Nieuws —

Therapeutische passage

Erik Stekelenburg

In een winkelpassage tussen de Stationsstraat en een binnenstadsplein hangen wat verslaafden en daklozen rond, vooral in de windluwe donkere hoekjes van het binnenhof. Een eerste indruk van het Apeldoornse Omnizorgcentrum, ontworpen door FBW Architecten.

Om de overlast van verslaafden en daklozen te verminderen, koos Apeldoorn voor een centrale integrale zorgvoorziening. In Omnizorg komen de verslavingszorg (Tactus), de daklozenopvang (Iriszorg) en begeleid wonen van (ex-)psychiatrische patiënten (RIBW Oost-Veluwe) samen.

De ministad biedt ’s nachts plaats aan maximaal 85 personen. Het is een levendige polis. Gescheiden van en toch middenin de samenleving. Achteraf weggestopt zouden daklozen en verslaafden volgens de beleidsmakers weer gaan forensen naar het centrum. Het moet er goed toeven zijn, maar ook gericht op rehabilitatie en re-integratie. De architect: “Een tijdelijk huis en geen eindstation.”

Om dit te bereiken lijkt de architect therapeutisch om te zijn gegaan met de rand, met de scheiding tussen binnen en buiten, opvang en maatschappij. Een passage is al tijdelijk. Met het urbane binnenhof legt de zorgvoorziening het zwaartepunt in de maatschappij. De galerijen staan als theaterbalkons om de openbare arena. De westelijke toegangspoort reikt tot de tweede verdieping zodat er zelfs zicht is op een stukje Stationsstraat.

Pergolagalerijflat
De zorgvoorziening is van buiten gesloten. Aan straat breken glaspuien en vooral de west-oost georiënteerde passageopeningen het gebouw open. Met zijn witte boeilijst loopt de transparante plint in de passage door. Hier maken luifels de plint weer meer gesloten. Het complex opent zich hier pas echt naar boven, naar de hemel, omzoomd door pergolagalerijen en een vegetatiewand met waterval. Oostelijk opent de passage zich nog net voor het binnenhof; de vloer van het grand café boven de onderdoorgang is van glas.

Verticaal speelt de eerste verdiepingsvloer de hoofdrol. De galerij van de eerste verdieping loopt bijna rond het hele binnenhof, bij het grand café groeit het uit tot terras dat uitkraagt boven het urbane hof, bijna als een duikplank. Ook de waterval eindigt er. Van dit tweede maaiveld kun je het openbare leven in het binnenhof veilig gadeslaan, ook binnen door de vloer van het grand café. Veilig, maar de glazen vloer en galerijbalustrades verhalen wel over de flinterdunne grens tussen in en out.

Aan het hof, achter een stevig bewaakte entree met detectiepoort huist de drugsverstrekking. Een spacy wenteltrap leidt naar de sociëteit, met grand café, restaurant en lounge. Een beschutte ontmoetingsplek voor verslaafden en daklozen en hun bekenden van binnen en buiten het complex. Hierboven, op de tweede verdieping en een deel van de derde is er nachtopvang. Bovenin, een deel van de derde verdieping en de hele vierde zit kort begeleid wonen. Symbolisch voor de uitvliegplek naar de maatschappij? Horizontaal geldt dat letterlijk voor de werkervaringplekken in de plint.

Ruimte om te groeien en te klimmen
De gevelbekleding is een proces, als bij een therapie. Het complex biedt niet alleen ruimte aan groei van de cliënten, maar ook aan groei van zichzelf. Bewust onvoltooid bij oplevering benadrukt de interface het voorlopige karakter van de opvang. De blinde schachten en wanden zijn bekleed met metalen horizontale-golfplaten, bespannen met gaas, de bevestiging in het zicht. Klaar om de klimplanten onderaan de wanden op te vangen, het onaffe transformeert met de tijd tot natuurlijke weelde. Bij de verticale Wonderwall-tuin hoeft het groen door de ingebedde kluiten niet eens te klimmen. Tenslotte is de galerijzone pergola. Via strakke verticale spanlijnen tussen plantenbakken slingeren plantentakken zich als lianen omhoog. De begroeiing zal, ook door haar akoestische kwaliteiten, zorgen voor meer privacy, beschutting en sfeer, de galerijen zullen mogelijk wat wegkrijgen van kloostergangen.

Informeel
De bovenkant van de pergola met onbehandeld donkerhouten balken tussen verjongde, zwarte staalprofielen bracht bij de fotograaf de associatie met de Afrikaanse achtergrond van FBW (het bureau startte in Tanzania) tot leven. Het onvoltooide zorgt voor een ietwat slordige ongedwongen sfeer, op het armoedige af. Dat komt behalve door het onaffe ook door het openbare binnenhof met onder de waterval een grauwe fietsenstalling met standaard afvalbak. Wel met natuursteen tegels. De donkergrijze stoeptegels die je hier zou verwachten liggen juist weer op de galerijvloeren. Het haalt de galerijen naar beneden en de openbare stoep op. Zoals het gebouw de stad opfleurt en tegelijk met zijn informele binnen de grens met de straat verkleint.

architect:
FBW architecten
Project architect: exterieur: Antoni Folkers, interieur: Belinda van Buiten

adres project:
Stationsstraat 30
Apeldoorn

functie gebouw:
Opvang voor daklozen, verslaafden en mensen die afhankelijk zijn van psychische gezondheidszorg

opgave:
stallinggarage in kelder, projectruimten (cq winkels) in de plint: cadeauwinkel, uitzendbureau,wasserette, veegpost, fietsenmakker, krantenkiosk, cafetaria, verstrekkingskliniek en gebruikersruimten
Verdiepingen: kantoren, grand café 1-, 2,- 4-, 10 persoonskamers, vrouwenafdeling, atelier, bezinningsruimte

opdrachtgever:
Gemeente Apeldoorn, dienst samenleving

datum 1e schets:
Januari 2003

start bouw:
Februari 2006

in gebruik name:
Juli 2008

tot hoever in proces betrokken:
FBW architecten: Inpassingstudie, PVE, Schets, VO, DO, VOF
ABT-FBW: Overige fasen tot aan Oplevering

m2:
4.470 m2

m3:
15.900 m3

bouwsom:
7.000.000

Fotografie:
Erik Stekelenburg