Recensie —

Ik mag het zeggen

Erik den Breems

Bij binnenkomst in zaal één van hét Nederlands Architectuurinstituut word ik aangesproken door een vriendelijke jongedame. Zij is aangesteld om uitleg te geven over de manifestatie Maak Ons Land, de reden van mijn bezoek vandaag.

Beleefd vousvoyerend vraagt ze mij of ik op de hoogte ben van het doel van de expositie. Met mijn meest naïeve blik laat ik haar het verhaal vertellen dat achter me in de hal op een paneel is geplakt. Ze heet mij van harte welkom in de 'werkplaats' die deze maand in het teken staat van mobiliteit. De bezoeker zal door acteurs, regisseurs en publiek worden uitgedaagd om mee te denken over mobiliteit. Middels een spel, lezingen, workshops en debatten nodigt het NAI iedereen uit om zijn of haar mening te geven over de ruimtelijke inrichting van Nederland. De komende zes maanden (elf oktober 2008 tot drie mei 2009) zullen ideeën, meningen en frustraties worden verwerkt in de tentoonstelling en tot een theaterstuk. Ik mag het zeggen vandaag en dat doe ik graag.

Mijn aandacht wordt getrokken door fraaie, grote fotoafdrukken. De foto’s prikkelen mij om na te denken over alledaagse dingen die storend, mooi of onbelangrijk zijn: niets-zeggende-winkelcentra, verschillende migrantengewoonten en afbeeldingen van verkeersdruk. Van de jongedame die mij zo beleefd heeft ingelicht krijg ik een A4-tje in de hand gedrukt met de vraag van de week: Is de file ook jouw file? Ik begin aan mijn rondgang.

De zaal is naast de foto’s, gevuld met maquettes, filmhoekjes en een bibliotheek. Deze attributen zijn bedoeld om mij te inspireren. In het midden van de ruimte staat een grote witte doos. Waar ik, naar later blijkt, in kan. Posters, knipsels, landkaarten en korte teksten zijn, soms bewust scheef, aangeplakt op ruwhouten panelen van het soort dat ook in verkiezingstijd wordt gebruikt. De achterkanten van de panelen zijn gestoffeerd in vrolijke kleuren. De kekke opzet van de tentoonstelling doet artistiek aan. Ik vraag me af hoe deze vormgeving te koppelen is aan het image van De Telegraaf en de ANWB, twee belangrijke sponsors van de manifestatie.

Op een prikwand kan ik mijn antwoord achterlaten op de vraag 'Is de file ook jouw file?'. Op de heenweg naar Rotterdam waarschuwde een Rijkswaterstaatbord voor 7 kilometer file. Ik heb de 16 kilometer van mijn huis naar het NAi echter niet langzamer hoeven rijden dan 50KM/u. Op mijn A4-tje zet ik dus de wedervraag, wat is een file precies? Ik dacht altijd aan stilstaan zoals ’s zomers op de Route du Soleil, vandaag had ik slechts 4 kilometer langzaam-rijdend-verkeer.

Na een korte ronde over de tentoonstelling waar ik een aantal interessante standpunten en ideeën lees – thematisch en ook weer in vrolijke kleurgroepen verdeeld – kom ik bij een ingang in de witte doos. Het blijkt een filmruimte te zijn; twee mensen zitten onder een steiger stil te werken op een laptop. Ze zijn iets aan het editen. Ik wacht 10 minuten, maar er gebeurt niets. Op de vloer liggen verhoogde tegels met dezelfde gekleurde stoffering als die op de achterzijde van de ruwhouten panelen. Ik loop weer uit de witte doos.

Na een uurtje lezen en rondkijken ben ik bij de uitgang beland en daar tref ik niet geheel onverwacht de vriendelijke jongedame. Ze vraagt mij wat ik van de manifestatie heb gevonden. Ik ben eerlijk doch beleefd en laat haar weten dat ik de interactie niet geheel heb ervaren. Haar reactie is verhelderend. Ik ben op het verkeerde moment gekomen. Het spel wordt één keer in de maand gespeeld en duidelijk niet nu ik er ben. De vrolijke kleuren horen bij het spel! Zo ook de film die dan wel wordt afgespeeld. Zonder het spel te spelen gaat het doel van de manifestatie dus (een beetje) verloren.

Helaas, Ik mag het niet zeggen vandaag.