Nieuws —

Bij nader inzien: De La Warr Pavillion, Bexhill on Sea in Groot-Brittannië

Marten Dashorst

Hoewel de strijd die de wind met de zee uitvecht aan de zuidkust van Engeland overal zijn sporen heeft achtergelaten – de kliffen van Dover, het zand tot diep in plaatsen als Brighton en Bournemouth, en de vele verroestte stalen kozijnen van nog niet eens zo oude gebouwen – valt er over de vele kustplaatsjes eigenlijk weinig opvallends te melden. Als het aan de elementen gelegen had, was ook Bexhill on Sea in East Sussex een plaats zonder opvallende identiteit geweest.

Een vrij onbeduidend dagje bussen met – hoe kan het ook anders – een groep Europese bouwkundestudenten veranderde bij aankomst in Bexhill on Sea echter plotseling in een interessant staaltje architectuur voelen en beleven. Zelden heb ik mensen zo geïnspireerd een messing trapleuning zien aanraken, ruiken, en ja, zelfs likken, alsof je zo zeventig jaar zoute zeelucht binnen zou kunnen krijgen.

Die trapleuning hoort bij een van de mooiste trappen die ik ooit gezien heb. In een vloeiende beweging daalt zij af naar de begane grond, die ze amper aanraakt, om je vervolgens het gevoel te geven zo weer op te kunnen stijgen. Getuige de vele foto’s op Flickr was ik niet de enige die deze beweging voor de eeuwigheid wilde vastleggen.

Het De La Warr Pavillion – uitgesproken als ‘Delaware’ – staat fier boven het water, wit gestuukt uitwaaierend vanuit een indrukwekkend glazen trappenhuis, met een boodschap vol geluk, welvaart en progressie. Een gebouw dat zich van de grauwe en gedrongen Zuid Engelse kustarchitectuur onderscheidt door juist dat te doen wat velen zouden beschouwen als zeer onverstandig: de elementen omarmen. Geïnitieerd door Herbrand Sackville, de negende Earl De La Warr, een toegewijde socialist en begin jaren dertig burgemeester van het kleine Bexhill on Sea, staat het paviljoen nu te boek als het eerste gebouw in Engeland voltooid in de toen nog frisse International Style.

“Het is de intentie van de uitschrijvers dat het gebouw simpel in stijl zal zijn, en toegesneden op een vakantieoord in Zuid Engeland. Karakter in het ontwerp kan verkregen worden door het gebruik van grote raampartijen, terrassen, en overstekken. Er zal geen beperking gelegd worden op de stijl van de architectuur, maar de gebouwen zouden simpel, licht in verschijning en attractief moeten zijn, bruikbaar voor een vakantieoord. Zware steen is niet gewenst […] moderne stalen frames of betoncement constructies zouden gebruikt kunnen worden.” Schreef Herbrand Sackville over het nog te realiseren De La Warr Pavillion. (Wikipedia, vertaald door Marten Dashorst)

Het gebouw werd in 1935 ontworpen door Erich Mendelsohn en Serge Chermayeff. Mendelsohn, bekend geworden met de Einsteinturm in Berlijn (1921) en een aantal warenhuizen voor het bedrijf Schocken (Neurenberg, Stuttgart, Chemnitz), had Duitsland in 1933 verlaten vanwege de toenemende jodenhaat en was met Chermayeff een nieuw bureau begonnen in Londen. Mendelsohn had een innige relatie met het socialistische gedachtegoed. Zodoende kwamen de socialistische idealen – openheid en verantwoordelijkheid voor het volk – samen met die van het modernisme – licht, lucht en ruimte – in een gebouw dat ‘was als muziek’.

Het De La Warr paviljoen heeft bijna alles meegemaakt wat een gebouw in de twintigste eeuw mee zou kunnen maken. In haar eerste jaren omarmd door het volk, tijdens de Tweede Wereldoorlog in gebruik genomen door het leger – en beschadigd geraakt bij een bombardement op een naastgelegen hotel, in de jaren zestig en zeventig opgeleukt en dichtgetimmerd door bruin-tapijt-renovaties, in verval geraakt in de jaren tachtig, bijna verkocht aan een grote pub-uitbater in de jaren negentig, en uiteindelijk gered door het grote alles-is-voor-bassie kapitaal: de Engelse goede doelenloterij. Het renovatieproces was al in 1986 in gang gezet door de kwalificatie van het paviljoen als ‘grade I listed building’, de hoogste monumentenstatus in Groot-Brittannië. Maar het duurde nog tot 2004 voordat John McAslan & Partners eindelijk de renovatiewerkzaamheden kon voltooien: de innovatieve, gelaste stalen draagstructuur was gaan roesten door de barre weersomstandigheden, en betonrot had de constructie ernstig verzwakt.

Na zeventig jaar lijkt het erop dat het De La Warr pavillion eindelijk haar bestemming heeft gevonden. De wens van de Earl De La Warr, om het een gebouw te laten zijn dat lichtheid en plezier uitstraalt, lijkt nu eindelijk volledig tot haar recht te komen. Het dakterras, jarenlang ontoegankelijk vanwege het ontbreken van brandtrappen, is wederom opengesteld en geeft bezoekers de indruk zich op volle zee te bevinden, op een oceaanstomer uit het tijdperk waar de Earl en Mendelsohn juist zo graag afscheid van wilden nemen. Fier en statig – Mendelsohn omschreef het zelf eens als een ‘horizontale wolkenkrabber’ – staat het andermaal klaar om het volk te dienen, om met haar architectuur en programma de monotonie van het stereotype Engelse kustplaatsje te doen vergeten.

En Mendelsohn? Nadat hij in 1941 naar Amerika was vertrokken, hield hij zich vooral bezig met ontwerpen voor de Joodse gemeenschap. En, wellicht als ultieme wraak op zijn voormalige vaderland, het ontwerpen en bouwen van Duitse stadswijken als oefendoelwitten voor de Amerikaanse luchtmacht.