Feature —

Groen en de Stad

Willemijn Lofvers

Op 6 november organiseerde de gemeente Rotterdam in het kader van het Groenjaar 2008 het symposium Green & the City. Voor dit symposium waren een aantal prominente sprekers uitgenodigd om duurzame ambities, ontwikkelingsstrategieën, plannen en projecten toe te lichten. De boodschap: ‘Green needs Power’.

In de ambiance van de Rotterdamse Manege werden ervaringen en strategieën op het gebied van ‘groen en de stad’ toegelicht. Naast lezingen bestond het programma uit minisessies en een kort gesprek met decisionmakers over nieuwe coalities voor groen in en om de stad.

Larry Beasly, voormalig Director of Planning in Vancouver, trapte af met de visie van zijn stad: een duurzame ontwikkelingsstrategie gebaseerd op verdichting en kwaliteit. Het uitgangspunt is dat het realiseren van een kwalitatieve, duurzame leefomgeving meer gezinnen naar het stadshart doet trekken. Beasly citeerde Jamie Lerner (architect en voormalig burgemeester van Curitiba): ‘every city has to have a design. A city without a design does not know where it is going, does not know how to grow’. De voorgestelde hoogbouwstrategie in Vancouver, is bedoeld als tegenhanger van de suburbanisatie en biedt plaats aan gemixte leefstijlen en kwalitatieve omgevingskwaliteiten. Hierin wordt niets aan het toeval van de markt overgelaten. Leidraad voor ontwikkeling is de gedeelde nieuwe standaard voor de inrichting en vormgeving van publieke ruimten. De kwaliteit ligt verborgen in een planning ‘down to the human scale’: de zorgvuldige detaillering van straatprofielen, het gebruik van plinten, de aanwezigheid van voorzieningen en publieke ruimtes. De hoogbouw en publieke ruimtes worden beoordeeld op bezonning, comfort en voorzieningen zodat het geheel bij kan dragen aan de ontwikkeling van een duurzame leefgemeenschap.

Michael Schwarze Rodrian wijdde vervolgens uit over de opgave waar het Ruhrgebied zich enkele decennia geleden mee geconfronteerd zag: de herontwikkeling van 5000 hectare lege bruinkoolvelden en verlaten industriegebieden. Onder de noemer van Rethinking declination, liefde op het tweede gezicht, werd de lege ruimte ingezet als groene drager voor culturele interventies: ‘green is more than a function; it needs enthousiasm, related to a site and should be based on a vision’. Het vasthouden aan het ontwikkelingsconcept, de uitvoering van projecten, uitgeschreven via prijsvragen, en de organisatie van evenementen genereerden betrokkenheid van de verschillende overheden, de omwonenden en tenslotte ook bij bedrijven. Schwarze Rodrian, vanaf het eerste uur betrokken bij de planontwikkeling van het Emscherpark, stelt dat de samenwerking tussen de gemeenten daarbij een voorwaarde was voor de uitvoering van de grensoverschrijdende projecten. Met volharding, absoluut geloof en een lange adem is het voormalige industriegebied ontgonnen tot een ‘metropolitaan park’ van internationaal allure.

Jenny Jones, voorzitter van de Britse Green Party heeft een politieke missie met haar Food Strategy. Voedsel is zowel een mondiale als een lokale opgave, zo stelt Jones. London Food pleit voor een reductie van ‘footmiles’ (de footprint van geïmporteerd voedsel voor een metropool als Londen heeft de omvang van Spanje) door het stimuleren van lokale markten en het benutten van de regionale voedselproductie. Eveneens pleit Jones voor een gezonde samenleving: het tegengaan van food-poverty zoals obesitas, het verminderen van ons voedselafval (1/3e van onze productie, waaronder bijvoorbeeld niet gewenste organisch kromgegroeide komkommers) en gezondere eetgewoonten, te beginnen bij schoollunches. Deze lokale, slimme interventies zullen uiteindelijk effect sorteren op mondiale schaal. Een pleidooi voor ‘changing diets’ om te kunnen voorzien in een duurzaam ingerichte, zelfvoorzienende en multiculturele samenleving.

