Nieuws —

Rietvelds Robijnhof: liefdevolle renovatie van een portiekwijk

Sophie van Ginneken

Woningcorporatie Bo-Ex renoveerde de Robijnhof, een woonbuurtje in Utrecht, in 1958 ontworpen door Gerrit Rietveld. Een mooi voorbeeld van wat een investering in naoorlogs erfgoed kan opleveren.

De renovatie van de Robijnhof is bijzonder omdat het op het eerste gezicht een gewoon naoorlogs stukje stad is, zoals er zoveel van zijn. Het ligt onopvallend tussen de andere stempels met portiekflats in de Utrechtse uitbreidingswijk Hoograven. Woningcorporatie Bo-Ex besloot een aantal jaren geleden om het niet te slopen (wat al op de agenda stond), maar het te renoveren en dat bovendien heel precies te doen. Interessanter is dat niet alleen de woonbebouwing is gerenoveerd, maar het buurtje in zijn geheel. Dit betekent dat ook het stelsel van buitenruimtes is aangepakt. Hierbij is, net als bij de woonbebouwing, serieus gekeken naar de uitgangspunten van het originele ontwerp. Maar daarbinnen, en dat is eigenlijk wel het allerbijzonderst, zijn beide – zowel woningen als buitenruimte – aangepast aan de gebruiken en wensen van hedendaagse mensen, en die zijn in vijftig jaar immers flink veranderd.

Architect Bertus Mulder renoveerde de woningen. De inmiddels tachtigjarige Rietveldspecialist werkte in de jaren zestig met Rietveld samen en weet dus van wanten. Eerder was hij betrokken bij de renovatie van het Schröderhuis en schreef hij een boek over Rietvelds ‘leven, denken en werken’. Tony Silvestrone van het gemeentelijk ingenieursbureau (IBU) maakte het nieuwe plan voor de buitenruimte en werkte daarbij intensief met Mulder samen.

Dat de Robijnhof niet zomaar een portiekwijkje is, blijkt als men beter kijkt. De stedenbouwkundige structuur (ontworpen door C.M van der Stad) is een prettige compromis tussen een open strokenverkaveling en een gesloten hof, wat het wijkje een besloten en tegelijk luchtige sfeer geeft. Voor dit plan ontwierp Rietveld een grote variatie aan woningtypen, die hij binnen een gestandaardiseerd systeem liet passen. Zo zie je een aantal combinaties van verschillende typen: begane grondwoningen gecombineerd met maisonnettes erboven en eengezinswoningen met berging, gecombineerd met portiekwoningen en maisonnettes daar weer boven. Dat levert interessante variaties op in de vormgeving van de bouwblokken, zoals in de verschillende trappen naar de galerijen. Zulke kleine variaties maken veel uit voor de beleving van de wijk. Samen met een aantal fraaie details en de besloten sfeer krijgt het geheel er iets familiaals en zelfs gezelligs door. Die bijzondere eigenschappen tillen de Robijnhof boven de gemiddelde portiekwijk uit. In het renovatieplan zijn ze dan ook ten volle uitgebuit, want goed zichtbaar waren ze niet meer.

Interessant is dat Rietvelds ontwerp voor de woningen blijkbaar flexibel genoeg was om ze te transformeren naar hedendaagse maatstaven. De indeling van de plattegronden bleef verrassend overeind. Mulder tikte een paar muren weg, waarmee hij slaapkamers samenvoegde tot grotere, en bergingen liet samenvloeien tot dubbel zo grote werkruimten. Kleine woningen voor grote gezinnen konden zo eenvoudig omgevormd worden tot ruimere woningen voor kleine huishoudens en zogenaamde woon-werkwoningen. Bij de eengezinswoningen zijn de bergingen onderdeel gemaakt van de keuken. Daarvoor in de plaats zijn nieuwe houten tuinhuisjes toegevoegd. Opvallend is de aandacht voor details als ribbelbanden, draadglazen borstweringen (die bij een eerdere renovatie waren vervangen door Trespa) en de zwarte kozijnstrook net onder de dakrand (die al lang niet meer zwart was). Mulder haalde ze weer helemaal terug. Dergelijke materiele verbeteringen doen het buurtje blinken.

Op de grens van binnen en buiten, daar waar men elkaar ontmoet, zijn grotere ingrepen gedaan. De privé-tuinen zijn ruim twee keer zo groot gemaakt, ten koste van een deel van de hof, en daarvan afgesloten met keurige houten schuttingen. Hierdoor bevindt de rommel zich nu achter deze schutting, netjes opgeborgen bij de mensen thuis in plaats van in het zicht.

De grootste verandering echter onderging de openbare ruimte. Hoewel ook hier het oorspronkelijke inrichtingsplan van Bram Galjaard uitgangspunt was, wordt duidelijk dat er in vijftig jaar veel veranderd is. De voorheen grote, open ruimtes, die zich voor meerdere soorten gebruik leenden, hebben plaats gemaakt voor helder ingerichte, in verschillende onderdelen afgebakende ruimtes. Op zo’n manier dat je over de verschillende bestemmingen (schommelen, tafeltennissen, zitten, wandelen, hond uitlaten, parkeren) onmogelijk nog kunt twisten. Op de plek van het zwembad middenin de hof staat nu een rechthoekig vlak met glijbaan (de vorm van het diagonaal geplaatste bad is wél nadrukkelijk behouden). In de collectieve tuinen aan weerszijden van de hof is een vol areaal speeltoestellen voor de opeenvolgende fases van de kindertijd neergezet. Die helderheid in indeling is opvallend en maakt duidelijk hoezeer wij tegenwoordig hechten aan duidelijkheid en scherpe afbakeningen.

Toch is het knap dat al die verschillende programma’s een plek konden krijgen in een buitenruimte, die in grote lijnen overeenkomt met het originele ontwerp. Want veel is behouden gebleven, zoals de meeste bomen, de zichtlijnen (alsmede de visuele afsluiting daarvan) en het algehele gevoel van beslotenheid.

Dat de Robijnhof zich schijnbaar moeiteloos aanpast aan de individualistische mens van nu is deels te danken aan Rietvelds ontwerp, maar is vooral toch de verdienste van de corporatie en architecten, die met volle toewijding aan de slag zijn geweest, als ware het een eersteklas architectuurproject. Zij laten met hun inspanningen zien dat het meer dan de moeite waard is om in naoorlogs erfgoed te investeren. Zeker als je het resultaat vergelijkt met een gemiddeld nieuwbouwproject. Op nummer 13 is zelfs een museumwoning ingericht, compleet met authentieke jaren vijftig-meubelen. De woning, en dus het wijkje, zal binnenkort worden opgenomen in de architectuurroute van het Centraal Museum. Een goede aanleiding voor corporatiemensen om op excursie te gaan en zich te laten inspireren voor het behoud van hun naoorlogs erfgoed dat op de sloopnominatie staat. In de bus kunnen zij dan het speciaal uitgekomen boekje over de Robijnhof lezen, om alvast in de stemming te komen.