Feature —

De toekomst van complexe zones

Martine Bakker

Dat er iets gaat gebeuren met de A12-snelwegzone ten zuiden van Utrecht staat vast. Op eigen initiatief voorziet de Stichting A12NU de formele plannenmakers van een informele bottom-up benadering. Een aanpak die volgens de oprichters van A12NU de toekomst heeft en waarin de dialoog een cruciale rol speelt.

De A12-zone ligt ongeveer tussen de knooppunten Oudenrijn en Lunetten – de precieze begrenzing laten de initiatiefnemers van A12NU graag afhangen van de deskundigheid en positie van de beschouwer. Deze flexibele benadering is typerend: het gaat hen er niet om één waarheid te achterhalen of één plan te realiseren. A12NU is een onafhankelijke stichting, die eind 2006 werd opgericht door Stefan Bendiks, Aglaée Degros (Artgineering) en Henri van der Vegt (Metroplex). A12NU wil de officiële visievorming voor de A12-zone aanvullen met informeel onderzoek naar de bestaande kwaliteit en energie van het gebied.

Het grondgebied langs de A12 is van de gemeentes Utrecht, Nieuwegein en Houten. Behalve een brede snelweg, lopen er twee kanalen doorheen, waardoor ook Rijkswaterstaat een belangrijke stem heeft in het gebied. Door die verschillende eigenaren, de focus op de landelijke verkeersfunctie en de barrièrewerking van de A12, ontbrak jarenlang een gezamenlijke visie op het gebied. De A12-zone bevond zich in een bestuurlijk void. Het behield een zekere landschappelijke kwaliteit en openheid, maar er werd ook gebouwd, ondermeer aan de meubelboulevard.

De A12-zone kwam bij de aangrenzende gemeentes pas onlangs in beeld als ontwikkelingslocatie. De plannen voor de ondertunneling van de A2 bij Leidsche Rijn hadden inmiddels bewezen dat een rijksweg geen belemmering meer hoefde te vormen voor de continuering van stedelijk weefsel. De omringende gemeentes lieten verschillende studies verrichten, waaronder een ontwerpverkenning door MUST, die resulteerde in drie toekomstmogelijkheden: een parklandschap, een snelweglandschap en een stadslandschap.

De aanpak van A12NU leverde niet zozeer mooie plaatjes op. Met haar onderzoek toonde de stichting vooral aan dat de zone ondanks het ontbreken van eerdere ontwikkelingsplannen toch een bepaalde waarde heeft gekregen, die ingezet zou kunnen worden bij verdergaande ontwikkelingen. Hiertoe bracht A12NU de zone nauwgezet in kaart en organiseerde het workshops en gesprekken met bewoners, gebruikers en ondernemers in het gebied. Eén van de verrassingen uit dat onderzoek is de economische waarde van het rommelige karakter van de meubelboulevard. De ondernemers vertelden dat die rommeligheid de verkoop bevorderde in plaats van frustreerde. Zij zijn op wat kleinigheden na tevreden over de inrichting van het gebied.

boven: de arena in Aorta
boven: de arena in Aorta
midden: kaart van het gebied, waar verschillende onderzoeksresultaten op geprojecteerd worden
midden: kaart van het gebied, waar verschillende onderzoeksresultaten op geprojecteerd worden
onder: volle bak tijdens debat in Aorta
onder: volle bak tijdens debat in Aorta

De resultaten van het A12NU-onderzoek zijn opgenomen in een boekje en tentoongesteld in Architectuurcentrum Aorta. Voorafgaand aan de opening vond een publiek debat plaats, waarvan de registratie integraal in de tentoonstelling is opgenomen. In dit debat werden de onderzoeksresultaten toegelicht en discussieerden bewoners, gebruikers, betrokken overheden en deskundigen met elkaar over de mogelijkheden van het gebied.

Bendiks, Degros en Van der Vegt zien bottom-up onderzoek, openheid en dialoog als een maatschappelijke noodzaak. Het is volgens hen een manier om tot een betere stad te komen, die welvarend, productief en functioneel is. De aanpak van bestuurders is in hun ogen nog te vaak top-down. Voor een leeg gebied zou zoiets nog wel werken, maar het gaat in de Randstad per definitie om de ontwikkeling van complexe gebieden en die vragen om een benadering zonder vaststaand eindbeeld, om een strategie. Tijdens het debat lijken de betrokken overheden (rijk, provincie, regio en gemeentes) zich dat te realiseren. Zij zijn enthousiast over het initiatief van A12NU en nodigen de initiatiefnemers uit om mee te denken over de visie voor het gebied die in juni klaar moet zijn.

De strategie die A12NU voorstaat behelst een serie acupuncturele ingrepen: superzorgvuldige, minimale ingrepen met een maximaal resultaat. Het kan daarbij gaan om het vormgeven van een plek, maar ook om het stimuleren van een netwerk of een bepaalde bedrijvigheid. De uitvoering van die ingrepen zou neergelegd kunnen worden bij passende gelegenheidscoalities. Ook in dit stadium zou dialoog belangrijk blijven, om de ingrepen op elkaar af te stemmen en overeenstemming te bereiken over het algemene effect.

Dat de regionale stuurgroep te spreken is over de onderzoeksresultaten van A12NU lag voor de hand, het onderzoek voorzag tenslotte in nieuwe gegevens over de locatie. Dat de stuurgroep ook de aanbevelingen (acupunctuur en coalities) overneemt is minder aannemelijk. Maar het is niet voor niets dat het Stimuleringsfonds voor Architectuur de Stichting A12NU financieel ondersteunde. In de toekomst ontwikkelen we in Nederland eigenlijk alleen nog maar complexe gebieden. Niet alleen autonome initiatieven moeten blijven zoeken naar de beste methode om dat te doen, ook van bestuurders en financiële partners wordt een omslag gevraagd.