Feature —

Creativity starts when you cut a zero from your budget

Florian Boer

Een bomvolle Zaal Staal kreeg op dinsdagavond 14 oktober een plezierige hoeveelheid – met beide benen op de grond – duurzaamheid voorgeschoteld. De praktische voorbeelden en ervaringstips vormden in deze tijd van alomvattende doemscenario’s (Gore et al.) en fundamenteel herbeschouwende filosofieën (Mc Donough & Braungart), best een welkome afwisseling.

Onder het modererend toezicht van Felix Rottenberg werden de aanwezigen getrakteerd op een verfrissende hoeveelheid boerenslimheid van Jaime Lerner, de voormalig drievoudig burgermeester van Curitiba in Brazilië. Daar bovenop waren er twee korte lezingen van Arjen Dikmans, managing director van het Rotterdam Climate initiative en van Floris Alkemade, de (voormalige) Nederlandse frontman van OMA.

Jaime Lerner hield een humoristisch en gedreven betoog over het oplossend vermogen van de stad: the city is not a problem, the city is a solution. Zijn ervaring als burgemeester van de Braziliaanse stad Curitiba diende als voorbeeld. Lerner kon daarbij niet alleen beschikken over zijn charisma en feitelijke machtspositie, hij is ook architect en stedenbouwkundige en als zodanig weet hij globale ambities en visies te vertalen in concrete en direct uitvoerbare plannen. Curitiba werd bekend met een even simpel als effectief openbaarvervoersysteem; een radiaal netwerk van vrije busbanen, ingepast in de overmatige autoprofielen van de stad. Een architectonische markering van de bushaltes –  met een transparante buis, een gelijkvloerse instap en een toegang waar vooraf betaald wordt – geeft dit gewone vervoermiddel allure, een voorbeeld van 'metronizing the bus'. Het effect moet niet worden onderschat; de maatregel levert snelheid en comfort, maar ook een hoogwaardige beleving van het vervoermiddel. De bus wordt niet alleen zeer intensief gebruikt, hij versterkt tevens zijn eigen positie in de stad, doordat de busbanen verstedelijkingsassen vormen. Waar de bus rijdt verdicht de stad zich.

Het verhaal van Lerner was opgebouwd rond de thema's mobiliteit, duurzaamheid en co-existentie. Ten aanzien van de mobiliteit benadrukte hij het zoeken naar alternatieven voor de auto. Hij voerde de auto zelfs op als personage: Otto the automobile is een luidruchtige veeleisende gast die het feestje niet wil verlaten, terwijl het al lang over is. Indirect voerde hij een pleidooi voor krachtig overheidsoptreden. Door niet alleen alternatieven te bieden, maar deze 'onplezierige gast' ook de deur te wijzen. Hoe dat in de planningspraktijk van Curitiba uitpakt liet hij echter niet zien.

In het kader van duurzaamheid hield Lerner een pleidooi voor de compacte stad, waarin we minder de auto hoeven te nemen en waarin we wonen waar we werken. Lerner noemt dit de multi-use city die volgens hem door het volwassen worden van internet en wireless zijn grootste verandering nog moet doormaken. Omdat werken steeds minder gebonden is aan een specifieke omgeving kan de stad ook anders worden ingericht: 'In any envelop you can put anything'. Of meer precies: 'the city of today doesn’t look different from the city of 300 years ago', Lerner stuurt ons als het ware back to the future. Zijn favoriete stadsmetafoor is dan ook de schildpad, waar wonen en werken samen (traag) opgaan.

Het scheiden van afval vormde een ander hoofdstuk van zijn duurzaamheidsverhaal. De ernstige vervuiling van de baai van Curitiba pakte Lerner zeer pragmatisch op door vissers te belonen voor iedere vuilniszak afval die ze aan land brengen. Ook kinderen kunnen een centje bijverdienen door afval te verzamelen in hun omgeving. Lerner begrijpt dat gedragsverandering bij kinderen begint en dat je daar een pragmatisch beroep op kunt doen (en niet enkel moreel zoals dat veelal in Nederland gebeurt). De truc is dat de kinderen vervolgens hun ouders opvoeden.

Het thema co-existentie spitste Lerner toe op identiteit, kleinschaligheid en snelheid van (overheids)handelen. Hij voerde een programma van kleinschalige architectonische ingrepen in de stad op, die met name gericht zijn op het creëren van publiek domein in de vorm van publieke parkjes en culturele programma’s. Ook hier gaat Lerner pragmatisch te werk. Geen grand projets, maar blitz architecture die het planning proces vooruit helpt door direct en tastbaar resultaat. Ook hier weer een pleidooi voor krachtig overheidsoptreden, dit maal door snelheid te organiseren. Lerner heeft een goed gevoel voor momentum en gebruikt zijn daadkracht om mensen bij zijn stad te betrekken: initiatieven worden beloond.

4-5 groene voorlichting door Lerner
4-5 groene voorlichting door Lerner

Hoewel Lerner tijdens zijn lezing geen overal-plan toonde, werd er in Curitiba wel degelijk gewerkt volgens een masterplan. De conclusie dat je met boerenslimheid en een handen-uit-de-mouwenmentaliteit, prima een projectenstad kunt maken zonder overkoepelend plan, is dan ook onjuist. Misschien een goede reden voor de beleidsmakers van projectenstad Rotterdam, om eens door te praten met Lerner.

