Recensie —

Mooi weer in oorlogstijd

Robert-Jan de Kort

“2008 was groots en meeslepend in zowel euforie als crisis.” Het op vrijdag 24 april gepresenteerde Jaarboek Architectuur in Nederland 2008/09 vormt de scharnier tussen de tijdperken van economische voorspoed en recessie.

Het moet een feest zijn om deel uit te maken van de redactie van het architectuurjaarboek. Je selecteert uit honderden ingezonden projecten de meest interessante en die ga je bezoeken. Ter plaatse kan de architectuur zich bewijzen tegenover jouw kritische blik door onder andere zorgvuldig gedetailleerd en mooi geproportioneerd te zijn. Uiteraard ontspinnen zich talloze discussies over mooi, lelijk, relevant en irritant tussen jou en je collega-redactieleden. Na deze rondreis kies je de beste gebouwen en die publiceer je in het jaarboek. Minus de publicatie lijkt dit veel op de gemiddelde vakanties van architectuurfanatici. De nieuwe redactie, bestaande uit de architecten Samir Bantal en Kees van der Hoeven en de publicisten JaapJan Berg en Anne Luijten, is wat dat aangaat best te benijden.

Toch zal 2008 een dubbel gevoel hebben achtergelaten bij de leden van de jaarboekredactie. In 2008 sloeg de wereldwijde recessie in als een bom. Menig vakgebied kreeg rake klappen te verduren en werd gedwongen tot zelfreflectie. Welke veranderingen zijn er binnen mijn sector nodig om het tij te keren? In dit jaar, waarin ook de bouwsector voor een enorme opgave staat om niet stil te vallen en architectuur mogelijk het kind van de rekening wordt, is de roep om visie groot. Als geëngageerd publicist en architect kan het niet anders dan dat je de noodzaak voelt om hier iets zinnigs over te zeggen en vooruit te blikken.
En juist in dit jaar sta je als kersverse redactie voor de opgave in retrospectief tientallen gebouwen te beoordelen die uit een ander tijdperk stammen. De projecten zijn, zo stelt de redactie in het voorwoord, niet te relateren aan de drastisch veranderde maatschappelijk-politieke en economische omstandigheden van 2008. Maar is dat wel zo? In het Jaarboek zijn een groot aantal kantoren opgenomen, staat er geen enkele leeg? Zijn alle woningen voor de hoofdprijs verkocht? Zit het hotel steevast vol? En hoe vergaat het de twee architectenbureaus die hun eigen kantoor ontwierpen? De redactie heeft er doelbewust voor gekozen zich zekerheidshalve vooral toe te leggen op het beschouwen van de architectuur an sich. Doen alsof er nog niets gebeurd is. Het doet mij denken aan een scène uit de film Titanic waarin het strijkkwartet doorspeelde, terwijl het schip ten onder ging.

'Afgevallen' projecten
‘Afgevallen’ projecten

De 32 geselecteerde projecten zijn volgens de redactie ‘gewoon’ de beste architectonische werken van 2008. Dit werd geconstateerd na het bezoeken van de gebouwen. De architectuur werd ervaren tot op het toilet aan toe. In het redactionele stuk ‘Tussen representatie en realiteit’ wordt op cryptische wijze uiteen gezet hoe de 32 projecten uit het woud van ingezonden bouwwerken zijn uitgekozen. Te cryptisch wat mij betreft. Er wordt wel geschreven dát er heftig is gediscussieerd, maar niet waarover. Veertien projecten werden unaniem gekozen. Ik wil weten welke en wat er mis was met die projecten die niet unaniem waren, dan leren we in ieder geval waar de redactie staat wat architectuur betreft.

Het is de redactie niet gelukt om tendensen te bespeuren of de projecten thematisch met elkaar te verbinden. De projecten zijn daarom, naar bureau, alfabetisch gerangschikt en passeren als modellen op een catwalk de revue. Het jaarboek is hierdoor meer dan ooit een catalogus geworden. Is de architectuurproductie echt zó erg geïndividualiseerd?
Met het oog op de huidige situatie zou een andere benadering relevanter zijn geweest. In de factsheets van de projecten zijn van bijna alle gebouwen de bouwsom en prijs per m2 opgenomen. Als het toch een catalogus wordt, maak er dan één op basis van vierkantemeterprijs, zodat opdrachtgevers in een oogopslag kunnen zien welke architectuur met jaarboekpotentie ze nog kunnen betalen. En met, als ware het de zomercollectie van vorig jaar, de goedkoopste op de cover met grote letters: GEGARANDEERD VOORDELIG: €823,- per m2!! De redactie heeft zich deze knipoog niet gepermitteerd. In plaats daarvan heeft ze een villa met een geheim budget én een geheime opdrachtgever op de cover geplaatst. Wonderlijk mooie architectuur, daar kan niemand om heen, het bracht de redactie meteen in vervoering. Maar deze krachtige woning bevindt zich tragisch genoeg wel in de kleinst mogelijke niche die er maar is: architectuur voor een rijke, zelfbewuste opdrachtgever met veel geduld.

Behalve de projecten bevat het Jaarboek een jaaroverzicht van opzienbarende gebeurtenissen in ons vakgebied en een achttal essays waarin de redactie vakgerelateerde thema’s probeert uit te diepen. De essays zijn ogenschijnlijk willekeurig door het jaarboek heen gestrooid. Uit de essays blijkt dat de redactie wel degelijk weet waar het over gaat in deze tijd en dat toch graag wil communiceren. Echter, in lijn met de beweringen over de discrepantie tussen de projecten en de actualiteit, was het helderder geweest de essays los te koppelen van de projecten, in plaats van ze er doorheen te weven.
De essays zelf zijn met flair geschreven. Kees van der Hoeven beschrijft in welke staat ons vakgebied de crisis is ingegaan. In het stuk ‘Natuur, cultuur en frituur’ legt hij haarfijn de vinger op de zere plek door te stellen dat enerzijds de overheid zich wel erg mat opstelt richting de architectuur en dat anderzijds de welvaart de architecten zo onverschillig heeft gemaakt dat niemand zich nog belangeloos inzet voor kwaliteit in het vak. Daar komt bij dat door de crisis de huidige generatie jonge architecten grote vertraging oploopt in het opdoen van gedegen praktijkervaring. De bezuinigingen in het architectuuronderwijs maken de impasse compleet. JaapJan Berg geeft in het stuk ‘Architectuur in tijden van crisis’ aan hoe we de crisis weer uitkomen. Hij gelooft heilig in de zelfhelende werking van de ‘innovatieve kracht’ van architectuur die in staat moet zijn om ‘sterker uit de crisis tevoorschijn te komen’. Gelukkig maar! En de opdachten dan? Die moet de overheid helpen creëren, aldus Berg. Diezelfde overheid als waar Van der Hoeven het over heeft? …O, oh.

De nieuwe redactie heeft in haar eerste nummer netjes de beste projecten gekozen, maar geen geslaagde manier gevonden om met de actualiteit om te gaan. De effecten van de huidige situatie op toekomstige architectuur zullen naar verwachting pas over een jaar of drie in het jaarboek zichtbaar worden en waarschijnlijk door een volgende redactie behandeld. Als de huidige verhouding tussen geselecteerde en ingezonden projecten (1/12) wordt aangehouden zullen er in ieder geval meer pagina’s beschikbaar zijn om het jaarboek vakinhoudelijk te positioneren.