ wilde dienen. Architectuur is bij uitstek een vehikel voor maatschappelijke vernieuwing, aldus Bouman. Jonge architecten zouden zich kunnen spiegelen aan Obama om uit hun penibele situatie te ontsnappen.

Ondertussen profileren het NAi en ontwikkelaar AM zich als organisaties die ruimte blijven geven aan jong talent. Samen organiseren ze sinds 2002 de tweejaarlijkse verkiezing van het beste gerealiseerd gebouw door Nederlandse architecten jonger dan 40 jaar. Bovenop het prijzengeld van €10.000,- krijgt de winnaar een nader te bepalen opdracht van AM. Wat de aard van deze opdracht is werd deze middag niet uit de doeken gedaan en is ook niet terug te vinden op de website van AM. Opvallend genoeg wordt er op de website van AM zelfs helemaal geen melding gemaakt van deze ‘belangrijke’ prijs.

In Nederland zijn een paar prijzen toonaangevend voor het kanaliseren van architectentalent. Allereerst de Archiprix voor afstudeerprojecten. Vervolgens zijn er de Europan, de Rotterdam-Maaskant prijs voor jonge architecten en tot slot de AM NAi prijs voor gebouwd werk. In het verleden liep er een sterke lijn tussen Europan (het winnen hiervan is vaak aanleiding voor het ontstaan van architectenbureaus) en de AM NAi Prijs. Sinds de eerste editie in 2002 ontbrak er nooit een voormalige Europanwinnaar in de selectie, sterker nog: alle voorgaande winnaars (MVRDV, NL architects en BAR architects) zijn voormalige Europanwinnaars (respectievelijk in 1991, 1996 en 1999). S333 werd in 2004 nota bene met zijn gebouwde Europan project in Groningen geselecteerd voor de AM NAi Prijs.

Maar vandaag is er een opvallende breuk te constateren tussen de Europan en de AM NAi Prijs. In deze editie ontbraken voor het eerst architecten met een succesvol Europan project in hun portfolio – de eervolle vermelding in Europan 8 van MONADNOCK’s Job Floris en Floris van der Poel daargelaten.

Boven: Strand aan de Maas door Monadnock (bron: NAi)
Boven: Strand aan de Maas door Monadnock (bron: NAi)
Midden: Overgooi door NEXT (bron: NAi)
Midden: Overgooi door NEXT (bron: NAi)
Onder: Witbrabant West door JMW (foto: Rene Castelijn)
Onder: Witbrabant West door JMW (foto: Rene Castelijn)

De gemiddelde leeftijd van de architecten is 35 en hun bureaus zijn acht (JMW en NEXT), vier (Powerhouse Company) en twee (MONADNOCK) jaar oud. De vier genomineerde projecten waren uiteenlopend in type. Het project Witbrabant West van architectenbureau JMW omvatte 113 starterswoningen in Tilburg. MONADNOCK bouwde het demontabele paviljoen voor het strand aan de Maas in Rotterdam. Een woongebouw met vijf woningen dat onder collectief opdrachtgeverschap werd ontwikkeld bezorgde NEXT Architects een nominatie en de vrijstaande villa in het bos van Powerhouse Company sloot de rij.

