Nieuws —

Bij nader inzien: het AXA-gebouw in Den Haag

Robert-Jan de Kort

Goede architectuur laat zich goed aanzien. Dit lege kantoorgebouw op de hoek van het Korte Voorhout en de Prinsessegracht in Den Haag viel mij altijd op, in positieve zin, door zijn herkenbare gezicht. De scherpe lijnen en de materialisering met graniet en glas hebben iets tijdloos. Waarom staat dit indrukwekkende gebouw leeg?

Navraag bij collega-architecten leverde gefronste blikken op. Mijn overtuiging dat het hier bijzondere architectuur betrof werd niet gedeeld. Dit zette mij aan om een zoektocht te starten. Een korte zoekactie op internet leerde mij dat het gebouw jarenlang de hoofdvestiging van de Nederlandse tak van verzekeringsmaatschappij Equity & Law (later AXA) was. In de volksmond heet dit gebouw dan ook het AXA gebouw. Sinds 2003 staat het grotendeels leeg. De naam van de architect vond ik niet.

In het bouwtekeningenarchief van de gemeente Den Haag vond ik prachtige tekeningen, doorgewerkte gevelfragmenten en details uit 1969, gemaakt door het architectenbureau Le Grand & Selle. Ook ontdekte ik dat het Korte Voorhout destijds speciaal voor de bebouwing is aangepast. Het straatprofiel werd aanzienlijk verbreed en voorzien van vier bomenrijen. Deze verbreding zorgde ervoor dat de maat van de straat aansloot bij de schaal van het nieuwe ministerie van Financiën, de Franse Ambassade en het kantoorgebouw van Le Grand & Selle.

Verdere zoekacties naar dit bureau brachten mij op de burelen van de Stichting Bonas, alwaar het gebouw ontbrak in de oeuvre-overzichten van architecten Henri le Grand en Paul Selle. Bonas medewerker Frits Stuurman was destijds betrokken geweest bij het onderzoek naar deze architecten en nodigde me uit. Over Henri le Grand is weinig bekend, over Paul Selle nog minder. Le Grands carrière bloeide voornamelijk voor de Tweede Wereldoorlog. In het interbellum ontwierp hij (oorspronkelijk interieurarchitect) vooral winkelpuien en interieurs van gerespecteerde Nederlandse winkelketens als Huf en Etam in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Hij stond bekend om zijn voorliefde voor het gebruik van natuursteen (vooral travertijn) en glas. Van zijn vooroorlogse oeuvre is helaas, mede door het Duitse bombardement op Rotterdam in 1940, weinig overgebleven. Na de oorlog ging Le Grand samenwerken met Selle en uit die samenwerking is het gebouw aan de Korte Voorhout ontstaan.

tekening van de gevel aan de Korte Voorhout

Inmiddels waren de informatiestromen nagenoeg opgedroogd en dus lag het onderzoek van Bonas stil. Mijn actie heeft voor een korte opleving gezorgd en in ieder geval bijgedragen aan de volledigheid van de online database van Bonas. Vervolgens belde ik met de natuursteenfirma in Limburg die het Italiaanse graniet leverde voor de gevel. Een duur en exclusief materiaal zo bleek. De meneer die ik sprak kende het gebouw nog. Nu was het tijd voor een bezoek. Via Ingrid Annokkee, die met haar ontwerpbureau Pole Productions in het gebouw huisde, kwam die wens uit. Zij heeft me rondgeleid en ik heb haar de geschiedenis van het gebouw en de architecten verteld.

Waar zit ‘m nou de kwaliteit die kennelijk niet voor iedereen zichtbaar is? Mijn onderzoek naar tekeningen, architect en gebouw bracht mij tot de conclusie dat het op het oog abstracte gebouw heel zorgvuldig is ontworpen voor zijn positie aan het Korte Voorhout. Het is een kwestie van goed kijken. Voor het scherpe oog is dit gebouw een feest. De maatvoering van werkelijk alle oorspronkelijke elementen (de constructie, granieten gevelplaten en stijlen van de kozijnen) is op elkaar afgestemd. Een aantal geraffineerde details verankeren het abstracte volume aan de context. Ik zal de belangrijkste uiteen zetten.

De opvallende knik in de eerste horizontale gevelband wordt veroorzaakt door een tussenverdieping met bordes boven de expeditie-ingang op straatniveau. De begane grond, met statige entree, is iets opgetild ten opzichte van de straat. Het souterrain, dat aan de achterzijde opent naar het lagergelegen water heeft hierdoor voldoende licht en verdiepingshoogte om naast archieven ook kantoren te huisvesten. Op de begane grond is een subtiel vormgegeven patroon van de hardhouten stijlen toegepast. Dit patroon legt een relatie met de straat en doorbreekt de sterke horizontaliteit van de hoger gelegen kantoorverdiepingen. Tevens veraangenamen deze stijlen de achterliggende interieurs aanzienlijk.
Opvallende elementen in de gevel zijn de twee boven de hoofdentree geplaatste vitrines, een verwijzing naar le Grands verleden als winkelarchitect wellicht. Deze schijnbaar overbodige luxe is echter zeer bewust ingezet. De vitrines markeren de entree en laten het interieur plaatselijk naar buiten keren.

Van het oorspronkelijke interieur is weinig meer zichtbaar. De onzorgvuldig ingebouwde kantoorinterieurs uit de jaren ’90 zijn stille getuigen van het feit dat de kwaliteit ervan niet werd herkend. Meest schrijnend is de manier waarop de plafonds van de hoge eerste verdieping extreem zijn verlaagd. De liftdeurkozijnen in het souterrain bevatten nog een glimp van de allure die het interieur gehad moet hebben. Deze zijn afgezet met marmer.

Het Korte Voorhout gaat inmiddels een nieuw tijdperk in. Het ministerie van Financiën is al op imposante wijze gerenoveerd en de zwaarbewaakte Amerikaanse ambassade zal in 2012 verhuizen waardoor het gebouw van Breuer uit 1957 vrijkomt voor een nieuwe bestemming. Voor het gebouw van Le Grand en Selle wacht tragisch genoeg de sloophamer. Er zijn plannen om het samen met de Franse ambassade te slopen en de twee gebouwen te vervangen door één nieuw gebouw voor de Hoge Raad. Is deze rigoureuze maatregel echt noodzakelijk? Van de subtiele inpassing in de context, de heldere opzet en het materiaalgebruik tot de detaillering getuigt deze architectuur van de kunde van zijn ontwerpers. Het betreft hier geen architectuur die detoneert en inwisselbaar is, maar architectuur die waardevol genoeg is om deelgenoot te blijven van het nieuwe tijdperk aan het Korte Voorhout. Terwijl het gebouw het verdient om de potentie ervan nader te onderzoeken, blijkt het nagenoeg leeg te staan, wachtend op executie.