Recensie —

Veel touwtjes in handen van de Deventer woonconsument

Tom de Vries

De invloed van de woonconsument op de woningmarkt is niet van vandaag of gisteren. Sinds de opkomst van de georganiseerde volkshuisvesting begin vorige eeuw is die invloed gegroeid. Eerst kon men hooguit kiezen uit een eenzijdig aanbod van compleet opgeleverde woningen. Inmiddels kun je aangeven hoe groot de woning moet worden en hoe die er uit moet zien. De woonconsument heeft kortom steeds meer touwtjes in handen gekregen. Deze constatering was voor architectuurcentrum Rondeel in Deventer aanleiding om een tentoonstelling te maken, die vervolgens letterlijk bestaat uit heel veel touwtjes.

Lange tijd was de welgestelde burger die op een al of niet groot bouwkavel een eigen huis laat bouwen de eerste associatie bij het fenomeen particulier opdrachtgeverschap. Dat doet hij dan door een ontwerp op maat te laten maken door een architect, een keuze te maken uit het grote aanbod van cataloguswoningen, of erger, een neefje in te schakelen die met gebrek aan ontwerpervaring, laat staan –talent, aan de locale aannemer gaat uitleggen hoe de woning van zijn oom er uit moet zien. Maar er zijn inmiddels ook burgers met minder dikke portemonnees die ook een eigen huis kunnen laten bouwen. De markt van particuliere opdrachtgevers is flink gedemocratiseerd en ook gegroeid, althans in potentie want het aantal vrije kavels dat door gemeenten in de verkoop wordt aangeboden, is op een enkele uitzondering na nog steeds erg beperkt. Om nu eens niet de aandacht te richten op de bevoorrechte groep eigenbouwers met een groot budget, maar op de gemiddelde woonconsument, besloot de programmaraad van het Deventer architectuurcentrum Rondeel een expositie te wijden aan die groeiende invloed. ‘De touwtjes in handen’ heet de tentoonstelling waarmee verwezen wordt naar die invloed van de voorheen afwachtende woonconsument.

Ontwerper Tijs Bonekamp van het Amsterdamse BURO MET heeft het onderwerp van de expositie heel letterlijk opgevat en kwam met een even zo spectaculair als arbeidsintensief ontwerp aan: ruim 17.000 touwtjes opgehangen aan een verlaagd plafond met gaatjesboard (een gigaklus waarmee veel vrijwilligers zich enkele weekenden vermaakt hebben). Het levert een prachtig doordringbaar bouwblok op van zo’n vierhonderd kuub waarin enkele ruimtes zijn uitgespaard. Deze lege plekken hebben de afmetingen van de zogeheten matjes die in de woningbouw gehanteerd worden als de minimale oppervlakken voor de verschillende woonfuncties. Maar de vloeibare wanden geven aan dat die opgelegde afmetingen met gemak te veranderen zijn. Er is een ‘woonkamer’ met een eetgedeelte waar op twee laptops programma’s draaien om op eenvoudige wijze een woning samen te stellen en dan tegelijk de kassa loopt die aangeeft wat de keuzes gaan kosten. Het zijn de consumentgerichte projectontwikkelingen van Lingotto en van Heymans. Er is een ‘toilet’ waar je rustig een tentoonstellingskrant kunt lezen (met o.a. voorbeeldprojecten van collectief opdrachtgeverschap uit heel Nederland) en in de ‘gang’ is aan de muur in een tijdslijn de ontwikkeling van het particulier opdrachtgeverschap in Deventer verbeeldt.

Over de groeiende invloed sprak Like Bijlsma van het Ruimtelijk Planbureau tijdens de opening op 21 april. Zij is medeauteur van het boek Particulier opdrachtgeverschap in de woningbouw. In haar inleiding ‘Het bevrijde wonen in de stad als kunstwerk’ ging zij niet alleen in op de ontwikkelingen vanaf de wederopbouw, via de consumentgerichte woningbouwontwerpen van Bakema, Hertzberger, Weeber en Robert Winkel. Ook de stedenbouwkundige implicaties kwamen aan bod. Waren projecten met particulier opdrachtgeverschap eerst nog incidenten, later kwamen er clusters en hier en daar zijn er in Nederland nu ook hele wijkjes van te vinden. Opmerkelijk was de verhouding tussen consumenten die wel willen maar niet doen. Volgens onderzoekster Bijlsma zijn er veel willers maar weinig doeners in de Randstad en veel doeners in bijvoorbeeld Overijssel en Gelderland.

De tentoonstelling biedt bij nadere beschouwing meerdere informatielagen. De spectaculaire vormgeving werkt verrassend en roept verwondering op. Maar wat is er nu precies te zien en hoe presenteert het thema zich? Die vraag wordt pas beantwoord als de bezoeker neerstrijkt op de zitplekken tussen de touwtjes. Dan kan de speciale krant worden opengeslagen. Daarin is niet alleen te lezen wat de geschiedenis is van de groeiende invloed van de woonconsument is, maar wordt ook aandacht gegeven aan twee ontwikkelingen die volgens de tentoonstellingmakers de toekomst zullen gaan bepalen: het collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) en de computergestuurde ontwerp- en bouwsystemen. Door van de laatste optie ook twee demo’s op te stellen, wordt de tentoonstelling interactief waardoor vooral de potentiële eigenbouwer getriggerd wordt.

Het is duidelijk dat de particuliere opdrachtgever niet meer alleen de kapitaalkrachtige kavelkoper is die met of zonder architect zijn droomhuis laat bouwen. De invloed op het wonen is veel breder geworden en volgens het Rondeel liggen de kansen niet meer uitsluitend op de restkavels in uitbreidingswijken. De tentoonstelling geeft enkele antwoorden, maar roept uiteindelijk ook vragen op. Want wat gebeurt er bijvoorbeeld met de architectonische kwaliteiten als consumenten alle touwtjes in handen krijgen? Genoeg stof voor eigenbouwers, ontwerpers, ontwikkelaars en lokale overheden om nog eens over door te praten.