Voordat de jury de uitslag bekend maakte was de microfoon voor Kees van der Hoeven (o.a. oud-voorzitter van de BNA). Met als titel ‘Zoals je het maakt krijg je het’ vertelde hij een verhaal vol humor, cynisme en anekdotes. Aan de hand van zijn eigen ontwikkeling als architect schetste hij een beeld van de manier waarop ‘in zijn tijd’ jonge architecten kansen kregen en grepen. Zijn belangrijkste boodschap was de discrepantie tussen willen en kunnen bouwen. Zo had Van der Hoeven tijdens zijn studententijd al een architectenbureau (met Jan Benthem). Zijn afstudeerprof 'Oudejans' vervulde hierbij een belangrijke adviserende rol. Later, toen Van der Hoeven werkzaam werd bij de Rijksgebouwendienst was het Rijksbouwmeester Tjeerd Dijkstra (20 jaar ouder dan Van der Hoeven) die een voortrekkersrol vervulde in het promoten en begeleiden van jong architectentalent. Zonder een dergelijk figuur had Van der Hoeven niet de kans gekregen om prominente (Rijks)projecten te realiseren. Het krijgen van interessante projecten is afhankelijk van de goede wil van invloedrijke personen of instanties. Het daadwerkelijk realiseren van een complex project vereist een mentor/adviseur die je door het technische proces kan loodsen. Van der Hoeven liet zien dat hij zich in zijn loopbaan ontwikkelde van jonge architect tot mentor (van onder andere M3H architecten). Vooral de brutale humor van deze ‘jonge gasten’ maakte het dat hij hier mooie herinneringen aan bewaart. Een bijkomend voordeel is dat de jongere generatie de oudere generatie bij de tijd houdt. Wellicht zijn de jaren ’90, waarin de bomen voor jonge architecten tot de hemel groeiden, er de oorzaak van dat de gangbare cyclus van architect tot leermeester is doorbroken. De architecten van de zogenaamde Superdutch generatie die toen ontstond zijn nu veertigers. Zij zijn nog niet zover dat zij het stokje overdragen aan de huidige generatie.

Jacob van Rijs (MVRDV), 44 jaar oud (dus nog geen tien jaar ouder dan de geselecteerde architecten) en onderdeel van die Superdutch generatie sprak namens de jury. Hij merkte op dat veel van de ingezonden projecten gericht waren op comfort. De jury miste als het ware de brutale humor waaraan Van der Hoeven eerder memoreerde en vond dat jonge architecten zich momenteel erg dienstbaar opstellen. Waar zijn die angry young men gebleven? Met dit als kanttekening stelde van Rijs dat de jury onder de indruk was van het hoge niveau van de beoordeelde bouwwerken. Allereerst werd de publieksprijs, een magnum champagne, toegekend aan Witbrabant West van JMW. Vervolgens de echte prijs: and the winnaar is……Villa 1!

De winnaars van Powerhouse Compagny: Nanne de Ru (1976) en Charles Bessard (1971)
De winnaars van Powerhouse Compagny: Nanne de Ru (1976) en Charles Bessard (1971)

Volgens de jury is Villa 1 van Powerhouse Company, door zijn overweldigende schoonheid, een instant classic. Dat is een uitzonderlijke kwalificatie. Onder klassieker versta ik: een internationaal erkend uniek project dat dermate origineel is dat het een standaard vormt in zijn soort. Een particulier woonhuis als architectonische klassieker is in Nederland een unicum. Villa 1 schaart zich niettemin in goed gezelschap van het Rietveld Schröder huis, Huis Sonneveld, en wellicht het Möbius huis. Internationaal gezien heeft de Nederlandse architectuur, met de overheid als aanjager, voornamelijk massawoningbouw en publieke gebouwen als klassiekers afgeleverd. Architectuur die, net als Obama, het publieke belang dient.

Wordt de huidige generatie architecten steeds meer afhankelijk van vermogende particuliere opdrachtgevers? Dit soort opdrachtgevers ligt in Nederland niet voor het oprapen. Net zoals het feit dat een kind in het Gooi een blinkende cabrio voor zijn 18de verjaardag krijgt en kinderen elders hooguit rijlessen, is de prachtige architectonische prestatie van Powerhouse Company – dat drie jaar lang werkte aan de villa – een uitzondering op de regel. Zolang heel achttienjarig Nederland niet in een cabrio rijdt zullen jonge architecten niet op grote schaal zulke kansen krijgen. Die kansen zullen toch voornamelijk uit een andere hoek moeten komen en breed gedragen moeten worden.

Het doet natuurlijk niets af aan de kwaliteit van Villa 1, maar als graadmeter voor de situatie van jonge architecten in Nederland is het wellicht een sombere voorbode.