Nieuws —

Euregionale Architectuur Prijs 2008

Redactie

Afgelopen zaterdag 8 november werd in de Provinciale Hogeschool Limburg te Hasselt de 18de editie van de Euregionale Architectuur Prijs uitgereikt.

Voor deze prijs worden examenprojecten van de zes architectuuropleidingen in Diepenbeek, Luik, Maastricht en Aken aangemeld. Uit circa 550 afstuderenden van het collegejaar 2007-2008 werden uiteindelijk 35 projecten geselecteerd voor deelname aan de competitie. De jury bestaande uit Chris de Jonge (JHK architecten), Nicolas Firket (NFA), Ingo Kanehl (Astoc), Martine de Maeseneer (Studio Trope) en Michèle Dirix (EAP prijswinnaar 1995), besloot na rijp beraad de drie prijzen als volgt toe te kennen.

Eerste prijs: Max Koch (RWTH Aachen) voor zijn project Jüdisches und archäologisches Museum

De jury: In dit project wordt een nieuw type museum geïntroduceerd en met succes de nieuwe definitie van boven elkaar gelegen culturen uitgebreid. Door twee verschillende verhalen over het erfgoed van de locatie van het gebouw op elkaar te plaatsen, resulteert dit project niet alleen in een heel sterke en zelfs ‘natuurlijke’ architecturale aanwezigheid, maar wordt de lading van het programma in een overtuigend schema geplaatst. In het project wordt op een hele intelligente manier omgegaan met de hedendaagse complexiteit van historische steden door de ruimten op te splitsen op basis van functie of inhoud. Het Romeinse erfgoed wordt zichtbaar gemaakt voor voorbijgangers en het joodse erfgoed – met de ‘mikwe’ als middelpunt – wordt deel van de overhangende architecturale ruimte. Deze aanpak zorgt niet alleen voor interessante architectuur, maar biedt tevens een geweldige vermenging en een nieuwe reeks verbanden.

Tweede Prijs: Martha Cen Nunes (RWTH Aachen) voor haar project Fr 75-A-Prototyp Vertical Farm

De jury: Met zijn technologische uitstralingen is dit één van de inzendingen voor de Euregionale Architectuur Prijs van dit jaar die de grootste diversiteit aan betekenissen vertoont. Het project lijkt te pleiten voor de samensmelting van moderniteit en natuur in de vorm van een controversiële versie van duurzaamheid. Met dit als uitgangspunt resoneert de plaatsing van de Vertical Farm in de context van het stedelijk park La Villete met een context van progressieve ideologie, waarbij wordt verwezen naar de paviljoenen en de associatie met wereldtentoonstellingen. De architecturale compositie komt overeen met het collectief enthousiasme dat al eerder werd getoond in de vorm van het communistische constructivisme. Hierin schuilt een humoristische verwijzing naar de ‘behoefte aan duurzaamheid’ die tegenwoordig heerst.

Derde Prijs: Hein Smedts (Academie van Bouwkunst Maastricht) voor zijn project An urban montage

De jury: Middels dit project wordt zonder een bepaald programma of directe functie geprobeerd de perceptie van het stedelijk landschap te veranderen. De implementatie van een nieuwe laag in het stadscentrum zorgt ervoor dat in de marges van de infrastructurele omstandigheden het idee ontstaat van nieuwe stedelijke lege ruimten. Door juist deze vaak oninteressante locaties te gebruiken als bron voor nieuwe ruimten toont de ontwerper niet alleen een sterke betrokkenheid met de problemen van openbare ruimten die overgecontroleerd zijn, maar ook met het gebrek aan open landschappen. Het onderzoekingswerk reikte verder dan enkel afbeeldingen. Het ontleende elementen uit literatuur en poëzie en geluiden werden aangepast aan ruimtelijke ervaring. Dit experimentele streven dat is gecombineerd met een realistische uitdaging met betrekking tot openbare ruimte, werd door de jury gezien als een relevante en inspirerende ‘eyeopener’.

Eervolle vermeldingen gingen nog naar de volgende drie afgestudeerden:

Christian Bruhn & Henrike Wettner (RWTH Aachen), Elisabeth Deutschmann (RWTH Aachen) en Ralph Geelkens (Academie van Bouwkunst Maastricht).

De zes deelnemende architectuurscholen uit de Euregio Maas-Rijn zijn:

RWTH Aachen, Fachhochschule Aachen, ISA Saint-Luc Liège, ISAI Lambert Lombard, PHL Diepenbeek en de Hogeschool Zuyd /AvB Maastricht.

In de prijs participeren voorts de Architektenkammer Nordrhein-Westfalen, de BNA Kring Zuid-Limburg, de Orde van Archi-tecten Limburg en de Ordre des Architectes Liège.