Recensie —

Realiteitswaanzin, Ton Matton in de Brakke Grond

Clemens de Olde

De zaal stroomt vol terwijl de spreker rustig op de bühne staat te wachten. Naast hem een reiskoffer met daarop een ouderwetse grammofoon, zo eentje die je moet opwinden. De aankleding lijkt meer op het decor van een toneelstuk dan op een lezing van een architect.

De koffer staat symbool voor het vertrek van stedenbouwkundige Ton Matton uit Nederland. Hij is sinds 2001 gevlucht en neergestreken in Duitsland. Gevlucht voor het Nederlandse overgereguleerde vinexlandschap dat is gegroeid door de naoorlogse traditie in de stedenbouw waarbij alles gecontroleerd moet worden. Stedenbouw is eigenlijk een ziek vak stelt Matton, het verbiedt alles waarvan je niet wil dat het gebeurt, om ervoor te zorgen dat de bewoners als enige mogelijkheid nog openstaat te doen zoals de planner het bedacht heeft.

Matton wil laten zien hoe het mogelijk is in al dat planningsgeweld een vorm van autarkie te creëren. Zijn verhaal is een aaneenschakeling van anekdotes en dat is niet zo raar gezien de aard van zijn werk. Dat neemt de vorm aan van kleine projecten die de tijd moeten ‘vertragen’, die mensen aan het denken moeten zetten over de wereld waarin we leven. Zo is er een voetbalveld geschilderd op een Braziliaanse straat, zijn er vogelhuisjes ontwikkeld voor de bonte vliegenvanger die vanwege de klimaatverandering terrein verliest en is een maïsveld aangeplant midden in Hoogvliet met een bijbehorend oogstfeest.

De theatrale sfeer blijkt niet alleen uit het decor, het is ook de vorm die Matton hanteert. Zijn anekdotes worden geïllustreerd door videomateriaal en in het geval van het vogelhuis zelfs met een lied. Hij laat dan de beelden het werk doen en verdwijnt zelf even in de coulissen. En zoals in elk optreden van enige lengte, is het na een uur tijd voor een intermezzo. Even uitblazen na al dit creatieve geweld met een verhaal over Nederland in 2032. Matton leest voor: het schetst een beeld van een nog verder geïndustrialiseerde samenleving waarin de mens die nog mee kan komen in een gated community woont, en compleet wordt geleefd door zijn techniek. Het streven van de hoofdpersoon naar iets ‘echts’ wordt veroordeeld als 'realiteitswaanzin', want waarom zou echt nu beter zijn dan virtueel? Het verhaal is een interessante vorm die tot denken aanzet. Waar leidt de weg die we zijn ingeslagen naartoe?

Na het intermezzo volgen nog een aantal projecten met verdere theatrale illustratie. Matton creëert een woud van maïsplanten op het podium en eindigt met een ware modeshow van autarkische kleding, geshowd door modellen uit het publiek. De kapper, de marktkoopman en de visser hebben allen hun eigen gereedschap in de panden van hun jas waardoor zij niet meer gebonden zijn aan één plek om hun werk te kunnen doen.

Matton’s projecten geven stof tot nadenken en het zijn amusante verhalen maar ze roepen wel de vraag op welke discipline de verteller beoefent. Is hij nog wel een stedenbouwer? Daar hoeven we hem niet op af te rekenen, maar als het aangekondigde onderwerp van de lezing Matton's visie op architectuur en stedenbouw is, dan komt die er tussen de kunstprojecten toch wat karig vanaf. Daarbij komt dat het juist zo interessant was geweest om die visie te horen want alle gepresenteerde projecten met de bijbehorende video’s hadden we ook op de website kunnen bekijken.

De projecten die Matton laat zien blijven kleinschalige interventies. Hij zal overigens de eerste zijn die dit toegeeft. Matton heeft zich gerealiseerd dat het in de moderne wereld bijna onmogelijk is een structurele verandering te veroorzaken. Om niet verstrikt te raken in het doemdenken presenteert hij dan de notie ‘trendy pragmatism’. Dat is een manier om interventies te plegen die wellicht niet op grote schaal helpen, maar in ieder geval goed voelen, zoals de projecten die we hebben gezien. Wat hem daarin siert is dat hij niet automatisch teruggrijpt naar het verleden om in het reine te komen met de moderniteitsproblematiek – want dat is feitelijk waardoor hij wordt geplaagd. Matton staat ook zeker open voor het nieuwe, zoals de vormgeving van zijn huisje voor de vliegenvanger aantoont. Toch heeft dit pragmatisme ook wel iets weg van fatalisme, als je er eigenlijk toch niets aan kunt helpen dan verdwijnt de hoop op een mooiere wereld. Dat is jammer, want de ideeën zetten echt aan tot nadenken.