Lerners betoog was ronkend, optimistisch en stimulerend. Voor architecten en stedenbouwers passeerden erg veel bekende zaken de revue. Voor niet-vakgenoten is zijn verhaal echter een absolute aanrader: begrijpelijk en positief, vol met praktisch uitvoerbare aspecten. Lerner toonde daarnaast (te) veel voorbeelden van zijn werk als praktiserend architect door heel Brazilië, tot in Mexico, China en Japan, die nauwelijks werden toegelicht. Ze vormden een vrijblijvende diashow die niet kon tippen aan zijn krachtige verhaal over Curitiba. De interessantste vragen na afloop gingen dan ook over zijn dubbelrol als bestuurder/architect. Lerner is ver gegaan in zijn idealisme: hij heeft de verantwoordelijkheid van machthebber aangedurfd en een stad bestuurd zoals hij – als architect – dacht dat het goed was. Dat deed hij driemaal met tussenposen, voor het eerst op de indrukwekkende jonge leeftijd van 34 jaar.

De tweede lezing door Arjen Dikmans, managing director van het Rotterdam Climate Initiative (RCi) bleef steken in politieke spierballentaal en cijfermatige beloftes. Rotterdam wil in 2020, 50% van zijn CO2 uitstoot reduceren. Dat is geen sinecure aangezien de haven de komende jaren zal groeien en er duizenden huizen worden bijgebouwd. Vooralsnog zal die uitstoot vooral groeien, wellicht zelfs verdubbelen. Stoere uitspraken die niet haalbaar lijken, halen de eigen doelstellingen onderuit. Dat is jammer omdat er wel degelijk veel concrete en inspirerende initiatieven worden genomen in Rotterdam. De ambitie die Rotterdam neerlegt is indrukwekkend maar ook vrijblijvend, de initiatieven die plaatsvinden zijn inspirerend maar lijken niet gestructureerd.

Floris Alkemade opende zijn lezing met een bekrachtiging van Lerners credo 'cut a zero from your budget': 'de huidige crisis is het beste moment om over te gaan op duurzaam handelen'. In een crisis zijn automatismen niet meer productief en kunnen vanzelfsprekende zaken opnieuw fundamenteel worden overdacht. Alkemade hekelde daarbij de – in zijn ogen – gemakzuchtige wijze waarop momenteel het fenomeen duurzaamheid zijn intrede doet in de architectuurpraktijk: a lot of green stuff on roofs van overwegend conventionele gebouwen. Als alternatief reikte hij vijf strategieën aan:

1. De ontwikkeling van nieuwe typologieën illustreerde hij met de nieuw geplande koopkubus aan de Coolsingel in Rotterdam. Daar wordt in een volume van ca. 70 x 70 x 70 meter een massa- en energie-efficiënt blok neergezet dat nieuw publiek domein aan de stad toevoegt.

2. Een pleidooi om de periferie serieus te nemen als stedelijk domein, met het nieuwe stadscentrum van Almere als voorbeeld voor de enscenering van dichtheid in die periferie.

3. 'Stedelijke accupunctuur' werd uitgelegd aan de hand van de Zeche Zolleverein in Essen. Een voorbeeld van een gerichte vitalisering van een krimpende stad, waarbij iedere architectonische vorm elk programma kan opnemen (Lerners multi-use city?!).

4. De strategie 'Overdimensionering' opende met de mededeling dat 40% van het bestaande kantoorprogramma in het Parijse La Defense niet kan worden aangepast aan de aangescherpte eisen van het binnenklimaat als gevolg van te kleine verdiepingshoogtes – een ontluisterend voorbeeld van kapitaalvernietiging. OMA’s eerste grote bouwproject in Parijs wordt dan ook de verbouwing van een indrukwekkend overgedimensioneerd entrepotgebouw.

5. Met 'No tabula rasa' poneerde Alkemade de stelling dat een ruimtelijke ingreep nieuwe lagen aan het bestaande moet toevoegen, en er een relatie mee moet aangaan. Hierbij toonde hij een stedenbouwkundig herstructureringsproject in Cagliari (Sardinië), waarbij de (problematische) sociale en landschappelijke lagen een nadrukkelijke plek in het ontwerp krijgen.

De lezing van Alkemade was helder, inspirerend en vol kenmerkende OMA-heroïek: ieder project adresseert een mondiaal probleem, onderzoekt dit op heldhaftige wijze –'we interviewed anyone that wouldn’t kill us', over het Sardinië-project) – en biedt vervolgens een eenvoudige, maar meeslepende oplossing. Ook deze voordracht smaakte naar meer spreektijd; om beter te kunnen begrijpen hoe de vijf gepresenteerde strategieën ook daadwerkelijk worden waargemaakt in de getoonde voorbeelden.

Lerner zet rap in
Lerner zet rap in

Het afsluitend debat leverde een leeglopende zaal op, dat lag niet aan de sprekers, maar wel aan de duur van de avond: na ruim 2,5 uur hielden de meeste toehoorders het voor gezien. De afzonderlijke lezingen waren de moeite zeker waard, maar samen op één avond gewoon te veel van het goede. Een goed interview door Rottenberg met Lerner, na afloop van diens lezing had een prima tweede deel van de avond gevormd. Dan had ook dieper op de inhoud van enkele interessante vragen uit de zaal ingegaan kunnen worden.

De spreuk van de avond werd vele malen herhaald en moet voor ambitieuze ontwerpers een steun in de rug zijn: 'creativity starts when you cut a zero from your budget'. In tijden van kredietcrisis en milieucrisis moet dit een hoopgevende gedachte zijn. Zeker als ze wordt onderstreept door mensen die hebben aangetoond dat ze in de meest uiteenlopende en moeilijke situaties met relatief eenvoudige doch duurzame oplossingen kunnen komen. De optimistische avond werd bekroond met een rappende Lerner waarbij de zaal als beatbox mocht fungeren onder zijn bezwerende woorden: 'it’s possible, you can do it… now'.