Recensie —

Een architectonisch meesterwerk van Krisztina de Chatel

Noël van Dooren

Choreografe Krisztina de Chatel zet al 30 jaar spannend werk op de planken. Recent richtte De Chatel en choreograaf Itzik Galili een nieuwe dansgroep op. Onder de naam Dansgroep Amsterdam, presenteerde de groep zich eind maart in de thuisstad. De Chatel koos ervoor een oud werk opnieuw te brengen: ‘Lines’. Gaat dat zien, want ‘Lines’ is een meesterwerk, en vooral ook een architectonisch meesterwerk!

Linesfoto: Leo van Velzen
Lines
foto: Leo van Velzen

Het werk van Krisztina De Chatel volg ik sinds 2003, toen ik voor het eerst ‘Obscura’ zag, met muziek van Hans Koolmees, later volgde de geestige voorstelling ‘Zooi’, de indringende dans bij de grote Schiele-tentoonstelling en het obsessieve ‘Föld’. Al deze werken maakten mij duidelijk hoezeer dans over ruimte kan gaan. Dit inzicht  was aanleiding voor een groot samenwerkingsproject tussen de Dansgroep van Krisztina de Chatel en de Academie van Bouwkunst Amsterdam waarin onderzocht werd hoe ruimtelijk ontwerp en choreografie elkaar kunnen beïnvloeden.
Ik dacht het werk van De Chatel wel te kennen, maar ‘Lines’ treft als een mokerslag, en dat voor een werk dat dertig jaar oud is en duidelijk een jaren-zeventig-product is.

‘Lines’ vergt veel van de toeschouwer; veertig minuten moet je zitten, en dan ook echt stil zitten. Terwijl het eerste deel begeleid wordt door muziek van Philip Glass, rest in de tweede helft niets dan het sloffen van voeten over de vloer. Dat valt het publiek niet eenvoudig, en juist op dat moment word je als toeschouwer deel van de voorstelling. Want de dansers mogen dan gevangen zijn in een klein carré op het podium, wij allen zijn gevangen in een zaal, in stilte, in een tergend lange voorstelling waarbij je allang kwijt bent hoeveel geweest is en hoeveel nog komt. Of hoe weinig nog komt.
Maar het lijden van de toeschouwer is niets vergeleken bij het lijden van de dansers. Die doen 40 minuten lang één pasje. Eén been strekt langzaam naar voren. Tenen krommen zich, tasten naar de vloer. Het been draait langzaam, tenen aaien het zwart. Het been wordt teruggetrokken, de danser strekt zichzelf omhoog door op de tenen te gaan staan, zakt terug en komt tot stilstand. Hoe lang duurt zo’n pas? Misschien 5 seconden, dat zijn 480 dezelfde passen in een voorstelling.

Jan van Munster ontwierp een toneelbeeld dat bestaat uit een carré van palen met verticale TL-balken die aan het begin van de voorstelling aanknippen en een metaforische ruimte onthullen. De vijf vrouwelijke dansers zijn in eenvoudige witte pakken gehuld en zullen gedurende de uitvoering niet meer dan een voetlengte buiten deze ruimte treden. Het carré wordt een kamer, het wordt een wereld. Het is verbijsterend om te zien hoe een zo eenvoudig gedefinieerde ruimte door de trage dans reusachtig groot kan worden; een indringende verbeelding van iedere ruimte waarin mensen bewegen, ontmoeten, uiteengaan. En dat is meteen de kern van het werk van De Chatel waarvoor het fundament met voorstellingen als ‘Lines’ werd gelegd.

De vijf vrouwen bewegen zich, soms samen, meestal individueel, door de aan hen toegemeten ruimte. Minutenlang kijken we tegen de achterzijde van de dansers aan, leren hun ruggen, hun achterwerk, hun enkels kennen. Door de traagheid van de passen gaan de individuele lichamen opvallen; hoe strak de één beweegt, hoe sexy de ander, hoe gelaten de derde. Als een wonderlijke diersoort zonder een duidelijk doel verwijderen de vrouwen zich tergend langzaam in een rechte lijn van hun beginpositie. De tegenovergelegen zijde van het carré halen ze echter niet, want nauwelijks op een kwart begint één van de dansers aan een langzame draai. We waren zo meegezogen in dat beperkte pad dat het een welhaast revolutionaire draai is. Zij die wij alleen van achter zagen krijgen opeens een profiel, een gezicht! En zo is de voorstelling: in al zijn kleinheid, die ongemakkelijk maakt, schrik je opeens: deden ze nu wat anders? En wat dan? Was het pasje voorheen ook al zo?
De ruimte en de bewegingen zijn zo eenvoudig, dat zoiets elementairs als een verandering van richting een barok gebaar wordt; een grootse daad die het hele perspectief verandert. Een korte scène waarin de vijf vrouwen elkaar ontmoeten in dat verder zo eenzame carré en met de handen inéén een hoek verkennen is onverwacht ontroerend, een moment waarop het verheffen op de tenen opeens verlengd wordt, is ondraaglijk. Als een processie bewegen de vrouwen naar een eind toe, een eind dat zoals vaker in het werk van De Chatel als een ritueel tot stilstand komt. De muziek was al uit, nu alleen het licht nog.

Fraai maar saai, schreef een recensent 30 jaar geleden. Beide woorden raken niet de kern. De choreografie is veel erger dan saai, hij is kwellend, onverbiddelijk. Met onnavolgbare humor zegt De Chatel daar nu over: 'Dan heb je tijd om over het eten van morgen na te denken!'. Want ‘saai’ is geen kwalificatie die De Chatel pijn doet. Maar ‘fraai’ is dodelijk. Fraai suggereert iets decoratiefs. ‘Lines’ wil, zoals al het werk van De Chatel, niets van decoratie weten. Het gaat alleen om beweging. Die mag zoekend zijn, hoekig, misschien een beetje elegant, maar niet fraai. ‘Lines’ is indringend, daar gaat het om. Wie houdt van ruimte in zijn meest pure vorm en van mensen in hun meest nietige verschijningsvorm, die moet gaan kijken. En dan vooraf maar even oefenen in stilzitten.