Recensie —

Rietveld & Ruys

Jannie Landa en Harrie van Helmond

De door Gerrit Rietveld ontworpen Ploegfabriek in Bergeijk en het bijbehorende park van Mien Ruys bestaan 50 jaar. Dit wordt gevierd – en beweend, zo lijkt het. Het geheel heeft namelijk dringend onderhoud nodig.

De fabriek, een rijksmonument, staat leeg en wacht sinds de Eindhovense woningbouwvereniging Wooninc het complex kocht, nog op een nieuwe bestemming. Hierop wordt gestudeerd. Pi de Bruin is aangetrokken als supervisor. Het afgelopen jaar is een reeks initiatieven ontplooid om het gebouw en het park onder de aandacht te brengen.

Zo is in september het prachtige en zeer complete boek In Bergeijk verschenen, geschreven door Edwin van Onna en met fotografie van Norbert van Onna. Ook werden er dit jaar in de fabriek speelfilms vertoond over de jaren vijftig, door de organisatie 'de culturele jaren' genoemd. Om de aantrekkelijkheid van het park te benadrukken was er de afgelopen zomer een tentoonstelling van beeldende kunst met werk van kunstenaars die een binding met Bergeijk hebben. In het kader van de Dutch Design Week waren er excursies naar de fabriek en het park, en ook naar enkele andere gerealiseerde ontwerpen van Rietveld en Ruys in de nabije omgeving. Voor het park is door de stichting IVN in samenwerking met Stichting Natuurtuin ’t Loo (een initiatief van Bijenhoudersvereniging Bergeijk e.o.) een renovatieplan gemaakt, waarover de nieuwe eigenaar zich nog beraadt.

Naast de tentoonstelling Rietveld en Ruys, in de Ban van Buiten, over Gerrit Rietveld en Mien Ruys, is er in de fabriek is momenteel de tentoonstelling De Historie van de Ploeg en zijn Weverij te bezichtigen, waarbij zowel de coöperatieve, idealistische basis van de weverij wordt belicht als de producten die er werden gemaakt. Als onderdeel van de tentoonstelling is in een van de hallen een stijlkamer te vinden met een jaren vijftig inrichting.

Zwervend door en rondom het complex valt de zeer krachtige vormgeving op die na vijftig jaar nog geheel overeind is gebleven. De situering van het park met daarin de weverij, midden in het dorp, doet eerder denken aan een museumkwartier dan aan een bedrijventerrein. De schok in het Brabantse Kempendorp over deze uitstraling moet minstens zo groot zijn geweest als de schrik voor de socialistische ideeën van directeur Piet Blijenburg destijds.

Op de route naar deze locatie, komend vanuit Eindhoven, passeer je de grote bedrijventerreinen van de Kempen, onderdeel uitmakend van de zogenaamde Brainportregio. De aankomst bij het Ploegcomplex is dan een verademing.

Pi de Bruin laat in het boek In Bergeijk – Rietveld en Ruys noteren dat het gebouw erg schraal gemaakt is. Deze schraalheid is zeker niet te vinden in de architectuur van fabriek en tuin, maar is wel te proeven in het achterstallige onderhoud en in de tentoonstellingsopzet. Men lijkt niet goed raad te hebben geweten met de prachtige grote ruimten van de fabriek. De tekstuele informatie bij de tentoonstelling verdrinkt er en je mist een overtuigende herinnering aan het weefproces en aan het oeuvre van Rietveld en Ruys.

Je zou ook veel meer willen zien van de ideeën over de toekomst van het complex, want dat hier een topmonument staat is onweerlegbaar. In deze economisch sterke regio moet het toch geen grote opgave zijn een passende herbestemming te vinden – desnoods na de creditcrisis?