Michael Berkshire van het Department of Planning and Development Chicago, vertelde dat duurzaam en groen bouwen het officiële beleid is bij de herstructurering in Chicago. Het uitgangspunt is dat de stad haar ambities serieus neemt en zichzelf als voorbeeld stelt. De pilots hebben met elkaar gemeen dat ze vertaald zijn in zichtbare projecten. De focus op één aspect maakt de realisatie van projecten overzichtelijk en effectief. In 2000 werd het eerste groenproject opgeleverd: the City Hall Green Roof, een natuurlijk klimaatbeheersingssysteem en groene stadsoase. Een ander interessant initiatief is de versnelde bouwregelgeving voor duurzame bedrijvigheid. Kroonjuweel van ‘greening the city’ is het Milleniumpark, een private investering, gerealiseerd op het dak van een metrostation en parkeergarage, beplant met oorspronkelijke vegetatie en voorzien van een cultureel programma. De zorg voor de huidige stad, zo stelt Michael Berkshire, vertaald zich naar een duurzame leefomgeving voor toekomstige generaties.

Van links naar rechts: Maarten Hajer, Rijksadviseur voor het Landschap Yttje Feddes en Adriaan Geuze
Van links naar rechts: Maarten Hajer, Rijksadviseur voor het Landschap Yttje Feddes en Adriaan Geuze

“Een stad zonder groene, bereikbare omgeving heeft geen toekomst in een hoogwaardige economie”, zo stelt Adriaan Geuze. Op vijf verschillende schaalniveaus doet Geuze suggesties voor een groene stad: (1) Een pleidooi voor de heruitvinding van de straat als verbinding met de omgeving, het uitzicht, de seizoenen en de samenleving. (2) Parken hebben een goed verhaal en sterke randen nodig om optimaal te kunnen functioneren. (3) De tuin, alibi voor het ‘zijn’ en het statussymbool van suburbia, is fundamenteel voor sociale interacties. (4) Incorporeer beweging als lifestyle in het ontwerp voor de buitenruimte. En tot slot (5): maak het landschap toegankelijk voor eigen gebruik, interpretatie en kwaliteit. De Nederlandse planningstraditie heeft ons ontheemd van het landschap en heeft onze eigen visie daarop ontnomen. Het landschap is letterlijk en figuurlijk ver van ons verwijderd.

Ondertussen telt Rotterdam haar zegeningen. Dat zijn er veel. Rotterdam is immers de groenste van de grote steden in Nederland en volgens het Groot Groen Onderzoek zijn de Rotterdammers tevreden. Met het  'Bomenstructuurplan', het 'Handboek Rotterdamse Stijl' en de resultaten van extern verrichte onderzoeken, waaronder 'Parkanalyse Rotterdam' en 'Stand van het Gewas', probeert de gemeente het groen nog beter in haar vingers te krijgen. Daarnaast wordt Rotterdam gepromoot als klimaatneutrale stad (Rotterdam Climate Initiative). Tijdens het symposium werd dit gevierd met de ondertekening van het convenant voor een ‘healing environment’ op het dak van het Erasmus Medisch Centrum.

Met de uitnodiging van toonaangevende sprekers voor dit symposium illustreert Rotterdam haar ambities. De vraag is natuurlijk hoe de boodschap ‘green in need of power’ beklijft in deze stad. Voor Rotterdam valt er nog veel te leren uit de vertaling van de gepresenteerde ambities in lange termijn visies, beleid, plannen en projecten.

Maar of het nu gaat om een duurzame ontwikkelingsvisie of een werkelijk groene en gezonde stad, een debat over de betekenis van deze referenties voor Rotterdam werd op deze dag helaas niet gevoerd.