Opinie —

Archisoap Aanbestedingsleed aflevering: Rotterdam in de bocht

Piet Vollaard

Rotterdam heeft ambities. Rotterdam is de zelfgeproclameerde architectuurstad van Nederland. Dus als Rotterdam het belangrijkste huis van de stad gaat uitbreiden, dan verwacht je uiterste precisie bij de opdrachtformulering en een meer dan coulante houding ten aanzien van de vele jonge, innovatieve (en dus relatief kleine) architectenbureaus in de stad. Niet dus. In de archisoap ‘Aanbestedingsleed’ deze week alweer een aflevering waarin het openbaar bestuur zich van zijn meest labberkakkige kant laat zien: dit keer de architectuurstad van Nederland, helaas.

Een van de voorstellen van toen: Fountainhead van Forideas (Amsterdam).
Een van de voorstellen van toen: Fountainhead van Forideas (Amsterdam).

Rotterdam is al langere tijd bezig met plannen voor de uitbreiding van het stadhuis en het Stadstimmerhuis tussen de Coolsingel en het Haagse Veer. In 2002 lanceerde de gemeente een ideeënprijsvraag onder jonge architecten. Met 104 inzendingen mocht deze prijsvraag een succes worden genoemd. Veel van de toen gepremieerde plannen zijn ook nu nog relevant. Je zou dus denken dat de gemeente, nu het eenmaal menens wordt, die oude prijsvraag nog eens terug zou halen en – de architectuurambities van de stad in het achterhoofd – er eens goed voor is gaan zitten om, binnen de grenzen van het door de wet op de Aanbesteding mogelijke, innovatie en vernieuwing een zo groot mogelijke kans te geven.
Vaste lezers van deze archisoap weten het inmiddels al: Nee, natuurlijk niet. Dat gaat weer op z’n janboerenfluitjes en elfendertigst, daar moet straks weer van alles worden aangepast, teruggetrokken, uitgelegd en om de hete brij heen worden gedraaid. En ja hoor, de inkt van de  officiële aankondiging van de aanbesteding is nog niet droog of daar ligt de eerste protestbrief alweer op de mat en het eerste schandaaltje alweer op straat. Rotterdam sluit zich aan bij recente broddelaars als de Gemeente Westland en Utrecht en moet binnen een week al met een nadere uitleg komen.

Wat is er aan de hand? Aanvankelijk heeft de gemeente de voorwaarden voor deelname zo opgeschroefd, of om het wat meer precies en dichterbij de waarschijnlijke toedracht te zeggen: heeft men deze voorwaarden zo onbezonnen opgesteld, dat een groep van 44 bureaus zich genoodzaakt zag een protestbrief aan het college van B&W te sturen met de veelzeggende titel ‘Rotterdam durft niet meer’. (zie bijlage)
In het kort komen de klachten neer op het volgende: De gevraagde omzeteis van 2,4 miljoen speelt de gemeente extreem ‘op veilig’, evenals met de gevraagde referenties; een flinke woontoren, een groot kantoorgebouw en een flinke transformatieopgave. Dat wordt nog een hele puzzel om die architect te vinden die aan al deze voorwaarden voldoet. Vooral de vraag om een woontoren – hoezo in hemelsnaam een woontoren? Als men hoogbouwervaring bedoeld, stel het dan ook zodanig – van meer dan 12 verdieping is onbegrijpelijk. Bureaus als Herman Hertzberger, OMA, cepezed en Benthem Crouwel, om er maar eens een paar te noemen, maken geen kans (de laatste jaren geen woontoren van minstens 12 verdiepingen gebouwd). Relatief kleinere bureaus dus al helemaal niet, laat staan dat de winnaars van de ideeënprijsvraag van 2002 nog in de buurt komen. Een bureau met grote ervaring op het gebied van duurzaamheid (één van de ambities van de gemeente, maar gek genoeg niet meegenomen in de referentie-eis, een visie volstaat) als Paul de Ruiter maakt geen kans. Er zo zijn er nog veel meer te noemen. Om het allemaal nog een beetje sulliger te maken stelde de gemeente aanvankelijk ook nog de eis dat deelnemers lid van de BNA zijn. Daar valt een groot deel van de rest van vooruitstrevend Nederland af. OMA was al weg, maar nu zouden ook UN Studio, Mecanoo, Neutelings Riedijk, MVRDV en Claus en Kaan sneven. Nu is die eis natuurlijk amper legaal te noemen en is men daar ook snel op teruggekomen, het architectenregister mag ook, maar het tekent de onzorgvuldigheid waarmee men (of het ongetwijfeld ook nu weer ingeschakelde dure adviesbureau) kennelijk te werk is gegaan.

In een reactie op de protestbrief neemt de gemeente een aantal van de voorwaarden terug. De omzeteis wordt teruggebracht tot 1,8 miljoen over twee van de drie afgelopen jaren, nog geen kattenpis natuurlijk, en het BNA-lidmaatschap is niet meer verplicht. Maar daar houdt de wil tot experimenteren wel mee op.
Voorzien van een zijige aanhef ‘De gemeente is overigens positief over de grote belangstelling voor de ontwikkeling van het nieuwe Stadskantoor, die blijkt uit het initiatief van de architectenbureaus’ – verexcuseert de gemeente zich absoluut niet in de reactie. Het is allemaal een kwestie van een misverstand en de gemeente heeft nu eenmaal de ‘maatschappelijke verantwoordelijkheid om de risico’s bij een dergelijk complexe ontwikkeling te beperken.’, maar is desondanks bereid water bij de wijn te doen.
Natuurlijk, risico’s mijden, dat is de weg naar ware innovatie, zo blijf je voorop in de race om de titel architectuurstad van Nederland en de wereld.

Vandaag kwamen de protesterende bureaus met een reactie op de reactie van B&W. Ook zij vinden de verlaging van de omzeteis bemoedigend, maar feitelijk niet genoeg. Ook de referentie-eisen blijven ze te hoog vinden. Terecht stellen ze dat deze eisen helemaal niet verplicht zijn, het is een optie, meer niet. Het is een notie die erg moeilijk doordringt bij risicomijdende opdrachtgevende partijen. Dat wil zeggen in Nederland. In het buitenland is dat veel minder het geval, daar kunnen jonge bureaus – ook Nederlandse – wel meedoen aan selectie-eis voor grote gebouwcomplexen. (zie bijlage)
Om niet te blijven protesteren stellen de bureaus een alternatieve procedure voor, met als belangrijkste punten: laat meer bureaus meedoen, waaronder een aantal jonge, kleine bureaus en verruim de referntie-eisen vooral voor jongere bureaus. De opstellers van dit alternatief krijgen naar verluid de kans om dit voorstel in de gemeenteraad te bespreken. Of dat nog op tijd is om de al lopende Europese Aanbesteding nog aan te passen moet nog blijken. Het zou mooi zijn als de gemeente de valse start van deze opdracht toch nog ten gunste zou kunnen keren.

De slotzin van de vorige aflevering van Archisoap Aanbestedingsleed (aflevering ‘Utrecht koopt een nieuwe zakjapanner’) luidde: “Wie nog twijfelt aan het nut van een onafhankelijke professionele aanbestedingsautoriteit zou zich eens in de zaak Utrechtse Bieb moeten verdiepen.” Daar kunnen we nu dus – als de gemeente Rotterdam niet razendsnel de procedure weet aan te passen – de zaak ‘Rotterdam in de Bocht’ aan toe voegen.
Als het niet zo treurig was, zou je je bescheuren van het lachen.