Opinie —

Architecten goed verzekerd?

Stéphanie van Gulijk

Hoe is het geregeld met de beroepsaansprakelijkheid van architecten in Nederland en de verzekerbaarheid daarvan? En hoe is een en ander geregeld in andere Europese landen?

Een beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor architecten biedt een belangrijke waarborg voor opdrachtgevers, aannemers en derden om door de architect veroorzaakte schade vergoed te krijgen. Deze contractspartijen kunnen de architect aansprakelijk stellen voor de schade die zij leiden als gevolg van het handelen van de architect. De architect kan vervolgens, indien hij een beroepsaansprakelijkheidsverzekering heeft, deze schade (gedeeltelijk) afwentelen op de verzekeringsmaatschappij.

Hoe is het feitelijk gesteld met die beroepsaansprakelijkheidsverzekering? In Nederland zijn architecten door de wetgever vrijgelaten in hun beslissing zich al dan niet te verzekeren voor schade als gevolg van hun beroepsaansprakelijkheid. Bij de totstandkoming van de Wet op de Architectentitel is besloten geen wettelijke verplichting hiertoe op te nemen. Die leemte wordt opgevuld door andere constructies, maar deze voldoen niet altijd. Zo bevatten de standaardvoorwaarden waarmee architecten veelal contracteren met opdrachtgevers (DNR, SR en RVOI), bepalingen op grond waarvan architecten een adequate verzekering dienen af te sluiten alvorens zij een ontwerpopdracht aangaan. Bovendien zijn de architecten die lid zijn van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA), op grond van de BNA-statuten eveneens verplicht zich te verzekeren voor hun beroepsaansprakelijkheid. Maar standaardvoorwaarden zijn niet op alle ontwerpovereenkomsten van toepassing en bovendien blijkt uit cijfers van de Stichting Bureau Architectenregister (SBA) dat slechts een derde van de architecten lid is van de BNA. Dit zijn vooral de grotere architectenbureaus die in ieder geval voldoende financiële middelen hebben om een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. In de praktijk is het merendeel van de architecten niet (afdoende) verzekerd, met als meest zwaarwegende argument dat die verzekering te duur is. Vooral de kleinere (éénpitters inbegrepen) en middelgrote architectenbureaus zijn vaak niet of onderverzekerd. Toch is dit vreemd want het beroep van architect brengt vaak hoge aansprakelijkheidsrisico’s mee; de bedragen waarvoor architecten aansprakelijk kunnen worden gesteld kunnen hun honorarium flink overschrijden.

In sommige andere Europese landen, zoals België, is dit heel anders. Daar zijn architecten wettelijk verplicht (artikel 4 Laruelle Wet 2007) zich te verzekeren voor hun beroepsaansprakelijkheid. Niet-verzekerde architecten is het niet toegestaan ontwerpactiviteiten uit te voeren. Knelpunt in het Belgische wettelijke systeem is wel dat alleen de architecten in België wettelijk verplicht verzekerd zijn en de aannemers bijvoorbeeld niet. Dit heeft tot gevolg dat op architecten doorgaans het meeste verhaal wordt gehaald door de opdrachtgever die kampt met schade, ook bij fouten waar bijvoorbeeld de aannemer aan de schade kan hebben bijgedragen (samenloop van fouten).

Ook Franse, Duitse en Engelse architecten zijn verplicht verzekerd voor hun beroepsaansprakelijkheid. In Frankrijk is dit net als in België een wettelijke verplichting, neergelegd in de Code des Assurances. In Duitsland en Engeland gaat het om een verplichting die kleeft aan de registratie van de titel van architecten. Voordat architecten in die landen hun titel kunnen registreren bij het architectenregister (en vanaf dan het beroep van architect onder die titel mogen uitoefenen), zijn zij verplicht een adequate verzekering voor hun beroepsaansprakelijkheid af te sluiten. Dus in de ons omringende landen zijn alle praktiserend architecten verzekerd.

Dit geldt niet voor Nederlandse architecten. Dit is vreemd nu architecten toch hoge aansprakelijkheidsrisico’s dragen. Dit impliceert dat deze architecten geen of onvoldoende verhaalspositie bieden voor hun contractspartijen of derden. Bovendien zijn met bouwopdrachten vaak grote bedragen gemoeid en kan een flinke aansprakelijkheidsclaim een onverzekerd architectenbureau de kop kosten. Verder blijken Nederlandse architecten een uitzonderingspositie te hebben als we over de grens kijken; geen wettelijke verplichting en geen verplichting bij de registratie van de titel. Dit terwijl de Bolkestein Richtlijn toch bepaalt dat “Member States shall ensure that providers whose services present a direct and particular risk tot he health or safety of the recipient or a third person (…) are obliged to subscribe professional indemnity insurance (…).

Misschien is het tijd de huidige verzekeringsplicht van Nederlandse architecten, of juist het ontbreken daarvan, nader onder de loep te nemen. Over de grens kijken kan voor inspiratie zorgen. Maar ook economische argumenten zijn belangrijk. Zo is het wettelijk verplichte verzekeringssysteem in België en Frankrijk een duur systeem. Bovendien is het dwingendrechtelijk waardoor architecten er niet voor kunnen kiezen de risico’s van eventuele aansprakelijkstelling zelf te dragen, bijvoorbeeld omdat zij de risico’s van hun beroepsaansprakelijkheid tegen lagere kosten kunnen dragen dan de kosten van de verzekeringspremie. In elk geval lijkt een voldoende financiële zekerheid voor eventuele aansprakelijkstelling van architecten door contractspartijen dan wel derden nu onvoldoende gewaarborgd.