Nieuws —

Bij nader inzien: de Tsjechische Ambassade in Berlijn

Vincent Kompier

In de Wilhelmstrasse in Berlijn ligt een bruine monoliet. Een opvallend gebouw dat zowel in maat, schaal, vorm als in materiaalgebruik sterk afwijkt van de overige bebouwing. Het gebouw van de Tsjechische ambassade ziet eruit alsof God een grote hamburger in de Wilhelmstrasse heeft neergelegd. Of een megamoorkop. Want daar lijkt het met zijn afgeschuinde, 45-gradenhoeken nog het meeste op.

De Tsjechische ambassade uit 1978 is een ontwerp van het Tsjechische architectenpaar Věra en Vladimír Machonin, in samenwerking met het DDR-bureau van Klaus Pätzmann. Věra Machoninová werd in 1928 geboren en werkte aanvankelijk voor het centraal gestuurde planningsinstituut van de Tsjechoslowaakse overheid. In 1967 zette zij samen met haar echtgenoot Vladimír Machonin studio Alfa op. Het echtpaar Machonin – hij de technicus, zij het creatieve brein – heeft vaak meegedaan aan internationale prijsvragen. De combinatie ingenieur/architect leverde hen een aantal successen op. Hun grootste succes was, naast een ontwerp voor de ambassade in New Delhi, de derde prijs voor een ontwerp voor de universiteitscampus van Dublin in 1964. In 1964 wonnen zij ook de prijsvraag voor het ontwerp van Thermal-kuurhotel in Karlovy Vary. Dit complex is gebouwd tussen 1967 en 1977 en kenmerkt zich door dat interieur en exterieur subliem in elkaar overlopen. Hotel Thermal, een sterk staaltje socialistisch realisme, is sinds oplevering in 1978 de thuisplaats voor het Karlovy Vary International Film Festival.

Op het moment van planning voor de ambassade was de hoek Wilhelmstrasse-Mohrenstrasse een open vlakte, die in de richting van West-Berlijn als gevolg van de muur volledig onbebouwd was. Daardoor is het gebouw als een vrijstand object ontworpen, met alzijdige gevels. De ambassade is een van de weinige ambassades die in de koude oorlog op DDR-bodem zijn gebouwd. De plattegrond bestaat uit een vierkant die wordt doorsneden door een diagonaal, met middenin de entree. Daarmee werd het gebouw in twee delen opgedeeld; een deel voor de ambassade en een deel voor de handelsvertegenwoordiging van Tsjecho-Slowakije. Het ambassadeontwerp is een verfijnd staaltje brutalisme. Verfijnd, omdat in de details – met name in het interieur – zeer zorgvuldig te werk is gegaan. Op de begane grond bevinden zich de ontvangsthal, en een aantal spreekkamers die als grote ronde tonnen in de ruimte staan. Op de eerste verdieping liggen de representatieve ontvangstruimtes, met veel origineel kleurgebruik en speciaal ontworpen meubilair. De representatieve ruimtes steken duidelijk naar voren binnen het gebouwvolume, en zijn aan de onderkant schuin afgesneden, waardoor het deels lijkt alsof ze zweven. De gevel is bekleed met graniet uit de regio rond de Tsjechische stad Liberec. De ruimtes zijn van de buitenwereld afgegrensd door de toepassing van bruingekleurd glas.

De ambassade lijkt aan de buitenkant op een ongenaakbare diamant; van binnen presenteert het interieur zich in een overweldigende kleurenpracht. Door gebruik te maken van kleur en ronde vormen is het interieur vriendelijk en zelfs vrolijk te noemen. De oogverblindende kleuren – knalrood, knalgroen, knalgeel en knalbruin – zijn van die typische jaren-zeventigkleuren die nu niet meer worden toegepast, maar die wel het optimisme dat in die tijd zijn opmars kende, uitstekend weergeven. Die eigenzinnige charme is nog steeds aanwezig in de vorm van rode en oranje kunstleren fauteuils, donkere houten lambrisering en kroonluchters.

Bijzonder is dat zowel exterieur als interieur nog steeds de uitstraling hebben van opleveringsjaar 1978. Dat maakt het gebouw geliefd bij fotografen en locatiescouts voor films, juist omdat er zo weinig aan veranderd is. Dat is uniek, veel Berlijnse gebouwen uit de DDR-tijd zijn volledig getransformeerd of afgebroken in een vlaag van stadsvernieuwing, gebruikt als dekmantel om het DDR-verleden zo snel mogelijk uit te wissen. Transformatie is noodzakelijk omdat de (woon-)gebouwen zeer slecht gebouwd zijn. Maar de voormalig ossi’s zien in het vele afbraakwerk ook een verovering van het westen op het oosten.
Veel andere brutalisme-ontwerpen ontkomen niet aan afbraak of vernieuwing. Zo is onlangs het ministerie van Financiën in Den Haag, een ontwerp van Jo Vegter uit 1975 door Meyer en Van Schooten Architecten onder handen genomen. Ander bekend voorbeeld van bedreigd brutalisme zijn de Robin Hood Gardens Gardens van Alison & Peter Smithson uit eind jaren ’60 in Londen.

De Tsjechische ambassade is een icoon geworden voor het brutalisme en voor jaren zeventig-architectuur. Een periode die in Nederland snel vergeten is, maar die in Berlijn door middel van deze ambassade hoogtij viert. Want de hoogtijdagen van de DDR lagen begin jaren zeventig, onder de vers aangestelde partijleider Erich Honecker, die het volk brood en spelen beloofde. En die dat de eerste jaren van dat nieuwe decennium – de tijd dat de ambassade is gebouwd – nog kon waarmaken. Nu zijn er plannen om de ambassade te verhuizen naar de voormalige Amerikaanse ambassade, een gebouw uit 1886. Wie de combinatie van brutaal en vrolijk wil ervaren moet er dus snel bij zijn.