Recensie —

Wie maakt ons land?

Marina van den Bergen

Zondag 3 mei is de zes maanden durende manifestatie Maak ons Land in het NAi Rotterdam officieel afgesloten. De feestelijke afsluiting was enkele dagen eerder, toen Z.K.H. Prins Willem-Alexander de ‘ideeënwaaier’ in ontvangst nam. Wat heeft het participatie-event Maak ons Land opgeleverd? Een voorlopige en voorzichtige verkenning.

Tentoonstellingen worden om vele redenen gemaakt, waaronder het informeren van de bezoeker over onderwerpen waarvan museumdirecties vinden dat ze geagendeerd moeten worden. Ze hopen dat de impact van de tentoonstelling – het getoonde, de samenhang daartussen en de wijze waarop het wordt getoond – zodanig is dat de bezoeker, eenmaal terug in zijn vertrouwde omgeving, met familie en vrienden over het onderwerp gaat discussiëren. Zo niet het NAi met Maak ons Land. Dat koos voor een veel confronterende opzet. Niks niet thuis op de bank de materie rustig overdenken of een beetje sparren met vrienden in een café. Activiteiten die mogelijk zouden kunnen leiden tot een standpuntbepaling. Nee, in het NAi werd de bezoeker ter plekke gevraagd naar een mening. Een mening die dan ook direct op een van de wanden werd gehangen.

De materie waarover de bezoeker zich een mening moest vormen was complex: de ruimtelijke ordening van Nederland – een kabinet is er net niet over gevallen, maar veel scheelde het niet. Gedurende een half jaar werd iedere maand een specifiek thema behandeld, beginnend met mobiliteit, daarna wonen, werken, vrije tijd, groen en eindigend met water. Rondom ieder thema werd in de Grote Zaal een expositie ingericht, een lezingenprogramma samengesteld, en er werd, mits er minimaal acht deelnemers waren, op één zondagmiddag in de maand een spel gespeeld. En dan waren er nog de maandelijkse besloten netwerkdiners waarvoor medewerkers van verschillende ministeries, belangenorganisaties en andere 'key figures' werden uitgenodigd.

De manifestatie werd breed gedragen getuige de lijst van partners die de manifestatie inhoudelijk en financieel mede mogelijk maakten: de ministeries van LNV, VW en VROM, Rijkswaterstaat, ANWB om enkele te noemen. Over de beoogde doelgroepen die het NAi met de manifestatie wilde bereiken bestond geen misverstand. Nederland werd geabstraheerd tot een vrolijk Barbapapa-achtig figuurtje, er werd een samenwerkingsverband aangegaan met dagblad De Telegraaf en 's avonds waren er lezingen en debatten voor het vakpubliek. Kortom men wilde iedereen bedienen; het onderwerp moest breed maatschappelijk gaan leven. De keuze voor De Telegraaf is opmerkelijk en mogelijk ingegeven door de levendige participatie van haar lezers op de internet forumpagina's van de krant. Maar lukte het om deze mensen uit hun comfort zone te halen en naar het NAi te krijgen? Over de bezoekersaantallen doen vele verhalen de ronde. Van 'het is uitgestorven' tot 'het is een groot succes' – de waarheid zal mogelijk ergens in het midden liggen.
Wat de bezoekers te zien kregen is al uitgebreid beschreven in dagbladen en vakpers. De eerste twee maanden kon de informele, om niet te zeggen rommelige vormgegeven tentoonstelling – copy/paste panelen, enkele modellen en nauwelijks enige duiding van het tentoongestelde in de vorm van begeleidende teksten – nog worden verklaard door onwennigheid met een nieuw tentoonstellingsconcept. Daarna werd duidelijk dat de opzet onderdeel was van het concept. Duiding en interpretatie werden overgelaten aan de bezoeker. Maar als het vakpubliek dat rondliep al moeite had om verbanden te leggen, grote lijnen te ontdekken of het kaf van het koren in de waaier van ideeën te scheiden, hoe moet de gemiddelde Telefgraaf-lezer de tentoonstelling dan wel niet hebben ervaren?

Was Maak ons Land een succes? Heeft het 'de burger' aangezet tot nadenken over de inrichting van ons land en de belangenconflicten die daarbij optreden? Zet 'de gesignaleerde urgentie en de ambitie om daar iets aan te doen' aan tot 'nieuwe ruimtelijke creativiteit'? Zal het een (vernieuwde) collectiviteit stimuleren? Het is nog te vroeg om antwoord te geven op dergelijke vragen. Ruimtelijke ordening is traag en de politiek is stroperig, voeg deze samen en de mogelijke zichtbare resultaten van Maak ons Land zullen pas over een tijd en waarschijnlijk in onherkenbare vorm tot ons komen. Het is dan ook lovenswaardig en dapper dat het NAi een moeilijk onderwerp als ruimtelijke ordening in een open en participerende vorm agendeerde. Een onderwerp waar vraagstukken aan de orde komen waarvoor niet altijd flitsende en aansprekende oplossingen zijn aan te dragen.

Toch wringt er iets. Juist omdat het NAi wel heeft gezocht naar snelle, flitsende en aansprekende oplossingen. De ideeën die in het gepubliceerde slotmanifest als voorbeeld van nieuwe ruimtelijke creativiteit worden genoemd, zijn bovendien grotendeels oude koek, zoals het plan om woongebieden aan te leggen op oude bedrijventerreinen, en ze komen vanuit de vakgemeenschap. Tijdens de feestelijke bijeenkomst met Z.K.H. Prins Willem-Alexander werden wel voorbeelden gegeven van ideeën die bezoekers hadden geopperd. Op de vraag 'Wat als de dijken breken?' kwamen antwoorden als 'naar Arnhem verhuizen' en 'mijn zwemdiploma uit de kast halen'. De ingehuurde ex-GTST actrice die de verschillende onderdelen aan elkaar moest praten, vond de 'oplossingen' zichtbaar grappig.
Welke ideeën allemaal nog meer zijn geopperd, blijft voorlopig een raadsel en daarmee wordt het ook moeilijk om de waarde van de manifestatie te bepalen. De ideeën zijn allemaal wel gebundeld, maar van deze ideeënwaaier is slechts een exemplaar en dat werd uitgereikt aan ZKH. Ideeënwaaier is overigens een perfecte benaming voor de, naar mag worden aangenomen bonte verzameling van ideeën en ideetjes, rijp en groen, en het hele spectrum van de ruimtelijke ordening bestrijkend. Maar wat is de waarde daarvan als er geen duiding aan wordt gegeven, samenhang wordt gezocht en prioriteiten aan worden toegekend? Het slotmanifest kan evenmin worden gezien als een samenvatting of een conclusie van de gegenereerde ideeënstroom, althans niet in de zin dat het een daadwerkelijk aanzet tot een door ‘het volk’ gemaakte of gewenste uitvoeringsagenda is. En waarom worden de ideeën overhandigd aan iemand met publieke status, maar zonder politieke macht – althans officieel niet? Bovenstaande is tekenend voor de spagaat waarin het NAi zich de afgelopen zes maanden in bevond. Het dilemma dat een dergelijk spagaat kan opleveren wordt door Bas Heijne beschreven in zijn column Ben ik wel Braziliaans genoeg? Aan het einde daarvan stelt hij de lezer de vraag: 'Dus wat wordt het Baudrillard of Britney?' Het NAi koos beide; achteraf gezien misschien toch niet zo een gelukkige keuze.