Recensie —

Op zoek naar het ideale huis

Marina van den Bergen

Wat hebben het woonhuis van Martin Visser, het Mauritshuis en House VI met elkaar gemeen? Het zijn uitkomsten van de zoektocht naar de ideale woning. Deze drie woonhuizen zijn met nog zes andere voorbeelden te zien op de expositie Changing Ideals/Re-thinking the House.

Het BoKlok huis van IKEAfoto Johannes Schwartz
Het BoKlok huis van IKEA
foto Johannes Schwartz

Changing Ideals/ Re-thinking the House: Op zoek naar het ideale huis is de derde expositie die het NAi Maastricht organiseert over het interieur, in het bijzonder de raakvlakken tussen architectuur en vormgeving. Eerder waren er de exposities Het menselijk verblijf – Dom Hans van der Laan en State Alpha, on the architecture of sleep. De sobere expositie over Dom Hans van der Laan in een kloosterachtige setting zorgde bijna voor een spirituele belevenis. State Alpha was aaneenrijging van kamers. De expositie liet zich ervaren als een koortsdroom waarin beelden over slaap en architetectuur die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben, maar toch ook weer alles, elkaar afwisselen. Anders dan deze exposities is Changing Ideals geen ervaringsbelevenis, maar een vooral academische tentoonstelling.

Changing Ideals opent met een antichambre. In deze ruimte worden een aantal verzamelingen getoond waaronder objecten die zijn samengebracht door de Belgische kunstenaar Leo Copers. In deze ruimte worden thema's neergezet die in de hele expositie zijn terug te vinden: de wisselwerking tussen het private en publieke domein en die tussen avant-garde en massacultuur. De antichambre wordt gevolgd door de salon. De salon, een 17e eeuwse uitvinding, de meest publieke ruimte in de woning, de ruimte waar wetenswaardigheden en roddels werden uitgewisseld, en een ruimte van representatie en representeren. Maar de salon is ook de Salone del Mobile, de wereldberoemde beurs in Milaan waar jaarlijks het nieuwste van het nieuwste op het gebied van wonen wordt getoond. In acht kabinetten worden acht thema's gepresenteerd, ieder verbeeld door een woning die de bij die positie behorende manier van wonen op een radicale manier representeert. Zo illustreert het woonhuis van Martin Visser, ontworpen door Gerrit Rietveld en met twee uitbouwen van Aldo van Eyck,  het thema Ontmoeting, het Mauritshuis van Jacob van Campen Representatie, en House VI van Peter Eisenman verbeeldt Autonomie.

De samensteller (Dirk van den Heuvel) en makers van de expositie (Event Architectuur) hebben de verleiding weten te weerstaan om de verschillende posities letterlijk te verbeelden. De ultrastrak vormgegeven tentoonstelling zorgt ervoor dat de aandacht niet wordt afgeleid door zaken die niet ten dienste staan van het gelaagde verhaal. Naast indrukwekkende foto's van Johannes Schwartz worden van iedere woning tekeningen en maquettes getoond, en in ieder kabinet staat een origineel voorwerp dat op een of andere manier verbonden is met het woonhuis: een onderstel voor een tafel van Martin Visser; traktaten van Scamozzi en Palladio; de diagrammen van House VI.

Living with Things - Studio Makkink & Beyfoto: Moniek Wegdam
Living with Things – Studio Makkink & Bey
foto: Moniek Wegdam

Het verhaal dat Changing Ideals/Re-thinking the house wil vertellen, is dat vernieuwing van de architectuur van het wonen alleen gebaseerd kan zijn op de wisselwerking tussen container en contained, ofwel tussen architectonische interventie en een verandering van woonidealen. De tentoonstelling voert de bezoeker langs zoektochten naar het ideale huis, of eigenlijk het ideale wonen. Waarbij het ideaal niet alleen tot uitdrukking komt in de woning zelf, maar ook in de wijze waarop deze is ingericht en – misschien wel het aller belangrijkste – wordt gebruikt. Of zoals de samensteller van de tentoonstelling het noemt, de expositie gaat over De orde der dingen en 'over de spanning tussen de orde van de architectuur en de orde van het wonen, tussen vorm en inhoud en toont het potentiële conflict en synthese tussen de formele structuren van de architectuur en de informele structuur van alledaagse rituelen.'

Deze spanning is goed zichtbaar in de foto's die Schwartz maakte van de verschillende woningen: de representativiteit van het Mauritshuis is ondanks alle warme kleuren en rijke materialen, zakelijk en koud; in slaapkamer van House VI wordt het echtelijk bed doorklieft door een negatieve kolom.

De expositie is een lust voor het oog, maar kan het verhaal dat wordt verteld overtuigen; dat de vernieuwing van de architectuur van het wonen alleen gebaseerd kan zijn op de wisselwerking tussen architectonische interventie en de verandering van woonidealen? Welke invloed hebben de getoonde posities (gehad) op de massawoningbouw? In Nederland werd in de jaren zeventig een poging gedaan om de architectuur van het wonen te vernieuwen, door vanuit Rijkswege subsidies toe te kennen aan seriematige, experimentele woningbouw. Tot veel navolging heeft dit niet geleid, niet omdat de mensen de woningen onprettig vonden, maar omdat het duurder was dergelijke woningen te realiseren en mensen niet bereid waren om extra te betalen voor meer of ander woongenot.

Dat roept vragen op als: is de ideale woning niets meer en niets minder dan de perfecte synthese tussen woning, het interieur en het beeld dat de bewoner van zichzelf wil scheppen, en hoe dominant is de factor container? In de Bogenzaal is het laatste kabinet van de expositie te zien, de installatie Living with Things van Studio Makking & Bey. Met objecten uit hun oeuvre verbeeldt het duo hun ideale huis. Het blijkt zogoed als een 1:1 model te zijn van de inrichting van oude industriehal waar Makking & Bey werkten en woonden. De ruimte was woonkamer, slaapkamer, keuken, kantoor, productieruimte, toonzaal, tuin, alles; door de orde van objecten was er een onderscheid gemaakt tussen publiek en privaat. De contained bepaalt hier de ideale woning, niet de container, zijn rol is hier volledig uitgespeeld.